HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 25/04243
Datum 17 juli 2026
BESCHIKKING
In de zaak van
[de vrouw],
wonende te [plaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: de vrouw,
advocaten: M.B.A. Alkema en M. Littooij,
tegen
[de man],
wonende te [plaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de man,
advocaat: H.J.W. Alt.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikkingen in de zaken C/02/333820 / FA RK 17-4172 en C/02/337067 / FA RK 17-5834 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 19 juni 2018, 9 juni 2020, 22 juni 2021, 17 maart 2023, 23 mei 2023 en 12 juni 2023;
b. de beschikking in de zaak 200.345.442/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 augustus 2025.
De vrouw heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De man heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.E. Bartels strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van de vrouw hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op 17 juli 2026.