ECLI:NL:HR:2026:1013

ECLI:NL:HR:2026:1013

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 25-06-2026
Datum publicatie 23-06-2026
Zaaknummer 25/02701
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2026:457
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2026:463
Formele relatie: ECLI:NL:RBZWB:2025:4557

Samenvatting

Inkomstenbelasting; art. 9.6 en 9.7 Wet IB 2001, art. 45aa Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001, art. 25c AWR, art. 13 EVRM, art. 1 EP EVRM; Sprongcassatie, proefprocedure, evenredigheidsbeginsel, exceptieve toetsing, rechtstreekse toetsing, “Massaalbezwaarplusprocedure” over de vraag of ook niet-bezwaarmakers met een beroep op het arrest ECLI:NL:HR:2021:1963 alsnog in aanmerking kunnen komen voor vermindering van box 3-heffing.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 25/02701

Datum 25 juni 2026

ARREST

in de zaak van

[X] (hierna: belanghebbende)

tegen

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 14 juli 2025, nrs. BRE 24/6239 t/m 24/6242, betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2017 tot en met 2020 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1. Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door C. Overduin, heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P] , heeft een verweerschrift ingediend.

De Advocaat-Generaal M.R.T. Pauwels heeft op 8 mei 2026 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.

Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen falen op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nr. 25/02700, ECLI:NL:HR:2026:907, waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.

3. Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris, M.T. Boerlage, A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NLF 2026/1258 Sdu Nieuws Belastingzaken 2026/771 FutD 2026-1113 NTFR 2026/1173
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand