ECLI:NL:HR:2025:1400

ECLI:NL:HR:2025:1400, Hoge Raad, 30-09-2025, 24/02878

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 30-09-2025
Datum publicatie 30-09-2025
Zaaknummer 24/02878
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2025:665
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 8 zaken
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Caribische zaak. Medeplegen gekwalificeerde doodslag in Curaçao (art. 2:260 SrC). Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Gebruik voor bewijs van verklaringen die medeverdachten ttz. in hoger beroep in hun eigen zaak hebben afgelegd. 2. Bewijsklacht medeplegen. Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: In aanmerking genomen dat verdediging aanwezig was op zitting waar toegevoegde verklaringen van medeverdachten zijn afgelegd, van beslissing tot voeging op de hoogte is gesteld bij tussenvonnis en hiertegen ttz. in h.b. geen bezwaren heeft geuit, geeft ‘s hofs oordeel dat verklaringen konden worden gevoegd aan dossier niet blijk van onjuiste rechtsopvatting noch van schending van enig beginsel van behoorlijke procesorde. Gebruik van verklaringen van medeverdachten voor bewijs is toegestaan zo lang zaken niet gevoegd worden behandeld, terwijl uit p-v’s van tz. in h.b. volgt dat zaak van verdachte gelijktijdig maar niet gevoegd is behandeld met die van zijn medeverdachten. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft kennelijk geoordeeld (en kunnen oordelen) dat verdachte bewust aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat slachtoffer leven zou laten. Dat verdachte mogelijk niet precies wist op welke wijze slachtoffer zou worden gedood, maakt dat niet anders. O.b.v. planmatige wijze waarop verdachte en medeverdachten te werk gingen, kon hof voorts oordelen dat nauw en bewust is samengewerkt. Gelet op intensiteit van samenwerking en rol van verdachte in aanloop naar dood van slachtoffer, getuigt ’s hofs oordeel dat medeplegen gekwalificeerde doodslag bewezen kan worden verklaard niet van onjuiste rechtsopvatting en is dat niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. Samenhang met 24/03678 C en 24/03689 C.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/02878 C

Datum 30 september 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 12 juli 2024, nummer H-26/21, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Boksem bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

2. Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt over het gebruik voor het bewijs van de verklaringen die de medeverdachten op de terechtzitting van het hof van 10 april 2024 in hun eigen zaak hebben afgelegd.

Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.2, 3.3 en 3.8 tot en met 3.10.

3. Beoordeling van het derde cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde medeplegen van – kort gezegd – gekwalificeerde doodslag.

Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4.

4. Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft ook de overige klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat ook deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

5. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 september 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2025/1101
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?