ECLI:NL:HR:2025:1221

ECLI:NL:HR:2025:1221, Hoge Raad, 09-09-2025, 23/03064

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 09-09-2025
Datum publicatie 09-09-2025
Zaaknummer 23/03064
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2025:604
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 7 zaken
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op verschillende voorwerpen (creditcards, rijbewijzen, identiteitskaart, vaccinatiebewijs, immigratieformulier en geboortebewijs) onder klager t.z.v. verdenking van het voorhanden hebben van valse reisdocumenten. Rb heeft klager n-o verklaard in zijn beklag omdat documenten zijn teruggegeven aan afgevende instanties. 1. Ontvankelijkheid cassatieberoep t.a.v. voorwerpen met nummers 12 en 38. Afstandsverklaring van klager en teruggave aan klager, art. 134.2.a Sv. 2. Toepassing van art. 116.3 Sv door OM t.a.v. voorwerpen met nummers 8-16, 20, 22-28, 32, 34-38 en 42. Is er kennisgeving a.b.i. art. 116.3 Sv verzonden naar klager van voornemen tot teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen aan ander dan klager? Ad 1. Wat betreft voorwerp met nummer 12 is van belang dat gelet op afschrift van afstandsverklaring, dat zich bij stukken bevindt, klager schriftelijk afstand heeft gedaan van dat voorwerp. Dat betekent dat klager in zoverre niet kan worden aangemerkt als belanghebbende a.b.i. art. 552a.1 Sv. Wat betreft voorwerp met nummer 38 moet o.g.v. afschrift van kennisgeving van inbeslagneming, dat zich bij stukken bevindt, worden aangenomen dat dit voorwerp is teruggegeven aan klager. Dit betekent dat beslag op dit voorwerp al was beëindigd op het moment van beslissing op klaagschrift (vgl. art. 134.2.a Sv). Gelet hierop kan HR het cassatieberoep van klager niet in behandeling nemen v.zv. dat ziet op beslissing Rb in relatie tot voorwerpen met nummers 12 en 38. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. CAG: Rb heeft overwogen dat blijkens mededeling in dossier de voorwerpen met nummers 8-16, 20, 22-28, 32, 34-38 en 42 zijn teruggegeven aan afgevende instanties, zodat beslag op die voorwerpen is beëindigd. Mededeling waarnaar Rb heeft verwezen, betreft ongedateerde beslissing van OvJ om die inbeslaggenomen voorwerpen terug te geven aan afgevende instanties. Beslissing is namens OvJ ondertekend door hulp OvJ. In ondertekeningsveld is met hand geschreven “zie mail OvJ”. Betreffend e-mailbericht bevindt zich niet bij stukken, zodat inhoud daarvan onbekend is. Hoe dan ook kan beslissing van OvJ niet worden aangemerkt als kennisgeving a.b.i. art. 116.3 Sv aan klager van voornemen tot teruggave van inbeslaggenomen voorwerp aan ander dan klager. Zo’n kennisgeving bevindt zich ook niet bij stukken. Dat betekent dat er in cassatie van moet worden uitgegaan dat klager een dergelijke kennisgeving niet heeft gehad. In dat verband is van belang dat uit p-v van raadkamerzitting kan worden afgeleid dat klager “in shock was” vanwege mededeling dat zijn rijbewijzen zijn teruggestuurd naar Amerika, dat beslissing om alle documenten terug te sturen naar afgevende instanties is genomen zonder zijn medeweten en dat hij in veronderstelling verkeerde dat zijn beklag inhoudelijk zou worden behandeld. Onder deze omstandigheden moet het ervoor worden gehouden dat beklag van klager het rechtskarakter heeft van beklag over voornemen van OvJ om in afwijking van hoofdregel van art. 116.1 Sv inbeslaggenomen voorwerpen te doen teruggeven aan ander dan beslagene (klager), alsof deze teruggave nog niet heeft plaatsgevonden. Rb heeft dit, blijkens motivering van haar beslissing tot niet-ontvankelijkverklaring van klager in beklag, miskend. Klager n-o t.a.v. voorwerpen met nummers 12 en 38 en vernietiging en terugwijzing t.a.v. voorwerpen met nummers 8-11, 13-16, 20, 22-28, 32, 34-37 en 42. CAG (strekking): klager n-o t.a.v. voorwerpen met nummers 1-7, 12, 17-19, 21, 29-31, 33, 38-41 en 43 en vernietiging t.a.v. voorwerpen met nummers 8-11, 13-16, 20, 22-28, 32, 34-37 en 42.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/03064 B

Datum 9 september 2025

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 17 juli 2023, nummer RK 23/010534, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klager] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,

hierna: de klager.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft de advocaat L. Stolk-Hogeterp bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot (i) niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het cassatieberoep voor zover dat mede betrekking heeft op de in beslag genomen voorwerpen met de volgnummers 1-7, 12, 17-19, 21, 29-31, 33, 38-41 en 43; en tot (ii) vernietiging van de bestreden beschikking, maar uitsluitend wat betreft de beslissing tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het beklag voor zover dat betrekking heeft op de in beslag genomen voorwerpen met de volgnummers 8-11, 13-16, 20, 22-28, 32, 34-37 en 42, en terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Noord-Holland teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden beoordeeld en afgedaan.

2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Namens de klager is bij de rechtbank een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) ingediend dat strekt tot teruggave aan de klager van onder hem inbeslaggenomen voorwerpen. In haar beschikking heeft de rechtbank met betrekking tot de inbeslaggenomen voorwerpen met de nummers 8 tot en met 16, 20, 22 tot en met 28, 32, 34 tot en met 38 en 42 – waaronder creditcards, rijbewijzen en een identiteitskaart – de klager niet-ontvankelijk verklaard in het beklag. De rechtbank heeft daartoe overwogen:

“De rechtbank stelt vast dat het beslag gelegd op grond van artikel 94 Sv op bovengenoemde documenten reeds is beëindigd omdat alle documenten zijn teruggegeven aan de afgevende instanties blijkens de mededeling op pagina 64 van het (digitale) dossier. De rechtbank zal de klager niet-ontvankelijk verklaren in zijn beklag.”

Het cassatieberoep is uitsluitend gericht tegen deze beslissing tot niet-ontvankelijkverklaring in het beklag.

Wat betreft het voorwerp met nummer 12 is van belang dat gelet op een afschrift van een afstandsverklaring van 2 februari 2023, dat zich bij de stukken bevindt, de klager schriftelijk afstand heeft gedaan van dat voorwerp. Dat betekent dat de klager in zoverre niet kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 552a lid 1 Sv.

Wat betreft het voorwerp met nummer 38 moet op grond van een afschrift van de kennisgeving van inbeslagneming van 10 februari 2023, dat zich bij de stukken bevindt, worden aangenomen dat dit voorwerp is teruggegeven aan de klager. Dit betekent dat het beslag op dit voorwerp al was beëindigd op het moment van de beslissing op het klaagschrift (vgl. artikel 134 lid 2, aanhef en onder a, Sv).

Het vorenstaande brengt met zich dat de Hoge Raad het cassatieberoep van de klager niet in behandeling kan nemen voor zover dat ziet op de beslissing van de rechtbank in relatie tot de voorwerpen met de nummers 12 en 38.

3. Beoordeling van het cassatiemiddel voor zover het beroep ontvankelijk is

Het cassatiemiddel klaagt over de niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het beklag en voert daartoe in de kern aan dat de rechtbank eraan is voorbijgegaan dat door de officier van justitie inbeslaggenomen voorwerpen zijn teruggeven aan een ander dan de klager, tevens de beslagene, zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 116 lid 3 Sv.

Het cassatiemiddel is terecht voorgesteld. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.8-3.9 en 3.11-3.13.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

- verklaart de klager niet-ontvankelijk voor zover het cassatieberoep betrekking heeft op de voorwerpen met de nummers 12 en 38;

- vernietigt de beschikking van de rechtbank, maar uitsluitend wat betreft de beslissing tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het beklag voor zover dat betrekking heeft op de inbeslaggenomen voorwerpen met de nummers 8-11, 13-16, 20, 22-28, 32, 34-37 en 42;

- wijst de zaak terug naar de rechtbank Noord-Holland, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 september 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2025-0272 RvdW 2025/1014
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?