HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 26/00065 Br
Datum 14 juli 2026
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Limburg van 12 augustus 2025, nummer RK 25/013283, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 5.4.10 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,
hierna: de klager.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze hebben de advocaten T.H.L. Kneepkens en M.D. Rijnsburger bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal P.T.C. van Kampen heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het cassatieberoep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad heeft bij zijn beschikking van vandaag in de beklagzaak van [naam 1] (25/04301 Bv, ECLI:NL:HR:2026:1230) het cassatieberoep verworpen, waardoor in die zaak onherroepelijk is beslist. Dit brengt mee dat de Hoge Raad het cassatieberoep van de klager niet in behandeling kan nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.1 en 3.2. (Vgl. HR 9 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:565, rechtsoverweging 2.4.1 en 2.4.2.)
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheer A.L.J. van Strien als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juli 2026.