ECLI:NL:HR:2025:124

ECLI:NL:HR:2025:124, Hoge Raad, 28-01-2025, 22/02945

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 28-01-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 22/02945
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2024:1083
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 19 zaken
Aangehaald door 2 zaken
6 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001840 BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0005181 BWBR0005288

Samenvatting

Medeplegen erfvredebreuk door betonblokken weg te slepen bij voormalige standplaats van woonwagens en zich wederrechtelijk toegang te verschaffen tot besloten erf van gemeente, art. 138.1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht t.a.v. “bij gemeente in gebruik” zijn van erf. 2. Bewijsklachten t.a.v. “besloten erf”, “wederrechtelijk vertoeven” en “zich op vordering door of vanwege rechthebbende niet verwijderen” en verweer over uitspraak voorzieningenrechter. Ad 1. Middel berust op opvatting dat aan woorden “bij ander in gebruik” in art. 138 Sr t.a.v. besloten erf dezelfde betekenis toekomt als t.a.v. woning, te weten dat feitelijk gebruik is vereist. Uitleg in rechtspraak van “in gebruik” als het “feitelijk in gebruik” zijn van woning houdt in het bijzonder verband met beoogde bescherming van huisrecht, waarvan bij besloten erf geen sprake is. Als het gaat om het “in gebruik” zijn van erf volstaat daarvoor dat ander in feitelijke zin bezit of houderschap over erf uitoefent (vgl. HR:2016:345). Hof heeft vastgesteld dat gemeente de eigenaar is van betreffend erf, dat gemeenteraad de bestemming van dit erf heeft gewijzigd en dat gemeente het erf heeft afgesloten met betonblokken. Op grond daarvan heeft hof geoordeeld dat gemeente (t.t.v. bewezenverklaarde handelingen van verdachte en medeverdachten) in feitelijke zin het bezit over dit erf uitoefende. Dat oordeel getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet tot cassatie. CAG: Hof heeft geoordeeld dat perceel was afgesloten door middel van betonblokken en daarmee was afgescheiden van omgeving, zodat op dat moment sprake was van besloten erf a.b.i. art. 138.1 Sr. Dat oordeel getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Daarmee heeft hof verwerping van verweer t.a.v. “besloten erf” toereikend gemotiveerd. Voorts heeft hof gemotiveerd waarom bestanddelen “wederrechtelijk vertoeven” en “zich op vordering door of vanwege rechthebbende niet verwijderen” zijn vervuld. Hof heeft in dat verband vastgesteld dat gemeente een brief heeft gestuurd met sommatie om erf uiterlijk 2 dagen later te verlaten. Uit bewijsmiddelen blijkt dat verdachte en zijn medeverdachten meerdere malen brieven hebben ontvangen van gemeente en ook dat zij deze brieven hebben gelezen en dus op de hoogte waren van inhoud. Aldus heeft hof de verwerping van desbetreffend toereikend verweer gemotiveerd. Tenslotte wordt met verweer over uitspraak voorzieningenrechter betoogd dat schorsing van de door gemeente opgelegde last onder dwangsom die tot 16-10-2018 heeft voortgeduurd, meebrengt dat verdachte en medeverdachten zich in periode tussen 23-9-2018 en 16-10-2018 niet aan strafbaar feit schuldig hebben gemaakt. Die opvatting is onjuist. Hof had verweer daarom slechts kunnen verwerpen. Volgt verwerping. Samenhang met 22/02946, 22/02947 en 22/02948.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/02945

Datum 28 januari 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 28 juli 2022, nummer 20-001814-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.H.S. Brinkman, advocaat in Heerlen, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

Het cassatiemiddel richt zich tegen de bewezenverklaring voor zover deze inhoudt dat sprake was van het “bij de [plaats] in gebruik” zijn van het in de bewezenverklaring bedoelde erf.

Overeenkomstig de tenlastelegging is ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat:

“hij in de periode 23 september 2018 tot en met 19 november 2018 te [plaats] , tezamen en in vereniging met anderen op het erf aan de [a-straat] bij de [plaats] in gebruik- wederrechtelijk is binnengedrongen en- wederrechtelijk aldaar vertoevende zich met zijn mededaders niet op de vorderingvan of vanwege de rechthebbende aanstonds heeft verwijderd.”

Het hof heeft over de bewezenverklaring onder meer overwogen:

“In gebruik bij een ander

De vraag is vervolgens of het erf bij de gemeente in gebruik was toen de verdachte en de medeverdachten dit erf betraden.

Bij “Bij een ander in gebruik van een besloten erf” als bedoeld in artikel 138 van het Wetboek van Strafrecht gaat het er om of die ander in feitelijke zin enigerlei bezit of houderschap over het erf uitoefent.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de gemeente de eigenaar is van het betreffende erf. Voorts blijkt hieruit dat de gemeenteraad bij besluit van 16 juni 2016 de bestemming van dit erf heeft gewijzigd in die zin dat in het nieuwe bestemmingsplan [plan] de woonwagenlocatie [b-straat] is opgeheven ten behoeve van reguliere woningbouw ter plaatse, en dat de gemeente het erf heeft afgesloten met betonblokken.

Uit deze handelingen (de wijziging van het bestemmingsplan ten behoeve van reguliere woningbouw en het afzetten van het erf door middel van betonblokken) volgt reeds dat de gemeente ten tijde van de bewezenverklaarde handelingen van de verdachte en de medeverdachten in feitelijke zin het bezit over dit erf uitoefende.

De conclusie luidt dan ook dat sprake was van een besloten erf dat bij een ander in gebruik was, namelijk bij de [plaats] .”

Volgens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte daar het woord gevoerd overeenkomstig de pleitnota die aan het proces-verbaal is gehecht. Deze pleitnota houdt onder meer in:

“Een ander bestanddeel van artikel 138 Sr is dat, als U EA al van mening zou zijn dat er in casu sprake is van een besloten erf, het besloten erf in gebruik dient te zijn om van huisvredebreuk te kunnen spreken.

Het beschermd belang bij de strafbepaling van artikel 138 Sr is de bescherming van het huisrecht van de ander, dat hij ontleent aan de feitelijke bewoning en/of het feitelijke gebruik.

Dat beschermd belang is niet aanwezig bij een braakliggend grasveld dat niet in gebruik is, daar is de strafrechtelijke bepaling niet voor bedoeld.

Van enig gebruik door de [plaats] is geen sprake, en dit blijkt ook niet uit enig wettig bewijsmiddel.

Ook op die grond is de verdediging van mening dat er vrijspraak dient te volgen.”

De tenlastelegging is toegesneden op artikel 138 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Daarom moet worden aangenomen dat het in de tenlastelegging en de bewezenverklaring voorkomende begrip ‘bij een ander in gebruik’ is gebruikt in de betekenis die dat begrip heeft in die bepaling.

Artikel 138 lid 1 Sr luidt:

“Hij die in de woning of het besloten lokaal of erf, bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringt of, wederrechtelijk aldaar vertoevende, zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds verwijdert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.”

Het cassatiemiddel berust op de opvatting dat aan de woorden ‘bij een ander in gebruik’ in artikel 138 Sr, ten aanzien van een besloten erf dezelfde betekenis toekomt als ten aanzien van een woning, te weten dat feitelijk gebruik is vereist. De uitleg in de rechtspraak van ‘in gebruik’ als het ‘feitelijk in gebruik’ zijn van een woning houdt in het bijzonder verband met de beoogde bescherming van het huisrecht, waarvan bij een besloten erf geen sprake is. Als het gaat om het ‘in gebruik’ zijn van een erf volstaat daarvoor dat een ander in feitelijke zin bezit of houderschap over het erf uitoefent (vgl. HR (civiele kamer) 26 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:345, rechtsoverweging 3.3.2).

Het hof heeft vastgesteld dat de [plaats] de eigenaar is van het betreffende erf, dat de gemeenteraad de bestemming van dit erf heeft gewijzigd en dat de gemeente het erf heeft afgesloten met betonblokken. Op grond daarvan heeft het hof geoordeeld dat de gemeente – ten tijde van de bewezenverklaarde handelingen van de verdachte en de medeverdachten – in feitelijke zin het bezit over dit erf uitoefende. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.

Het cassatiemiddel faalt.

3. Beoordeling van het eerste, het derde en het vierde cassatiemiddel

De cassatiemiddelen komen met verschillende klachten op tegen de bewezenverklaring.

De cassatiemiddelen leiden niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2, 4, 6 en 7.

4. Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde geheel voorwaardelijke geldboete van € 500 volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

5.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 januari 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJB 2025/309 SR-Updates.nl 2025-0032 RvdW 2025/238 NJ 2025/64
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?