HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/04684
Datum 12 december 2025
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [plaats],
2. DE PALTZ B.V.,
gevestigd te Soest,
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
VERENIGING VAN EIGENAARS [appartementencomplex],
gevestigd te [plaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de VvE,
advocaten: M.J. van Basten Batenburg en M. van Tiel.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaken C/13/717798 / HA ZA 22-410 en C/13/717799/ HA ZA 22-411 van de rechtbank Amsterdam van 28 september 2022 en 15 maart 2023;
b. het arrest in de zaak 200.328.940/01 van het gerechtshof Amsterdam van 24 september 2024.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De VvE heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor de VvE toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.E. Bartels strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de VvE begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren A.E.B. ter Heide en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 12 december 2025.