HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/00112 C
Datum 1 juli 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 14 december 2023, nummer H 90/22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Boksem bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van de cassatiemiddelen
Het eerste cassatiemiddel komt op tegen het oordeel van het hof dat sprake is van schuld aan een verkeersongeval in de zin van artikel 2:284 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht Curaçao. Het tweede cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de verdachte onder zodanige invloed van alcohol verkeerde dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht zoals bedoeld in artikel 22 lid 1 van de Wegenverkeersverordening Curaçao 2000.
De cassatiemiddelen leiden niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 juli 2025.