ECLI:NL:HR:2025:1045

ECLI:NL:HR:2025:1045, Hoge Raad, 08-07-2025, 23/00796

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 08-07-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 23/00796
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Artikel 81 RO-zaken
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2025:531
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 13 zaken
Aangehaald door 1 zaken
13 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0001941 BWBR0011823 CELEX:31964L0221 CELEX:31968R1612 CELEX:32004L0038 CELEX:32008L0115 EU:31964L0221 EU:31968R1612 EU:32004L0038 EU:32008L0115

Samenvatting

Als vreemdeling in Nederland verblijven, terwijl hij weet dat tegen hem inreisverbod is uitgevaardigd, art. 197 Sr. Bewijsklacht. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat verdachte moet worden vrijgesproken omdat niet bewezen kan worden dat inreisverbod t.t.v. tlgd. datum berustte op enig wettelijk voorschrift, nu verdachte zich niet schuldig had gemaakt aan dermate ernstige strafbare feiten dat hij actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging vormde voor fundamenteel belang van samenleving, art. 359.2 Sv. HR: art. 81.1 RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/00796

Datum 8 juli 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 15 februari 2023, nummer 22-001180-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. van Beest bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3. Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde gevangenisstraf van twee maanden volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juli 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2025/897
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?