HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/02345
Datum 23 mei 2025
ARREST
In de zaak van
1. [de v.o.f.],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [de makelaar],
wonende te [woonplaats],
3. [medevennoot van de makelaar],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: M.B.A. Alkema,
tegen
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerster 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [kopers van de woning],
advocaat: R.T. Wiegerink.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/02/392244 / HA ZA 21-698 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 30 maart 2022 en 5 oktober 2022;
b. het arrest in de zaak 200.318.667/01 van het gerechtshof ʼs-Hertogenbosch van 19 maart 2024.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[kopers van de woning] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [kopers van de woning] toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [kopers van de woning] begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 23 mei 2025.