ECLI:NL:HR:2026:1489

ECLI:NL:HR:2026:1489

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 22-09-2026
Datum publicatie 17-09-2026
Zaaknummer 24/04112
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2026:900

Samenvatting

Rijden terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs zijn geldigheid heeft verloren, art. 9.2 (tweede volzin) WVW 1994. Bewijsklacht vereiste dat geen ander rijbewijs is afgegeven. Kan uit de door hof gebruikte bewijsmiddelen volgen dat aan verdachte geen ander rijbewijs is afgegeven, nadat op zijn naam gesteld rijbewijs zijn geldigheid heeft verloren? Voor bewezenverklaring van delict omschreven in art. 9.2 (eerste volzin) WVW 1994 moet uit bewijsvoering o.m. blijken dat na ongeldigverklaring van rijbewijs aan verdachte geen ander rijbewijs is afgegeven. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren aan de hand van gegevens uit rijbewijsregister, waaruit blijkt dat geen geldig rijbewijs van kracht was tijdens besturen door verdachte (vgl. HR:2019:1146). Dit geldt ook voor bewezenverklaring van delict omschreven in art. 9.2 (tweede volzin) WVW 1994. Hof heeft bewezenverklaard dat aan verdachte “geen ander rijbewijs voor besturen van motorrijtuig van betrokken categorie of categorieën was afgegeven”. Dit onderdeel van bewezenverklaring kan echter niet worden afgeleid uit b.m. Bewezenverklaring is daarom ontoereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/04112

Datum 22 september 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 oktober 2024, nummer 21-000510-23, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat L.C. de Lange bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat de bewezenverklaring ontoereikend is gemotiveerd, omdat uit de door het hof gebruikte bewijsmiddelen niet kan volgen dat aan de verdachte geen ander rijbewijs is afgegeven nadat een op zijn naam gesteld rijbewijs zijn geldigheid heeft verloren.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

“hij op 7 oktober 2021 te [plaats] , op de weg, de [a-straat] , als bestuurder een motorrijtuig (bedrijfsauto (bestelauto)), van categorie B heeft bestuurd, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs zijn geldigheid had verloren en dat hij bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs moet voldoen aan de bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 123b, derde lid, gestelde voorwaarden, en aan hem geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven.”

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

“1. Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal artikel 9 Wegenverkeerswet, (...) afgesloten d.d. 7 oktober 2021, opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en [verbalisant 3] (...) inhoudende het onderzoek naar de geldigheid van het rijbewijs van verdachte:

“Op donderdag 7 oktober 2021 om 16:15 uur zagen wij dat de hierna genoemde persoon als bestuurder van een motorrijtuig reed op genoemde weg/locatie. (...) Te weten [verdachte] , [verdachte] geboren [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] in Nederland. (...) Op straat hebben wij telefonisch contact gehad met CBR & CVOM, zij gaven beiden aan dat zij de maatregel ongeldigheid verklaring niet hadden opgelegd. Hierna is telefonisch contact opgenomen met RDW, zij gaven aan dat zij per 10 september 2021 het rijbewijs ongeldig hebben verklaard voor de categorie AM-B.”

2. Een geschrift, te weten de in persoon betekende dagvaarding voor de zitting van 20 februari 2020, (...)met vermelding tweede punt 123b, zakelijk weergegeven:

“Dagvaarding. (...) Naam [verdachte] . Voornamen: [verdachte] . (...) Tweede strafpunt en ongeldigheid rijbewijs. U bent gedagvaard voor het rijden onder invloed van alcohol, drugs, medicijnen of een combinatie daarvan. (...) U bent voor een soortgelijk feit al eerder veroordeeld. U heeft toen een eerste strafpunt gekregen. Als u voor het nieuwe feit in deze dagvaarding wordt veroordeeld, krijgt u een tweede strafpunt. (...) Door het tweede strafpunt wordt uw rijbewijs automatisch ongeldig. U moet uw rijbewijs dan inleveren.”

3. De aantekening van het mondeling arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 7 juli 2021 (...):

“TEGENSPRAAK (...) Uitspraak van mr. [betrokkene 1] , lid van de enkelvoudige strafkamer, van 7 juli 2021 op het hoger beroep tegen het vonnis dat is gewezen in de zaak met parketnummer 96010218-19 tegen de verdachte

naam: [verdachte]

Voornamen: [verdachte]

Veroordeelt de verdachte”

4. Een geschrift, te weten de brief van 9 september 2021 aan verdachte met als onderwerp kennisgeving ongeldigheid rijbewijs veroordeelde, waaruit blijkt dat verdachte niet in cassatie is gegaan tegen het hiervoor bedoelde arrest:

“Bij het onherroepelijk geworden arrest van het gerechtshof in het ressort Arnhem-Leeuwarden van 7 juli 2021 bent u veroordeeld (...) Dit arrest is onherroepelijk geworden op 22 juli 2021.

(...) Hierbij deel ik u mede dat uw rijbewijs als gevolg van deze veroordeling ongeldig is geworden op basis van artikel 123b Wegenverkeerswet 1994. De ongeldigheid is ingegaan op de hiervoor vermelde datum van onherroepelijkheid.”

5. Het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 23 september 2024, betreffende [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] , voor zover inhoudende:

Instantie/zaaknr.

Ressortsparket Arnhem-Leeuwarden 21-001088-20 (Rechtsmiddel van 96-010318-19)

Datum zitting

7 juli 2021 te Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem, zittingsplaats Zwolle

Feit 2

art 9 lid 7 Wegenverkeerswet 1994

Status

Onherroepelijk 22 juli 2021”.

Artikel 9 lid 2 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) luidt:

“Het is degene die weet of redelijkerwijs moet weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen dan wel voor een gedeelte van de geldigheidsduur ongeldig is verklaard, indien aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën is afgegeven, verboden op de weg een motorrijtuig van die categorie of categorieën dan wel gedurende dat gedeelte van de geldigheidsduur te besturen of als bestuurder te doen besturen. Hetzelfde verbod geldt voor degene die weet of redelijkerwijs moet weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs zijn geldigheid heeft verloren en dat hij bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs moet voldoen aan de bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 123b, derde lid, gestelde voorwaarden, tenzij aan hem, nadat hij aan deze voorwaarden heeft voldaan, een ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën is afgegeven.”

Voor een bewezenverklaring van het delict omschreven in de eerste volzin van artikel 9 lid 2 WVW 1994 moet uit de bewijsvoering onder meer blijken dat na de ongeldigverklaring van het rijbewijs aan de verdachte geen ander rijbewijs is afgegeven. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren aan de hand van gegevens uit het rijbewijsregister, waaruit blijkt dat geen geldig rijbewijs van kracht was tijdens het besturen door de verdachte. (Vgl. HR 9 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1146, rechtsoverweging 2.4.3.) Dit geldt ook voor een bewezenverklaring van het delict omschreven in de tweede volzin van artikel 9 lid 2 WVW 1994.

Het hof heeft bewezenverklaard dat aan de verdachte “geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven”. Dit onderdeel van de bewezenverklaring kan echter niet worden afgeleid uit de bewijsmiddelen. De bewezenverklaring is daarom ontoereikend gemotiveerd.

De klacht is gegrond. Dat brengt mee dat bespreking van het restant van het cassatiemiddel niet nodig is.

3. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 september 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand