HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 25/00419 Bv
Datum 1 juli 2025
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 28 januari 2025, nummer RK 24/007338, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1944,
hierna: de klager.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft de advocaat Th.J. Kelder bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Amsterdam, teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan.
2. Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat in strijd met artikel 25 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) geen proces-verbaal van het onderzoek door de raadkamer van 13 augustus 2024 is opgemaakt.
Op grond van artikel 25 lid 1 Sv moet van het onderzoek door de raadkamer door de griffier een proces-verbaal worden opgemaakt met daarin de zakelijke inhoud van de afgelegde verklaringen en wat verder bij dat onderzoek is voorgevallen. Deze bepaling bevat daarnaast voorschriften over de inrichting, vaststelling en ondertekening van dat proces-verbaal en de voeging ervan bij de processtukken.
Het proces-verbaal waarop het cassatiemiddel doelt, ontbreekt bij de stukken die aan de Hoge Raad zijn gezonden. Naar aanleiding van een verzoek dat de raadsman op grond van artikel 4.3.6.3 van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden heeft gedaan, is bij de rechtbank nadere informatie ingewonnen. Op grond van die informatie moet worden aangenomen dat geen proces-verbaal is opgemaakt. Het cassatiemiddel slaagt daarom.
3. Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 juli 2025.