ECLI:NL:HR:2025:958

ECLI:NL:HR:2025:958, Hoge Raad, 01-07-2025, 24/00112

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 01-07-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 24/00112
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2025:469
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 13 zaken
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0006622

Samenvatting

Caribische zaak. Dood door schuld in het verkeer onder invloed van alcohol (art. 2:284.1 Sr) en rijden onder invloed (art. 22.1 Wegenverkeersverordening Curaçao 2000) door in Curaçao met 50 à 60 km/u een voetganger te scheppen. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht dood door schuld. Is sprake van schuld aan verkeersongeval a.b.i. art. 2:284.1 SrC? 2. Bewijsklacht rijden onder invloed. Verkeerde verdachte onder zodanige invloed van alcohol dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht a.b.i. art. 22.1 WVVC 2000? HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet tot cassatie. CAG: Ad 1. Hof gaat ervan uit dat verdachte onvoldoende heeft opgelet in situatie waarin hij rekening moest houden met voetgangers op rijbaan. Ook alcoholgebruik van verdachte draagt volgens hof bij aan schuldverwijt dat verdachte moet worden gemaakt. Hof heeft kennelijk in aanmerking genomen dat alcohol het reactie- en waarnemingsvermogen kan verminderen. Gezien feit dat uit bewijsmiddelen blijkt dat verdachte ruim 2 uren na ongeval een bloedalcoholgehalte had van ruim 2 maal de wettelijke grens, is dit kennelijke oordeel niet onbegrijpelijk. Dat hof niet uitdrukkelijk op de door raadsman genoemde f&o is ingegaan en in vonnis niet wordt gerept over bijzondere zorgplicht of rechtsplicht en evenmin over gevaarzettend gedrag in of met auto waarin verdachte reed, doet niet af aan begrijpelijkheid van ’s hofs oordeel. Hof heeft over de door raadsman naar voren gebrachte omstandigheden kennelijk geen vaststellingen kunnen doen. Dit maakt ‘s hofs oordeel nog niet onbegrijpelijk. Ad 2. Hof heeft vastgesteld dat verdachte in de uren voorafgaand aan ongeval alcohol heeft genuttigd. Meer dan 2 uren na ongeval is bloedalcoholpromillage van 1,1 mg/ml aangetoond. Hof gaat ervan uit dat tijdsverloop tot geleidelijke afname van alcoholgehalte leidt, waardoor bloedalcoholpromillage in bloed van verdachte t.t.v. ongeval nog hoger moet zijn geweest. Verder heeft hof overwogen dat algemeen bekend is dat door alcoholgebruik het reactievermogen en waarnemingsvermogen afnemen en rijvaardigheid kan verminderen en dat deze invloed op rijvaardigheid reeds kan optreden bij gebruik van 2 (standaard)glazen alcoholhoudende drank, hetgeen neerkomt op promillage van 0,5 mg/ml. O.b.v. voorgaande heeft hof geoordeeld dat verdachte een auto heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van alcohol dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht. Dit oordeel getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is ook niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/00112 C

Datum 1 juli 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 14 december 2023, nummer H 90/22, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Boksem bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van de cassatiemiddelen

Het eerste cassatiemiddel komt op tegen het oordeel van het hof dat sprake is van schuld aan een verkeersongeval in de zin van artikel 2:284 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht Curaçao. Het tweede cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de verdachte onder zodanige invloed van alcohol verkeerde dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht zoals bedoeld in artikel 22 lid 1 van de Wegenverkeersverordening Curaçao 2000.

De cassatiemiddelen leiden niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 juli 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2025/866
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?