ECLI:NL:HR:2025:836

ECLI:NL:HR:2025:836, Hoge Raad, 03-06-2025, 22/03493

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 03-06-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 22/03493
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Artikel 81 RO-zaken
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2025:419
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 16 zaken
Aangehaald door 1 zaken
6 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001840 BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0006622 BWBR0038936

Samenvatting

Rijden onder invloed drugs, art. 8.5 WVW 1994. 1. Afwijzing van bij appelschriftuur gedaan en ttz. in hoger beroep gehandhaafd verzoek tot horen van verbalisant als getuige, op de grond dat er geen verdedigingsbelang is. 2. Verbaliseringsplicht van art. 152 Sv. Kon hof oordelen dat p-v van verbalisant niet van bewijs hoeft te worden uitgesloten? HR: art. 81.1 RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/03493

Datum 3 juni 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 september 2022, nummer 21-004945-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J.W.D. Roozemond bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De advocaat J.J.J. Zwaan en de raadsman van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2. Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3. Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde geldboete van € 850 volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 juni 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2025/751
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?