ECLI:NL:HR:2025:1406

ECLI:NL:HR:2025:1406, Hoge Raad, 30-09-2025, 23/01570

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 30-09-2025
Datum publicatie 30-09-2025
Zaaknummer 23/01570
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Artikel 81 RO-zaken
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHAMS:2023:3726
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2025:900
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 9 zaken
Aangehaald door 1 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0001941

Samenvatting

Medeplegen aanwezig hebben van 108 kilogram hennep, art. 3.C Opiumwet. 1. Ontbrekende pleitnota in eerste aanleg. 2. Bewijsklacht medeplegen. HR: art. 81.1 RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/01570

Datum 30 september 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 20 april 2023, nummer 23-002089-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3. Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde geldboete van € 8.000, subsidiair 75 dagen hechtenis.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete en de duur van de vervangende hechtenis;

- vermindert de geldboete en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat deze € 7.600, subsidiair 73 dagen hechtenis bedragen;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 september 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2025/1084
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?