HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/01895
Datum 25 april 2025
ARREST
In de zaak van
TAXECO ADVISEURS B.V.,
gevestigd te 's-Hertogenbosch,
EISERES tot cassatie,
hierna: Taxeco,
advocaten: T.T. van Zanten,
tegen
[verweerder],
wonende te [plaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
advocaat: G.C. Nieuwland.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/13/703766 / HA ZA 21-587 van de rechtbank Amsterdam van 15 december 2021 en 13 april 2022;
b. het arrest in de zaak 200.309.878/01 van het gerechtshof Amsterdam van 13 februari 2024.
Taxeco heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verweerder] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO).
[verweerder] verzoekt Taxeco te veroordelen in de volledige door [verweerder] gemaakte proceskosten in cassatie, door hem begroot op € 8.933,26. De Hoge Raad ziet in hetgeen in cassatie is aangevoerd geen grond voor toewijzing van dit verzoek.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Taxeco in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 2.463,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Taxeco deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 25 april 2025.