HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 25/01336 J
Datum 25 augustus 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 27 maart 2025, nummer 22-001571-24, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2005,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat D.L.A.M. Pluijmakers bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat de bewezenverklaring onder 1 ontoereikend is gemotiveerd wat betreft het opzet van de verdachte op het in de bewezenverklaring vermelde geweld.
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 augustus 2026.