HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/03210
Datum 21 juni 2024
ARREST
In de zaak van
1. ACCON AVM BELASTINGADVIES B.V.,
gevestigd te Arnhem,
2. ACCON AVM ACCOUNTANTS B.V.,
gevestigd te Arnhem,
EISERESSEN tot cassatie,
hierna gezamenlijk: Accon c.s.,
advocaten: B.I. Kraaipoel en T.E. Booms,
tegen
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [de vrouw],
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/17/169513 / HA ZA 19-216 van de rechtbank Noord-Nederland van 1 juni 2022;
b. het arrest in de zaak 200.313.856/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 mei 2023.
Accon c.s. hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [de vrouw] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2. Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Accon c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [de vrouw] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 21 juni 2024.