HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 25/01722
Datum 17 juli 2026
ARREST
In de zaak van
INFRASTRUCTURE SERVICES & PROJECTS B.V.,
gevestigd te Houten,
EISERES tot cassatie, verweerster in het incidentele cassatieberoep,
hierna: SPIE,
advocaat: M.W. Scheltema,
tegen
1. ABT MEP V.O.F.,
gevestigd te Nieuwegein,
2. ANEL ELEKTRIK PROJE TAAHHÜT TICARET ANONIM SIRKETI,
gevestigd te Istanbul, Turkije,
3. BALLAST NEDAM BOUW & ONTWIKKELING SPECIALE PROJECTEN B.V.,
gevestigd te Nieuwegein,
4. TAV TEPE AFKEN YATIRIM INSAAT VE ISLETME ANONIM SIRKETI,
gevestigd te Istanbul, Turkije,
VERWEERSTERS in cassatie, eiseressen in het incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: ABT c.s.,
advocaat: M.E. Bruning.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/13/706191/ HA ZA 21-752 van de rechtbank Amsterdam van 13 oktober 2021, 2 maart 2022 en 24 augustus 2022;
b. het arrest in de zaak 200.319.478/01 van het gerechtshof Amsterdam van 11 februari 2025.
SPIE heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
ABT c.s. hebben incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep en van het incidenteel cassatieberoep.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad:
in het principale beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt SPIE in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ABT c.s. begroot op € 905,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien SPIE deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan;
in het incidentele beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt ABT c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van SPIE begroot op € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien ABT c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op 17 juli 2026.