ECLI:NL:HR:2025:1717

ECLI:NL:HR:2025:1717, Hoge Raad, 02-12-2025, 24/03509

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 02-12-2025
Datum publicatie 02-12-2025
Zaaknummer 24/03509
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2025:865
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 8 zaken
Aangehaald door 2 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

OM-cassatie. Beschikking op vordering OvJ ex art. 552f Sv tot onttrekking aan het verkeer van mobiele telefoon met kinderporno en dierenporno. Kon Rb vordering afwijzen en teruggave van telefoon gelasten? Rb heeft (op de grond dat op telefoon ‘kinderporno’ en ‘dierenporno’ zijn aangetroffen) overwogen dat ongecontroleerd bezit van telefoon in strijd is met wet en algemeen belang en dat vordering tot onttrekking aan het verkeer daarom in beginsel voor toewijzing vatbaar is. Rb heeft vervolgens geoordeeld dat onttrekking aan het verkeer van telefoon ‘disproportioneel’ zou zijn omdat het gaat om ‘zeer gering aantal bestanden, die bovendien al zijn geïdentificeerd door politie’, dat uit niets is gebleken dat het technisch onmogelijk is telefoon te ontdoen van aangetroffen bestanden, dat telefoon aanzienlijke waarde heeft en dat door onttrekking aan het verkeer persoonlijke bestanden verloren zouden gaan die van waarde zijn voor belanghebbende. Op grond daarvan heeft Rb vordering van OvJ afgewezen en teruggave van telefoon aan belanghebbende gelast. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2023:471, inhoudende dat procedure van art. 36b.1.4 Sr jo. 552f.2 Sv er niet in voorziet dat rechter, als hij oordeelt dat vordering moet worden afgewezen, teruggave van inbeslaggenomen voorwerp gelast. Daarom is in bestreden beschikking besloten liggend oordeel van Rb dat wet voorziet in beslissing als door Rb genomen, onjuist. Afwijzing van vordering tot onttrekking aan het verkeer is ook niet begrijpelijk. Gronden die Rb daarvoor heeft aangedragen, kunnen (gelet op vaststelling van Rb dat op telefoon ‘kinderporno’ en ‘dierenporno’ zijn aangetroffen) afwijzing niet dragen. HR merkt op dat rechter die onttrekking aan het verkeer oplegt, o.g.v. art. 33c.2 jo. 36b.2 Sr geldelijke tegemoetkoming kan toekennen als dat nodig is om te voorkomen dat degene aan wie voorwerpen toebehoren, door onttrekking onevenredig zou worden getroffen (vgl. HR:2018:1156) en dat wettelijk stelsel zich er niet tegen verzet dat (zoals uiteengezet in HR:2025:1716) rechter die onttrekking aan het verkeer oplegt, na verzoek van verdediging dat voldoet aan de in dat arrest gestelde eisen, kan gelasten dat aan verdachte (kopie van) één of meer bestanden die zich op gegevensdrager bevinden, wordt (of worden) verstrekt. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/03509 B

Datum 2 december 2025

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag van 13 juni 2023, nummer RK 23/008708, op een vordering als bedoeld in artikel 552f lid 2 van het Wetboek van Strafvordering, in de zaak

van

[belanghebbende] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,

hierna: de belanghebbende.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De raadsvrouw van de belanghebbende, L.E.G. van der Hut, heeft het beroep van het openbaar ministerie tegengesproken.

De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Den Haag, teneinde de bestaande vordering opnieuw te beoordelen en af te doen.

2. Beoordeling van de cassatiemiddelen

Het eerste cassatiemiddel klaagt over de afwijzing door de rechtbank van de vordering tot onttrekking aan het verkeer van een mobiele telefoon. Het tweede cassatiemiddel klaagt dat de rechtbank de teruggave van die telefoon heeft gelast. De cassatiemiddelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.

De officier van justitie heeft een vordering als bedoeld in artikel 552f lid 2 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) ingediend die strekt tot onttrekking aan het verkeer van een mobiele telefoon omdat daarop foto- en videobestanden als bedoeld in artikel 240b (oud) en 254a (oud) van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) – kort gezegd: ‘kinderporno’ en ‘dierenporno’ – zijn aangetroffen.

De beschikking van de rechtbank houdt onder meer in:

“Het oordeel van de rechtbank

In raadkamer is aannemelijk geworden dat de telefoon op 14 januari 2022 onder de belanghebbende in beslag is genomen. Het voorwerp is inbeslaggenomen bij gelegenheid van een onderzoek naar een gepleegd misdrijf, te weten bezit kinderporno (art. 240b Wetboek van Strafrecht (Sr)) en bezit dierenporno (art. 254a Sr).

Het ongecontroleerde bezit van de telefoon is in strijd met de wet en het algemeen belang. De vordering van de officier van justitie is derhalve op de wet gegrond en in beginsel voor toewijzing vatbaar. De rechtbank zal echter toch de teruggave gelasten aan de veroordeelde van de mobiele telefoon. Het gaat in dit geval om een zeer gering aantal bestanden, die bovendien al zijn geïdentificeerd door de politie. Daar komt bij dat de telefoon een aanzienlijke waarde heeft en dat met de onttrekking aan het verkeer bovendien persoonlijke bestanden verloren zouden gaan die van waarde zijn voor de belanghebbende. Uit niets is gebleken dat het technisch onmogelijk is de telefoon te ontdoen van de aangetroffen bestanden. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat het in dit geval disproportioneel zou zijn om de telefoon te onttrekken aan het verkeer. De rechtbank gelast dan ook de teruggave van de telefoon aan de belanghebbende.

Beslissing

De rechtbank:

wijst af de vordering tot onttrekking aan het verkeer en gelast de teruggave van een Samsung telefoon (met goednummer PL1500-2022013476-2708954) aan de belanghebbende.”

De rechtbank heeft – op de grond dat op de inbeslaggenomen telefoon ‘kinderporno’ en ‘dierenporno’ zijn aangetroffen – overwogen dat het ongecontroleerde bezit van de telefoon in strijd is met de wet en het algemeen belang en dat de vordering tot onttrekking aan het verkeer van de telefoon daarom in beginsel voor toewijzing vatbaar is. De rechtbank heeft vervolgens geoordeeld dat de onttrekking aan het verkeer van de telefoon “disproportioneel” zou zijn. Daartoe heeft zij overwogen dat het gaat om “een zeer gering aantal bestanden, die bovendien al zijn geïdentificeerd door de politie”, dat uit niets is gebleken dat het technisch onmogelijk is de telefoon te ontdoen van de aangetroffen bestanden, de telefoon een aanzienlijke waarde heeft en dat door de onttrekking aan het verkeer persoonlijke bestanden verloren zouden gaan die van waarde zijn voor de belanghebbende. Op grond daarvan heeft de rechtbank de vordering van de officier van justitie afgewezen en de teruggave van de telefoon aan de belanghebbende gelast.

In artikel 36b lid 1, aanhef en onder 4º, Sr is de mogelijkheid geopend om voorwerpen bij afzonderlijke rechterlijke beschikking aan het verkeer te onttrekken, op een vordering als bedoeld in artikel 552f lid 2 Sv. Die procedure voorziet er niet in dat de rechter, als hij oordeelt dat de vordering moet worden afgewezen, de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelast. (Vgl. HR 18 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:471.) Daarom is het in de bestreden beschikking besloten liggende oordeel van de rechtbank dat de wet voorziet in een beslissing als door de rechtbank genomen, onjuist.

De afwijzing van de vordering tot onttrekking aan het verkeer is ook niet begrijpelijk. De gronden die de rechtbank daarvoor heeft aangedragen, kunnen – gelet op de vaststelling van de rechtbank dat op de telefoon ‘kinderporno’ en ‘dierenporno’ zijn aangetroffen – die afwijzing niet dragen.

Opmerking verdient dat de rechter die de onttrekking aan het verkeer van een inbeslaggenomen voorwerp oplegt, op grond van artikel 33c lid 2 in samenhang met artikel 36b lid 2 Sr een geldelijke tegemoetkoming kan toekennen als dat nodig is om te voorkomen dat degene aan wie de onttrokken voorwerpen toebehoren, door die onttrekking onevenredig zou worden getroffen (vgl. HR 10 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1156). Verder verdient opmerking dat het wettelijk stelsel zich er niet tegen verzet dat – zoals de Hoge Raad heeft uiteengezet in het vandaag in de zaak 24/00675 uitgesproken arrest ECLI:NL:HR:2025:1716 – de rechter die de onttrekking aan het verkeer oplegt, na een verzoek van de verdediging dat voldoet aan de in dat arrest gestelde eisen, kan gelasten dat aan de verdachte (een kopie van) één of meer bestanden die zich op de gegevensdrager bevinden, wordt (of worden) verstrekt.

De cassatiemiddelen slagen.

3. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de beschikking van de rechtbank;

- wijst de zaak terug naar de rechtbank Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 december 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2026/59
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?