ECLI:NL:HR:2025:1299

ECLI:NL:HR:2025:1299, Hoge Raad, 16-09-2025, 23/01739

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 16-09-2025
Datum publicatie 16-09-2025
Zaaknummer 23/01739
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2025:823
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 5 zaken
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Medeplegen poging tot diefstal met geweld, art. 312.2.2 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten alternatief scenario t.a.v. DNA-bewijs (DNA-spoor dat is aangetroffen op de nabij plaats delict aangetroffen handschoen) en redengevendheid voor bewijs van tapgesprek tussen verdachte en zijn vriendin. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: T.a.v. het door verdediging aangedragen alternatieve scenario heeft hof overwogen dat verdachtes eerdere bij politie afgelegde verklaring dat handschoen afkomstig was van garage waar hij had gewerkt en waar hij zijn handschoenen soms achterliet, niet aannemelijk is omdat onderzoek door politie heeft uitgewezen dat hij niet bij desbetreffend garagebedrijf werkzaam is geweest. Zijn latere bij Rb afgelegde verklaring dat hij handschoenen thuis gebruikte om te klussen en deze had uitgeleend aan zijn medeverdachte en niet meer heeft teruggekregen, acht hof niet aannemelijk met name in het licht van verklaring van deskundige dat het te verwachten is dat aan binnenkant van handschoen DNA-materiaal wordt aangetroffen van laatste drager. Deze oordelen zijn niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Hof is kennelijk uitgegaan van scenario waarin overvallers (delen van) hun beider inbrekerskostuum (bivakmuts en handschoenen) hebben achtergelaten in buurt van plaats delict. T.a.v. redengevendheid van tapgesprek heeft verdachte, nadat hij zelf was gearresteerd en bij RC was voorgeleid en geconfronteerd met feit dat zijn DNA is aangetroffen op handschoen in buurt van plaats delict, tegen zijn vriendin gezegd dat “hij” (medeverdachte) “die zooi” daar heeft achtergelaten. Hof heeft geoordeeld dat verdachte derhalve over informatie over delict beschikte die niet in dossier stond, te weten dat het zijn medeverdachte is geweest die “die zooi” in buurt van plaats delict heeft achtergelaten. Deze gevolgtrekking is niet onbegrijpelijk. Dat verdachte op dat moment al wist dat zijn medeverdachte was aangehouden i.v.m. strafbaar feit en dat hijzelf net daarvoor bij RC was geconfronteerd met feit dat zijn DNA was aangetroffen op handschoen die in buurt van plaats delict was gevonden, doet hier niet aan af. Dat zijn medeverdachte was opgepakt en verdachte daarvan op de hoogte was, betekent immers nog niet dat verdachte ook kon weten dat zijn medeverdachte “die zooi” had achtergelaten. Volgt verwerping. Samenhang met 23/01600.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/01739

Datum 16 september 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 april 2023, nummer 21-002929-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Kuijper bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De raadsvrouw van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2. Beoordeling van het cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt over de motivering van het bewezenverklaarde.

Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3. Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 42 maanden.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze 40 maanden beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 september 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2025-0283 RvdW 2025/1037
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?