ECLI:NL:HR:2025:1090

ECLI:NL:HR:2025:1090, Hoge Raad, 08-07-2025, 23/04967

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 08-07-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 23/04967
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2025:506
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 14 zaken
Aangehaald door 1 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0011470

Samenvatting

Zwartrijden in trein (art. 70.1 Wet personenvervoer 2000). Verjaring, daad van vervolging (art. 70.1.1 jo. 72.1 Sr). Is verjaring gestuit door opnemen in BETIP-systeem van gegevens over ten laste van verdachte gewezen uitspraak? Bij stukken bevindt zich ‘Mededeling uitspraak (O.V.)’ van Ressortsparket, die op 26-5-2021 aan medewerker van OM is uitgereikt. Uit stukken blijkt niet dat gedurende 3 jaren daaraan voorafgaand daad van vervolging is verricht. In art.70.1.1 Sr bepaalde termijn van verjaring is dus verstreken, zodat recht tot strafvordering is vervallen. Op grond van door AG ingewonnen inlichtingen moet worden aangenomen dat aan cassatieakte gehecht stuk op 6-12-2023 aan verdachte in persoon is uitgereikt. Dit stuk bevat uitdraai van de op 15-4-2020 in BETIP-systeem (landelijke databank voor stukken die in persoon betekend moeten worden) opgenomen gegevens betreffende t.l.v. verdachte gewezen uitspraak. Op 15-4-2020 is verjaring niet gestuit, omdat uitsluitend opnemen in BETIP-systeem van gegevens over t.l.v. verdachte gewezen uitspraak niet kan worden aangemerkt als daad van vervolging a.b.i. art 72.1 Sr. HR verklaart OM n-o in vervolging.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/04967

Datum 8 juli 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 november 2017, nummer 21-002663-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat H.M.W. Daamen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging.

2. Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

Het cassatiemiddel voert aan dat het recht tot strafvordering wegens verjaring is vervallen.

Aan de verdachte is onder 1 en 2 tenlastegelegd, kort gezegd, niet naleving van het bepaalde bij artikel 70 lid 1 van de Wet personenvervoer 2000, gepleegd op 27 november 2015 onderscheidenlijk op 30 oktober 2015. Het hof heeft bij arrest van 21 november 2017 het tenlastegelegde bewezenverklaard en de verdachte veroordeeld tot telkens één week hechtenis.

De hiervoor genoemde feiten zijn bij artikel 70 in samenhang met artikel 101 Wet personenvervoer 2000 strafbaar gesteld als overtreding.

Bij de stukken bevindt zich een ‘Mededeling uitspraak (O.V.)’ van het Ressortsparket Arnhem-Leeuwarden, die op 26 mei 2021 aan een medewerker van het openbaar ministerie is uitgereikt. Uit de stukken blijkt niet dat gedurende drie jaren daaraan voorafgaand een daad van vervolging is verricht. De in artikel 70 lid 1, aanhef en onder 1º, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) bepaalde termijn van verjaring is dus verstreken, zodat het recht tot strafvordering is vervallen. Op grond van de door de advocaat-generaal ingewonnen inlichtingen moet worden aangenomen dat het aan de cassatieakte gehechte stuk op 6 december 2023 aan de verdachte in persoon is uitgereikt. Dit stuk bevat een uitdraai van de op 15 april 2020 in het BETIP-systeem (een landelijke databank voor stukken die in persoon betekend moeten worden) opgenomen gegevens betreffende de ten laste van de verdachte gewezen uitspraak. Op 15 april 2020 is de verjaring niet gestuit, omdat het uitsluitend opnemen in het BETIP-systeem van gegevens over een ten laste van de verdachte gewezen uitspraak niet kan worden aangemerkt als een daad van vervolging in de zin van artikel 72 lid 1 Sr.

De Hoge Raad zal het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de vervolging.

3. Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof en de uitspraak van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland van 22 februari 2017;

- verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juli 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2025/913 NJB 2025/2089
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?