HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/00916
Datum 16 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 maart 2024, nummer 20-002325-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1940,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J.W. Heemskerk bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van de cassatiemiddelen
De cassatiemiddelen klagen over (de motivering van) het onder 1 en 2 bewezenverklaarde. Het tweede cassatiemiddel klaagt in het bijzonder dat het hof in strijd met artikel 342 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering die bewezenverklaring uitsluitend heeft doen steunen op de verklaringen van één getuige.
De cassatiemiddelen leiden niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 december 2025.