HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 25/02722
Datum 17 juli 2026
ARREST
In de zaak van
[Holding] B.V.,
gevestigd in [plaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [Holding],
advocaat: J.H.M. van Swaaij,
tegen
ELEKTRO PRO B.V.,
gevestigd in Bonaire,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Elektro Pro,
advocaten: P.A. Fruytier en J.P. Jas.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak BON202100087 van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire van 24 mei 2022 en 28 september 2022;
b. de vonnissen in de zaak BON202100087-BON2022H00053 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 15 oktober 2024 en 6 mei 2025.
[Holding] heeft tegen het vonnis van het hof van 6 mei 2025 beroep in cassatie ingesteld.
Elektro Pro heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De zaak is voor Elektro Pro toegelicht door haar advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [Holding] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het vonnis van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat vonnis. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [Holding] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Elektro Pro begroot op € 3.004,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [Holding] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op 17 juli 2026.