HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04583
Datum 19 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 november 2023, nummer 20-000868-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De raadslieden van de verdachte, R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, hebben het beroep van het openbaar ministerie tegengesproken.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 2 tenlastegelegde buiten het grondgebied van Nederland brengen van de in de tenlastelegging genoemde pakketten cocaïne, de beslissingen over het onder 3 primair tenlastegelegde en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’sHertogenbosch, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van de cassatiemiddelen
Het eerste cassatiemiddel komt op tegen de gedeeltelijke vrijspraak van het aan de verdachte onder 2 tenlastegelegde. Het tweede cassatiemiddel komt op tegen de vrijspraak van het onder 3 primair tenlastegelegde. De cassatiemiddelen klagen in het bijzonder over het oordeel van het hof dat van ‘buiten het grondgebied van Nederland brengen’ in de zin van artikel 1 lid 5 van de Opiumwet van cocaïne geen sprake kan zijn als de cocaïne in Nederland wordt geleverd aan een politiële pseudokoper.
De cassatiemiddelen slagen. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 23/04584, ECLI:NL:HR:2025:1943.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 2 tenlastegelegde ‘buiten het grondgebied van Nederland brengen’ van de in de tenlastelegging genoemde pakketten cocaïne, het onder 3 tenlastegelegde en de strafoplegging;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 december 2025.