ECLI:NL:HR:2025:1629

ECLI:NL:HR:2025:1629, Hoge Raad, 04-11-2025, 23/02166

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 04-11-2025
Datum publicatie 04-11-2025
Zaaknummer 23/02166
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Artikel 81 RO-zaken
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2025:945
Formele relatie: ECLI:NL:GHSHE:2023:1825
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 14 zaken
Aangehaald door 1 zaken
9 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0004364 BWBR0005393 BWBR0006622 BWBR0015302 BWBR0038936 BWBR0039687

Samenvatting

Varen onder invloed in motortankschip op Westerschelde (art. 27.2.a Scheepvaartverkeerswet) en zich onvoldoende bereikbaar houden via marifoon (art. 54.1 Scheepvaartreglement Westerschelde 1990). 1. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van OM, omdat verdachte onrechtmatig is aangehouden door verkeersleider, art. 359a Sv. Kon hof oordelen dat aanhouding van verdachte niet onrechtmatig was en dus geen vormverzuim a.b.i. art. 359a Sv oplevert? 2. Bewijsklachten varen onder invloed. Had uitslag van ademanalyseonderzoek van bewijs moeten worden uitgesloten vanwege onrechtmatigheid van aanhouding? 3. Verweer t.a.v. onvoldoende bereikbaar houden via marifoon strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van OM, omdat niet blijkt dat is voldaan aan voorwaarden van Privacyreglement Verkeersregistratiesystemen Rijkswaterstaat, art. 359a Sv. Kon hof oordelen dat gestelde schending niet leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van OM? 4. Strafmotivering (geldboetes van € 1.500 en € 500 en vaarontzegging van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk). Is oplegging van vaarontzegging in strijd met art. 35b.1 Scheepvaartverkeerswet, wekt strafoplegging verbazing, kon hof gelet op overschrijding van redelijke termijn in hoger beroep kiezen voor andere strafmodaliteit (geldboete in plaats van taakstraf) en is strafoplegging eenduidig (wat betreft opgelegde geldboete van € 500)? HR: art. 81.1 RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/02166

Datum 4 november 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 mei 2023, nummer 20-000335-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M.J. van Dam bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot strafvermindering volgens de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2. Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3. Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de voor feit 1 opgelegde geldboete van € 1.500, subsidiair 25 dagen hechtenis.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de voor feit 1 opgelegde geldboete en de duur van de vervangende hechtenis;

- vermindert de voor feit 1 opgelegde geldboete en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat deze € 1.425, subsidiair 24 dagen hechtenis, bedragen;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 november 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2025/1204
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?