HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/00227
Datum 25 april 2025
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [plaats], Verenigde Arabische Emiraten,
2. [de b.v.],
gevestigd te [plaats],
EISERS tot cassatie,
hierna: [eisers],
advocaat: S.M. Kingma,
tegen
1. MUNDILFARI B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. NOTEZAKELIJK BEHEER B.V.,
gevestigd te Enschede,
3. [verweerder 3],
wonende te [plaats],
4. [verweerder 4],
wonende te [plaats],
5. TINKER INVESTMENTS B.V.,
gevestigd te Haarlemmermeer,
VERWEERDERS in cassatie,
hierna: Tinker c.s.,
advocaten: B.M.H. Fleuren en R.A. González Nicolás.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/13/631997 / HA ZA 17-684 van de rechtbank Amsterdam van 21 maart 2018 en 3 oktober 2018;
b. de arresten in de zaak 200.252.415/01 van het gerechtshof Amsterdam van 22 september 2022 en 24 oktober 2023.
[eisers] hebben tegen de arresten van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tinker c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van de arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Tinker c.s. begroot op € 8.206,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.J.P. Lock, als voorzitter, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 25 april 2025.