ECLI:NL:HR:2025:1650

ECLI:NL:HR:2025:1650, Hoge Raad, 11-11-2025, 24/01114

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 11-11-2025
Datum publicatie 11-11-2025
Zaaknummer 24/01114
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2025:896
Formele relatie: ECLI:NL:GHSHE:2024:961
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 12 zaken
Aangehaald door 1 zaken
5 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0009709

Samenvatting

Verkrachting (art. 242 (oud) Sr) en feitelijke aanranding van eerbaarheid, meermalen gepleegd (art. 246 (oud) Sr) van patiënt door huisarts. Duur van bijkomende straf van ontzetting van recht om beroep van huisarts of ander medisch of paramedisch beroep uit te oefenen, art. 60.1 jo. 63 Sr. Toepassing van ambtshalve cassatie i.v.m. overschrijding van wettelijke maximumduur van bijkomende straf? HR ambtshalve (n.a.v. opmerkingen in CAG): In recente rechtspraak heeft HR overwogen dat hij zijn bevoegdheid tot ambtshalve cassatie o.g.v. art. 440.1 Sv tegenwoordig bijzonder spaarzaam toepast. Bij beperkte capaciteit om cassatieberoepen te behandelen en gelet op noodzaak om strafzaken binnen aanvaardbare termijn af te doen, ligt het immers in de rede de behandeling in cassatie te concentreren op ingediende klachten. Daarbij speelt een rol dat, omdat cassatieklachten moeten worden ingediend door raadsman of OM, HR er in beginsel van moet kunnen uitgaan dat misslagen in bestreden uitspraak of fouten in de aan die uitspraak voorafgegane procedure zijn opgemerkt, terwijl het achterwege blijven van daarop toegespitste klacht kan berusten op weloverwogen keuze (vgl. HR:2023:921). Dat is ook geen onredelijke veronderstelling in geval zoals dit waarin het gaat om duur van opgelegde bijkomende straf. Denkbaar is immers dat verdachte in dat onderdeel van strafoplegging berust, terwijl het ter discussie stellen daarvan consequenties kan hebben voor de (na eventuele terugwijzing) op te leggen hoofdstraf. Volgt verwerping. Samenhang met 24/01111. CAG (strekking): vernietiging t.a.v. opgelegde bijkomende straf.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/01114

Datum 11 november 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 22 maart 2024, nummer 20-002832-23, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat D.N. de Jonge bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de opgelegde ontzetting uit het recht om het beroep van huisarts of een ander medisch of paramedisch beroep uit te oefenen.

2. Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3. Ambtshalve opmerking over de duur van de opgelegde bijkomende straf

Naar aanleiding van het gestelde in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4 en 5 over de toepassing van ambtshalve cassatie in verband met de wettelijke maximumduur van de betreffende bijkomende straf merkt de Hoge Raad het volgende op. In recente rechtspraak heeft de Hoge Raad overwogen dat hij zijn bevoegdheid tot ambtshalve cassatie op grond van artikel 440 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering tegenwoordig bijzonder spaarzaam toepast. Bij een beperkte capaciteit om cassatieberoepen te behandelen en gelet op de noodzaak om strafzaken binnen een aanvaardbare termijn af te doen, ligt het immers in de rede de behandeling in cassatie te concentreren op de ingediende klachten. Daarbij speelt een rol dat, omdat cassatieklachten moeten worden ingediend door een raadsman of door het openbaar ministerie, de Hoge Raad er in beginsel van moet kunnen uitgaan dat misslagen in de bestreden uitspraak of fouten in de aan die uitspraak voorafgegane procedure zijn opgemerkt, terwijl het achterwege blijven van een daarop toegespitste klacht kan berusten op een weloverwogen keuze. (Vgl. HR 27 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:921.) Dat is ook geen onredelijke veronderstelling in een geval zoals dit waarin het gaat om de duur van een opgelegde bijkomende straf. Denkbaar is immers dat een verdachte in dat onderdeel van de strafoplegging berust, terwijl het ter discussie stellen daarvan consequenties kan hebben voor de – na een eventuele terugwijzing – op te leggen hoofdstraf.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 november 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2025-0351 RvdW 2025/1221
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?