ECLI:NL:HR:2026:1378

ECLI:NL:HR:2026:1378

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 01-09-2026
Datum publicatie 27-08-2026
Zaaknummer 24/02108
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHDHA:2024:1342
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2026:658

Samenvatting

Medeplegen groepsbelediging Armeniërs tijdens demonstratie bij Armeense ambassade in Den Haag (art. 137c.1 Sr) en medeplegen aanzetten tot discriminatie en gewelddadig optreden tegen mensen wegens hun ras (art. 137d.1 Sr). Bewijsklacht (voorwaardelijk) opzet op beledigend en discriminatoir karakter van gedane uitlatingen. Hof heeft vastgesteld dat verdachte hem onbekende vrouw heeft toegestaan tijdens door hem georganiseerde demonstratie het woord te voeren in Russisch. Hij heeft daartoe megafoon voor haar vastgehouden. Vrouw heeft in Russisch gescandeerd dat Armeniërs terroristen en agressors zijn en dat zij Karabach moeten verlaten, omdat dit gebied anders van Armeniërs zal worden afgepakt. Hof heeft overwogen dat het niet kan vaststellen dat verdachte de uitlatingen verstond en begreep. Hof heeft desondanks geoordeeld dat verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op beledigend en discriminatoir karakter van gedane uitlatingen. Hiervoor door hof kennelijk als doorslaggevend in aanmerking genomen omstandigheid dat verdachte, gelet op context van demonstratie en getoonde borden met zeer negatieve uitspraken jegens Armeense gemeenschap “minst genomen had moeten vermoeden” wat aard en strekking van uitspraken was, kan dat oordeel echter niet dragen. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/02108

Datum 1 september 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 29 mei 2024, nummer 22-002416-23, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat S.W.M. Stevens bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt onder meer over het oordeel van het hof dat de verdachte (voorwaardelijk) opzet had op het medeplegen van de belediging van een groep mensen op grond van hun ras (feit 1) en op het aanzetten tot haat, discriminatie en geweld tegen mensen wegens hun ras (feit 2).

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

“1. hij op 26 februari 2020 te Den Haag , tezamen en in vereniging met anderen, zich in het openbaar mondeling en bij afbeelding opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, te weten Armeniërs, wegens hun ras, door met anderen tijdens een demonstratie te roepen (vertaald): ‘Armeniërs zijn terroristen’ en ‘Armeniërs zijn agressors’;

2. hij op 26 februari 2020 te Den Haag , tezamen en in vereniging met anderen, in het openbaar mondeling en bij afbeelding heeft aangezet tot haat tegen en discriminatie van mensen en gewelddadig optreden tegen personen, te weten de Armeniërs, wegens hun ras, door te roepen en een megafoon vast te houden waardoor de volgende uitlating voor een groot aantal mensen hoorbaar was (vertaald): ‘Verlaat Karabach, dit is niet jullie land geweest. Onthoud dit goed: we zullen nooit er afstand van doen en zullen blijven eisen dat jullie uit ons land vertrekken. Als jullie het niet goedschiks doen, dan gaan we het hoe dan ook kwaadschiks doen en het afpakken.’”

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

“1. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 27 november 2020 van de politie eenheid Den Haag met nr. PL1500-2020358671-2. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 3-5):

“Ik ben voorzitter namens de Federatie Armeense Organisaties Nederland (FAON), gevestigd op de Weesperstraat 91 te ‘s Gravenhage. Ik doe namens FAON aangifte van belediging van een groep mensen wegens hun afkomst ex. artikel 137e Sr en het aanzetten tot haat, discriminatie en geweld ex artikel 137d Sr. Inwoners van Nederland met een Armeense achtergrond ervaren de voornoemde strafbare uitspraken en gedragingen ook daadwerkelijk als beledigend, beangstigend en bedreigend. Dergelijke uitspraken en daden creëren en verergeren spanning en haat tussen bevolkingsgroepen in de Nederlandse samenleving en zijn gevaarzettend.”

2. Een geschrift, zijnde een schrijven van de Armeense ambassade, d.d. 20 april 2020 (blz. 8-9).

Upon the initiative of the Azerbaijani Turkish Cultural Association a manifestation took place on 26 of February, 2020. During this manifestation upon the call of a speaker unknown to us ( [verdachte] was holding the megaphone for her), the participants were chanting the following statements: “Armenians are terrorists”, “Leave Karabakh, it has never been yours and never will .... and if you would not leave it for good, we will take it in a bad way” (translation from Russian).

The Embassy is of the opinion that chanting aforementioned statements in public and their dissemination on social media constitute hate speech against Armenians as an ethnic group and is a propaganda of violence and the use of force, therefore those actions should not only be condemnable, but also punishable. The Embassy has further honour to present herewith the video recording of the mentioned incident posted on Facebook.

Enclosure: I video file and I page.

3. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 augustus 2022 van de politie eenheid Den Haag met nr. PL1500-2020358671-4. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 32):

Tevens werd er aangifte gedaan van belediging door de Ambassade van Armenië. Door hen werd gesteld dat er tijdens een protest voor de ambassade beledigingen werden geuit. De uitlatingen in dit filmpje werden vertaald door [betrokkene 1] , beëdigd tolk, vanuit het Russisch. Een deel van de aangeleverde teksten waren in de Turkse taal, welke eveneens zijn vertaald door een beëdigd tolk. Deze vertalingen zijn als bijlage bij dit proces verbaal gevoegd.

4. Een geschrift, zijnde een vertaling van een MP4 fragment vanuit het Russisch, als bijlage gevoegd bij een geschrift d.d. 24 november 2020 betreffende een ‘aangifte strafbare feiten ex 137c en 137d Sr’ van de Federatie Armeense Organisaties Nederland (blz. 31):

“...dat zij terroristen zijn, dat zij bezetters zijn.

Laten we met zijn allen roepen: Verlaat Karabach. Dit is niet jullie land en dit is nooit jullie land geweest. Onthoud dit goed: We zullen nooit er afstand van doen en we zullen blijven eisen dat jullie uit ons land vertrekken. Als jullie het niet goedschiks doen, dan gaan we het hoe dan ook kwaadschiks doen en het afpakken.

Het is nooit, nooit jullie land geweest. Het wordt nooit jullie land. Onthoud dat. Dit is tijdelijk. Uiteindelijk zal Karabach van ons worden.

We zullen nooit jullie pesterijen vergeten, de pesterijen op de Azerbeidzjanen. Niet alleen maar op de Azerbeidzjanen, maar ook pesterijen van kinderen en ouderen.

Jullie vielen ook Georgië aan. Precies op dezelfde wijze. Exact op dezelfde wijze zoals in 1921 en in het jaar 15.

Jullie zijn de agressors. (In het Armeens vlakbij microfoon zegt een mannelijke stem: Nee, nee ). Niet de Azerbeidzjanen. Dat beweer ik.

Alstublieft, laten we samen roepen: Armeniërs zijn agressors. Armeniërs zijn terroristen. Verlaat Karabach. Verlaat Karabach.

Dank u wel.”

5. De verklaring van de verdachte. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 15 mei 2024 verklaard -zakelijk weergegeven-:

“De vrouw die Russisch sprak eindigde haar toespraak met slogans. Ik spreek Turks en een beetje Nederlands. Die vrouw gebruikte de term Armenia.”

Het hof heeft over de bewezenverklaring verder overwogen:

“Nadere overweging

Op 26 februari 2020 heeft er tegenover de Armeense ambassade in Den Haag een demonstratie plaatsgevonden. Deze demonstratie is georganiseerd door een stichting, waarvan de verdachte voorzitter is. De verdachte heeft zich daar samen met anderen verzameld om te demonstreren met vlaggen en borden, met daarop meerdere leuzen. Uit de beelden blijkt dat de verdachte een megafoon vasthoudt, waar op dat moment een vrouw in het Russisch door spreekt. De verdachte en andere aanwezigen scanderen bepaalde zinnen na. De geuite bewoordingen houden in, zakelijk weergegeven, dat Armeniërs terroristen en agressors zijn en dat zij Karabach moeten verlaten, omdat dit gebied anders van de Armeniërs zal worden afgepakt. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij geen Russisch spreekt en dus niet wist wat de voor hem onbekende vrouw verkondigde. Had hij dit wel geweten, dan had hij haar niet toegestaan deze uitlatingen tijdens de demonstratie te doen. De verdachte kende haar niet en wist van tevoren ook niet dat zij voornemens was iets te gaan zeggen, noch wat de inhoud van haar uitlatingen zou zijn. De verdachte verklaart verder dat hij in haar uitspraken wel het woord ‘Armenië’ dacht te hebben verstaan, maar niet het woord ‘Armeniërs’.

Volgens zijn raadsman was de verdachte weliswaar kritisch op de Armeense regering, maar heeft hij geenszins opgeroepen tot haat dan wel gewelddadig handelen jegens het Armeense ras.

De tenlastegelegde artikelen 137c en 137d van het Wetboek van Strafrecht stellen een specifieke vorm van belediging strafbaar, namelijk discriminatie. Om een strafrechtelijke veroordeling voor een van deze bepalingen toe te laten, moet worden beoordeeld of een dergelijke veroordeling een toegelaten beperking van de vrijheid van meningsuiting vormt. Hiertoe dient te worden beoordeeld of de uitlating naar haar bewoordingen of gelet op de context beledigend is voor een groep of aanzet tot haat of discriminatie, vervolgens of de uitlating in de context waarin zij is gedaan een bijdrage kan leveren aan het publiek debat of een uiting is van artistieke expressie en ten slotte of de uitlating als bijdrage aan het publiek debat of als uiting van artistieke expressie niet onnodig grievend is.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

De gebruikte bewoordingen “Armeniërs zijn terroristen” en “Armeniërs zijn agressors” zijn zonder meer beledigend van aard voor een groep mensen, in dit geval Armeniërs. Zij hebben de strekking Armeniërs bij het publiek in een ongunstig daglicht te stellen en hen aan te randen in hun goede eer en naam. De uitlatingen in de context van de onderhavige demonstratie zijn geen uiting van artistieke expressie noch kunnen zij bijdragen aan enig publiek debat. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de demonstratie plaatsvond op de met het oog op het conflict in de Zuidelijke Kaukasus zeer beladen datum van 26 februari. Dit betekent dat een nadere toetsing van het al dan niet onnodig grievende karakter van de uitlating achterwege kan blijven.

De uitlating “Verlaat Karabach, dit is niet jullie land geweest. Onthoud dit goed: we zullen nooit er afstand van doen en zullen blijven eisen dat jullie uit ons land vertrekken. Als jullie het niet goedschiks doen, dan gaan we het hoe dan ook kwaadschiks doen en het afpakken”, roept zonder meer op tot gewelddadig handelen jegens Armeniërs en wakkert bestaande gevoelens van haat aan. Deze uitlating vertoont grote overeenkomst met eerdere uitspraken van de verdachte, waaronder “Karabach zal het graf van de Armeniërs worden”. Hiervoor is de verdachte reeds eerder veroordeeld. Volgens de Hoge Raad heeft de verdachte hiermee de grenzen van de vrijheid van meningsuiting overschreden.

Het hof overweegt dat de door de verdachte gedane uitlatingen, gelet op de bewoordingen en de context waarin zij zijn gedaan, zonder meer kunnen worden gekwalificeerd als aanzettend tot haat tegen, discriminatie van en gewelddadig optreden tegen een groep mensen wegens hun ras.

Het hof oordeelt op grond van de genoemde feiten en omstandigheden dat ook deze uitlatingen geen bijdrage kunnen leveren aan het publiek debat, noch als uiting van artistieke expressie zijn gedaan.

Het hof is dan ook van oordeel dat de uitspraken gedurende de demonstratie op 26 februari 2020 tegenover de Armeense ambassade in Den Haag de grenzen van de vrijheid van meningsuiting hebben overschreden.

De vraag is vervolgens of deze uitspraken aan de verdachte kunnen worden toegerekend, nu hij ter terechtzitting heeft verklaard dat hij geen Russisch spreekt en daarom ook niet wist wat er door de betrokken vrouw door de megafoon werd gezegd. Hoewel het hof niet kan controleren of de verdachte inderdaad geen Russisch spreekt, stelt het hof wel vraagtekens bij deze verklaring. Het hof acht het namelijk niet aannemelijk dat de verdachte zonder enige kennis van de Russische taal de betrokken teksten na heeft kunnen scanderen. Het hof is desalniettemin van oordeel dat ten aanzien van de gedane uitspraken geen vol opzet aan de zijde van de verdachte kan worden vastgesteld, nu het hof niet kan vaststellen dat de verdachte de uitspraken verstond en begreep.

Het hof is van oordeel dat de verdachte wel voorwaardelijk opzet heeft gehad op het beledigende karakter van de gedane uitlatingen. De verdachte heeft immers verklaard voorzitter te zijn van de Azerbeidzjaanse Culturele Vereniging en van de Azerbeidzjaanse Diaspora gelieerd aan de Azerbeidzjaanse regering. In deze hoedanigheid heeft hij de demonstratie op 26 februari 2020 georganiseerd. Aldaar heeft hij een hem naar zijn zeggen onbekende vrouw toegestaan het woord te voeren. De verdachte heeft de megafoon voor haar vastgehouden en scandeert haar na. Dat de verdachte verklaart dat hij niet had begrepen dat zij het over Armeniërs had in plaats van over Armenië, komt voor zijn rekening. Gelet op de context van de demonstratie en de getoonde borden met zeer negatieve uitspraken jegens de Armeense gemeenschap, had de verdachte minst genomen moeten vermoeden wat de aard en strekking van de uitspraken was, zelfs als hij de Russische taal niet machtig zou zijn. Door ruimte te bieden aan het doen van de uitlatingen en deze na te scanderen, heeft hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat deze een beledigend en discriminerend karakter hadden. De verdachte heeft daarnaast nauw en bewust samengewerkt met de betrokken vrouw, door de megafoon voor haar vast te houden en haar na te scanderen. De tenlastegelegde feiten zijn dan ook in vereniging gepleegd.”

Het hof heeft onder meer het volgende vastgesteld. De verdachte heeft een hem onbekende vrouw toegestaan tijdens een door hem georganiseerde demonstratie het woord te voeren in het Russisch. Hij heeft daartoe een megafoon voor haar vastgehouden. De vrouw heeft in het Russisch gescandeerd dat Armeniërs terroristen en agressors zijn en dat zij Karabach moeten verlaten, omdat dit gebied anders van de Armeniërs zal worden afgepakt.

Het hof heeft overwogen dat het niet kan vaststellen dat de verdachte de uitlatingen verstond en begreep. Het hof heeft desondanks geoordeeld dat de verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op het beledigende en discriminatoire karakter van de gedane uitlatingen. De hiervoor door het hof kennelijk als doorslaggevend in aanmerking genomen omstandigheid dat de verdachte, gelet op de context van de demonstratie en de getoonde borden met zeer negatieve uitspraken jegens de Armeense gemeenschap “minst genomen had moeten vermoeden” wat de aard en de strekking van de uitspraken was, kan dat oordeel echter niet dragen.

De klacht is gegrond. Dat brengt mee dat bespreking van het restant van het cassatiemiddel niet nodig is.

3. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 september 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand