ECLI:NL:HR:2025:448

ECLI:NL:HR:2025:448, Hoge Raad, 25-03-2025, 23/03993

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 25-03-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 23/03993
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHDHA:2023:2753
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2025:243
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 25 zaken
Aangehaald door 1 zaken
5 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0006297 BWBR0009709

Samenvatting

Verkrachting, art. 242 (oud) Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. 1. Kon hof mede bewezen verklaren wat verdachte “die avond/nacht” zou hebben gezegd tegen aangeefster, nu bewezenverklaring (slechts) ziet op wat op zondagochtend 21-2-2021 is gebeurd? 2. Bevat voor bewijs gebruikte verklaring van getuige een ontoelaatbare gissing? 3. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vindt verklaring van aangeefster voldoende steun in andere bewijsmiddelen? 4. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. betrouwbaarheid van verklaring van aangeefster, art. 359.2 Sv? HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet tot cassatie. CAG: Ad 1. Hof heeft als a.g.v. kennelijke misslag de woorden “tijdens die avond/nacht” in bewezenverklaring laten staan. HR kan dit verbeterd lezen. Ad 2. In passage waar het om gaat, beschrijft getuige uitsluitend welke gelaatsuitdrukking zij bij aangeefster heeft waargenomen: (uiterst) verdrietige blik. Dit betreft geen gissing. Ad 3. ’s Hofs oordeel dat aan bewijsminimumvoorschrift is voldaan, is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Ad 4. Verdediging heeft weliswaar gewezen op enkele (kennelijke) discrepanties tussen verklaringen die aangeefster op verschillende momenten in proces heeft afgelegd maar deze discrepanties houden geen (direct) verband met tlgd. gedragingen en het betreffen overigens ook geen discrepanties die in scenario van schuld niet of minder goed verklaarbaar zijn. Volgt verwerping.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/03993

Datum 25 maart 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 3 oktober 2023, nummer 22-000663-23, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B. Kizilocak, advocaat in Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van de cassatiemiddelen

De cassatiemiddelen klagen over de bewezenverklaring.

De cassatiemiddelen leiden niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 maart 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2025/500
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?