ECLI:NL:HR:2025:1632

ECLI:NL:HR:2025:1632, Hoge Raad, 04-11-2025, 25/03518

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 04-11-2025
Datum publicatie 04-11-2025
Zaaknummer 25/03518
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2025:1115
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Beschikking. Verzoekschrift tot aanwijzing van ander gerecht, art. 510.1 Sv. Tegen betrokkenen is aangifte gedaan t.z.v. onder meer schending van ambtsgeheim, art. 272.1 Sr. Uit de bij verzoekschrift overgelegde stukken blijkt: a. dat tegen betrokkenen aangifte is gedaan dat deze zich hebben schuldig gemaakt aan strafbare feiten; en b. dat betrokkenen op het moment van de in aangifte bedoelde feiten rechterlijk ambtenaar a.b.i. art. 510.1 Sv waren. Daaruit volgt dat verzoek, gelet op art. 510 Sv, vatbaar is voor toewijzing. HR wijst Rb Zeeland-West-Brabant aan als gerecht waarvoor, als OM bij die Rb dit nodig oordeelt, vervolging en berechting van zaak zullen plaatshebben.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 25/03518 B

Datum 4 november 2025

BESCHIKKING

op het verzoekschrift van de hoofdofficier van justitie van het arrondissementsparket Rotterdam, ingekomen bij de Hoge Raad op 29 september 2025, tot aanwijzing van een ander gerecht als bedoeld in artikel 510 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering in de zaak

betreffende

[betrokkene] ,

thans officier van justitie bij het landelijk parket,

en anderen,

hierna: de betrokkenen.

1. Het verzoek

De hoofdofficier van justitie heeft zich tot de Hoge Raad gewend met het verzoek op grond van artikel 510 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) een rechtbank aan te wijzen voor de vervolging en berechting van de betrokkenen.

2. De conclusie van de procureur-generaal

De procureur-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot toewijzing van het verzoek.

3. Beoordeling van het verzoek

Uit de bij het verzoekschrift overgelegde stukken blijkt:a. dat tegen de betrokkenen aangifte is gedaan dat deze zich hebben schuldig gemaakt aan strafbare feiten; b. dat de betrokkenen op het moment van de in de aangifte bedoelde feiten rechterlijk ambtenaar in de zin van artikel 510 lid 1 Sv waren.

Daaruit volgt dat het verzoek, gelet op artikel 510 Sv, vatbaar is voor toewijzing.

4. Beslissing

De Hoge Raad wijst de rechtbank Zeeland-West-Brabant aan als gerecht waarvoor, als het openbaar ministerie bij die rechtbank dit nodig oordeelt, de vervolging en berechting van de zaak zullen plaatshebben.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en vastgesteld in raadkamer op 4 november 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJ 2025/317 RvdW 2025/1199
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?