ECLI:NL:HR:2025:1118

ECLI:NL:HR:2025:1118, Hoge Raad, 08-07-2025, 23/03272

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 08-07-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 23/03272
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2025:780
Formele relatie: ECLI:NL:GHAMS:2023:1977
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 10 zaken
Aangehaald door 2 zaken
6 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0005289 BWBR0006297

Samenvatting

Diefstal d.m.v. aannemen valse hoedanigheid (art. 311.1.5 Sr) door via babbeltruc woning slachtoffer binnen te treden. Vordering benadeelde partij t.z.v. immateriële schade en oplegging schadevergoedingsmaatregel. Is sprake van aantasting in persoon ‘op andere wijze’ a.b.i. art. 6:106.b BW? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Hof heeft niet vastgesteld dat b.p. geestelijk letsel heeft opgelopen. Inzake aard en ernst van normschending heeft hof vastgesteld dat sprake is van ‘diefstal, waarbij schuldige zich toegang tot plaats van misdrijf heeft verschaft d.m.v. aannemen van valse hoedanigheid’. Wat gevolgen betreft heeft hof vastgesteld dat kluis met geld en sieraden zijn weggenomen, dat b.p. ‘gevoelens van angst, schuld en wantrouwen (heeft) bekomen’, dat zij een alarmknop heeft gekregen en dat zij geen onbekenden meer durft toe te laten in haar woning. Die vaststellingen zijn niet toereikend om aan te nemen dat b.p. ‘op andere wijze’ in haar persoon is aangetast, in aanmerking genomen dat in HR:2019:1465 is overwogen dat ‘niet is uitgesloten’ dat inbraak in woning ‘dermate ingrijpende gevolgen heeft dat zij grond kan bieden voor aannemen van aantasting in persoon’. Deze formulering duidt op regel waarop in bijzondere omstandigheden uitzondering mogelijk is. Gevolgen die diefstal (zonder geweld) in onderhavige zaak voor b.p. heeft gehad, zijn niet dermate ingrijpend (en van gebruikelijke gevolgen afwijkend) dat zij uitzondering op regel rechtvaardigen. Mede in licht van HR:2019:793 en op wat ter onderbouwing van vordering b.p. tot vergoeding van immateriële schade ten bedrage van € 500 is aangevoerd, moet worden aangenomen dat hernieuwde behandeling van zaak na vernietiging door HR teneinde uitsluitend hierover opnieuw te oordelen, onevenredige belasting van strafgeding oplevert. HR doet zaak zelf af en bepaalt dat bedrag waarvoor vordering b.p. is toegewezen € 20.000 bedraagt en dat schadevergoedingsmaatregel is opgelegd voor dat bedrag, verklaart t.a.v. schadevergoedingsmaatregel dat o.g.v. 6:4:20 Sv gijzeling van 135 dagen kan worden toegepast, en verklaart b.p. voor het overige n-o in haar vordering.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/03272

Datum 8 juli 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 22 augustus 2023, nummer 23-002863-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend (i) voor zover de vordering van de benadeelde partij is toegewezen tot een bedrag van € 20.500,00 en voor dat bedrag een schadevergoedingsmaatregel is opgelegd en (ii) voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel is bepaald dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 137 dagen kan worden toegepast, tot het bepalen dat het bedrag waarvoor de vordering van de benadeelde partij is toegewezen € 20.000,- bedraagt en dat de schadevergoedingsmaatregel is opgelegd voor dat bedrag, en dat ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel met toepassing van artikel 6:4:20 Sv gijzeling voor de duur van ten hoogste 135 dagen kan worden toegepast, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3. Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt over de toewijzing door het hof van de vordering tot vergoeding van immateriële schade van de benadeelde partij [benadeelde 1] en over de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 14 tot en met 18. Om de redenen zoals vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 20, zal de Hoge Raad de zaak zelf afdoen.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend (i) voor zover de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] is toegewezen tot een bedrag van € 20.500 en voor dat bedrag de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van dat slachtoffer is opgelegd en (ii) wat betreft de duur van de gijzeling die is verbonden aan deze schadevergoedingsmaatregel;

- bepaalt dat het bedrag waarvoor de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] is toegewezen € 20.000 bedraagt en dat de schadevergoedingsmaatregel tot betaling aan de Staat is opgelegd voor dat bedrag, verklaart ten aanzien van deze schadevergoedingsmaatregel dat met toepassing van artikel 6:4:20 van het Wetboek van Strafvordering gijzeling van 135 dagen kan worden toegepast, en verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juli 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2025/889 NJ 2025/211
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand