HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/00668
Datum 21 maart 2025
ARREST
In de zaak van
[eiser] ,
wonende te [plaats] ,
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser] ,
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
1. [verweerster 1] ,
wonende te [plaats] ,
2. [verweerster 2] ,
wonende te [plaats] ,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna: [verweerster 1] en [verweerster 2] ,
advocaat: A.C. de Bakker,
3. [verweerster 3] ,
wonende te [plaats] ,
4. [verweerder 4] ,
wonende te [plaats] ,
VERWEERDERS in cassatie,
hierna: [verweerster 3] en [verweerder 4],
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/01/297461 / HA ZA 15-585 van de rechtbank Oost-Brabant van 30 december 2015, 24 augustus 2016, 19 oktober 2016, 17 juni 2020 en 24 maart 2021, welk laatste vonnis is verbeterd bij vonnis van 26 mei 2021;
b. het arrest in de zaak 200.297.542/02 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 28 november 2023.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerster 1] en [verweerster 2] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
Tegen [verweerster 3] en [verweerder 4] is verstek verleend.
De zaak is voor [verweerster 1] en [verweerster 2] toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F. Ibili strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.E. du Perron en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 21 maart 2025.