ECLI:NL:HR:2026:1575

ECLI:NL:HR:2026:1575

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 29-09-2026
Datum publicatie 28-09-2026
Zaaknummer 24/03086
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2026:656
Formele relatie: ECLI:NL:GHSHE:2024:2547

Samenvatting

Gewoonte maken van mensensmokkel (meermalen gepleegd) door 5 personen te helpen met het (met valse documenten) verkrijgen van Nederlandse verblijfsvergunning bij IND, art. 197a.2 jo. 197a.4 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht “wederrechtelijk verblijf”. Kon hof oordelen dat in bewezenverklaring genoemde personen zich wederrechtelijk verblijf in Nederland hebben verschaft? 2. Bewijsklacht “winstbejag”. Kon hof oordelen dat verdachte t.a.v. de niet met naam in tll. genoemde personen uit “winstbejag” heeft gehandeld? Ad 1. Van “wederrechtelijk verblijf” a.b.i. art. 197a.2 Sr is sprake als verblijf plaatsvindt zonder enig subjectief recht of enige bevoegdheid. In art. 197a.2 Sr bedoelde behulpzaamheid moet zijn verleend aan iemand die tot verblijf in Nederland of Schengen-rechtsgebied aan geen rechtsregel (van nationale of internationale herkomst) enige titel kan ontlenen (vgl. HR:2008:BA8499). Hof heeft in zijn bewijsvoering o.m. vastgesteld dat 5 in tll. genoemde en 12 van 14 niet in tll. genoemde, maar wel in dossier vermelde, vreemdelingen een aanvraag voor verblijfsvergunning hebben gedaan o.b.v. valse documenten. O.g.v. deze vaststelling heeft hof geoordeeld dat die personen zich wederrechtelijk verblijf in Nederland hebben verschaft of geprobeerd hebben te verschaffen. Dat oordeel getuigt in het licht van wat hiervoor is vooropgesteld niet van onjuiste rechtsopvatting en het is toereikend gemotiveerd. Daaraan staat niet in de weg dat IND (nog) geen consequenties heeft verbonden aan omstandigheid dat aanvraag is gedaan o.b.v. valse documenten, door intrekken van verblijfsvergunning van aantal in bewezenverklaring bedoelde personen. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG faalt middel. CAG: Hof heeft overwogen dat verdachte een geldelijk voordeel heeft behaald van minimaal € 87.560,57 vanwege smokkelen van 5 in bewezenverklaring met naam genoemde vreemdelingen. Kennelijk om te accentueren dat daarmee niet gezegd is dat dit het volledige voordeel van verdachte is geweest, heeft hof overwogen dat er “aanwijzingen” zijn dat verdachte er hoger bedrag aan over heeft gehouden en er daarbij ook op gewezen dat transacties in relatie tot 14 in tll. niet met naam genoemde koppels niet in dat bedrag zijn meegenomen. Op zichzelf is er daarmee geen direct bewijs geleverd dat verdachte ook voordeel heeft genoten uit zijn behulpzaamheid aan 14 andere koppels. Maar hof heeft o.g.v. gegeven dat verdachte bij 5 in tll. wel met naam genoemde personen zeer aanzienlijk bedrag heeft opgestreken, klaarblijkelijk geoordeeld dat zijn beroepsmatige handelen m.b.t. elk van de in bewezenverklaring betrokken vreemdelingen uit winstbejag (gericht op verrijking) plaatsvond. Dat oordeel is toereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat uit bewijsvoering volgt dat die beroepsmatige behulpzaamheid door verdachte steeds vergelijkbare vormen heeft aangenomen en gelet op ’s hofs overwegingen over georganiseerdheid van handelen van verdachte. Volgt verwerping.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/03086

Datum 29 september 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 7 augustus 2024, nummer 20-002227-23, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal P.T.C. van Kampen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt onder meer over de bewezenverklaring voor zover deze inhoudt dat het ‘verblijf’ van de daarin bedoelde personen ‘wederrechtelijk’ was.

Overeenkomstig de tenlastelegging is ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat:

“hij in de periode van 1 januari 2014 t/m 21 december 2018 in Nederland, te weten (in elk geval):

- [betrokkene 1] , geboren op [geboortedatum] 1979 (AMB-013-01) en

- [betrokkene 2] , geboren op [geboortedatum] 1985 (AMB-008-01) en

- [betrokkene 3] , geboren op [geboortedatum] 1990 (AMB-005-01) en

- [betrokkene 4] , geboren op [geboortedatum] 1976 (AMB-010-01) en

- [betrokkene 5] , geboren op [geboortedatum] 1993 (AMB-009-01),

uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, en/of hen daartoe gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door (voor) hen en/of hun referent(en):

- te voorzien van een gefingeerd dienstverband en/of

- van geld en/of leningen te voorzien en/of

- vliegreizen te boeken en te betalen en/of

- bankrekeningen en/of bankpassen te beheren en/of

- als begeleider op te treden bij het indienen van een aanvraag voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning van de Immigratie- en Naturalisatiedienst,

terwijl hij, verdachte, wist dat dat verblijf wederrechtelijk was en verdachte van het plegen van dit feit een beroep of gewoonte heeft gemaakt.”

Deze bewezenverklaring steunt op onder meer de volgende bewijsvoering:

“Wederrechtelijkheid van het verblijf

Beoordelingskader: wederrechtelijkheid van het verblijf

De desbetreffende bepalingen van de Vreemdelingenwet 2000 en het Vreemdelingenbesluit 2000 hielden ten tijde van de tenlastegelegde periode, voor zover hier van belang, kort weergegeven het volgende in.

In afwachting van de beslissing op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, een bezwaarschrift of beroepschrift heeft een vreemdeling in Nederland rechtmatig verblijf indien bij of krachtens de Vreemdelingenwet of op grond van een rechterlijke beslissing uitzetting achterwege dient te blijven totdat op de aanvraag is beslist (artikel 8 onder f-h Vreemdelingenwet 2000).

Indien een vreemdeling de (on)gehuwde partner is van een persoon die de nationaliteit bezit van een staat die partij is bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie of bij de Overeenkomst betreffende de Europese Ruimte, of van Zwitserland (hierna kortheidshalve te noemen: EU/EER-burgers), de vreemdeling met deze EU/EER-burger een deugdelijk bewezen duurzame relatie heeft en hem/haar naar Nederland begeleidt of zich bij hem/haar in Nederland voegt, heeft de vreemdeling rechtmatig verblijf in Nederland gedurende een periode van drie maanden na inreis indien hij beschikt over een geldig paspoort (artikel 8.7 lid 4 juncto artikel 8.11 lid 2 Vreemdelingenbesluit 2000). Na die drie maanden kan het verblijf van de vreemdeling alleen rechtmatig zijn indien hij binnen een maand een aanvraag indient voor een verblijfsvergunning en hij verblijft bij een EU/EER-burger die, kort gezegd, in Nederland werk heeft of kan bewijzen dat hij/zij werk zoekt en een reële kans heeft op werk, of een opleiding volgt of gaat volgen en/of voor zichzelf en zijn/haar familie beschikt over voldoende middelen van bestaan en een ziektekostenverzekering (artikel 8.13 lid 1 en 2 juncto artikel 8.12 lid 1 Vreemdelingenbesluit 2000).

Artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) zoals dat gold en geldt in de bewezenverklaarde periode stelt strafbaar het verschaffen van toegang, doorreis of verblijf, al dan niet uit winstbejag, tot Nederland of een EU-land terwijl een verdachte weet of kan vermoeden dat die toegang, doorreis of dat verblijf wederrechtelijk is. Ten aanzien van de vijf in de tenlastelegging met naam genoemde vreemdelingen [betrokkene 3] , [betrokkene 2] , [betrokkene 5] , [betrokkene 4] en [betrokkene 1] stelt het hof vast dat zij allen destijds beschikten en wellicht nog steeds beschikken over een verblijfsvergunning die zij ontleenden aan hun duurzame relatie met vijf Spaanse vrouwen, EU-burgers dus. Zoals (zo heeft het hof het begrepen) betoogd door de verdediging en ook één en andermaal op is gewezen door de verdachte, zou het feit dat er in alle vijf gevallen (nog steeds) sprake is van een verblijfsvergunning in de weg staan aan de vaststelling dat er sprake is van wederrechtelijk verblijf.

De vraag die het hof dient te beantwoorden is of de toets van de wederrechtelijkheid in de zin van artikel 197a Sr wordt gehaald voor deze vreemdelingen die een verblijfsvergunning hebben verkregen en aldus in de zin van de Vreemdelingenwet rechtmatig verblijf (kunnen) claimen.

Met de advocaat-generaal bij de Hoge Raad concludeert het hof dat de vraag of de vreemdeling rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van art. 11 Vreemdelingenwet 2000, moet worden onderscheiden van de vraag of het verblijf “wederrechtelijk” is in de zin van art. 197a Sr.

Immers uit het feit dat een verblijfsvergunning die door het verstrekken van onjuiste gegevens is verkregen, zonder meer en met terugwerkende kracht kan worden ingetrokken, volgt dat van een verblijf waarop de betrokkene recht heeft, geen sprake is. Een verblijf dat door een op bedrieglijke wijze verkregen verblijfsvergunning wordt “gedekt”, is met andere woorden niet een verblijf dat in overeenstemming is met de vreemdelingenwetgeving en dus een verblijf dat daarmee (in de zin van Richtlijn 2002/90/EG) “in strijd” is. Een andere uitleg van het bestanddeel wederrechtelijk in art. 197a Sr zou maken dat doel en strekking van de bedoelde Richtlijn wordt gemist. Een verblijf dat wordt “gedekt” door een op bedrieglijke wijze verkregen verblijfsvergunning, is dus wederrechtelijk in de zin van artikel 197a Sr.

Als al overwogen, beschikken de in de tenlastelegging vijf met naam genoemde personen met de Marokkaanse nationaliteit over een verblijfsvergunning op grond van hun relatie met hun partner, een EU-onderdaan.

Het hof concludeert echter dat deze verblijfsvergunningen op bedrieglijke wijze zijn verkregen en overweegt daartoe als volgt.

Vals/vervalste inschrijving bevolkingsregister Ceuta

Ten behoeve van hun aanvraag tot verblijf hebben [betrokkene 1] , [betrokkene 3] en [betrokkene 4] een valse/vervalste verklaring inschrijving bevolkingsregister in Ceuta overgelegd. Immers is gebleken uit onderzoek door de Spaanse autoriteiten dat geen van hen ingeschreven heeft gestaan in het bevolkingsregister van Ceuta.

Vals/vervalst afschrift bankrekening [betrokkene 5] en [betrokkene 6]

Ten behoeve van de aanvraag van [betrokkene 5] stelt het hof vast dat bij de IND een vals/vervalst afschrift is overgelegd van de gezamenlijke rekening met zijn partner [betrokkene 6] . Dit blijkt uit het feit dat het bankafschrift van 22 januari 2017 van de [rekeningnummer] 4110 02 dat zij hebben overgelegd bij de IND een saldo vermeldt van € 19.202,91, terwijl uit onderzoek aan deze bankrekening volgt dat het saldo op de rekening op 22 januari 2017 in werkelijkheid € 452,91 was.

Gefingeerd dienstverband [betrokkene 7]

Ten behoeve van de vergunningsaanvraag van [betrokkene 2] stelt het hof vast dat bij de IND een valse arbeidsovereenkomst van zijn partner [betrokkene 7] bij [A] , een valse werkgeversverklaring en valse salarisspecificaties zijn overgelegd. Uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt immers dat ten aanzien van [betrokkene 7] sprake is van een gefingeerd dienstverband bij [A] , onder meer op grond van de volgende bevindingen:(...)

Valse/vervalste salarisstrook [betrokkene 8]

Ten behoeve van de vergunningsaanvraag van [betrokkene 3] stelt het hof vast dat bij de IND een valse/vervalste salarisstrook over juli 2014 van zijn partner [betrokkene 8] is overgelegd, op grond van de navolgende bevindingen:(...)

Gefingeerd dienstverband [betrokkene 9]

Ten behoeve van de vergunningsaanvraag van [betrokkene 4] stelt het hof vast dat bij de IND een valse arbeidsovereenkomst van zijn partner [betrokkene 9] , valse werkgeversverklaring en valse salarisspecificatie van juni 2015 is overlegd. Uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt immers dat ten aanzien van [betrokkene 9] sprake is van een gefingeerd dienstverband bij [A] , onder meer op grond van de volgende bevindingen:(...)

Gefingeerd dienstverband [betrokkene 10]

Ten behoeve van de vergunningsaanvraag van [betrokkene 1] stelt het hof vast dat bij de IND een valse arbeidsovereenkomst van zijn partner [betrokkene 9] is overgelegd. Uit het in de voetnoot vermelde bewijsmiddel blijkt immers dat ten aanzien van [betrokkene 9] sprake is van een gefingeerd dienstverband bij [A] , op grond van de bevinding dat dit dienstverband in het geheel niet voorkomt in Suwinet.

Tussenconclusie

Door voornoemde valse bescheiden te overleggen hebben de vijf in de tenlastelegging met naam genoemde vreemdelingen kennelijk op bedrieglijke wijze willen aantonen dat sprake is van een duurzame relatie met een EU-partner, respectievelijk voldoende middelen van bestaan hadden dan wel werk en bijbehorend inkomen van voornoemde EU-partner in Nederland; steeds één van de eerdergenoemde vereisten voor (verder) rechtmatig verblijf in Nederland. Reeds op grond daarvan kan worden vastgesteld dat alle in de tenlastelegging genoemde vreemdelingen wederrechtelijk in Nederland verbleven.

(...)

De wederrechtelijkheid van het verblijf van de niet in de tenlastelegging met name genoemde vreemdelingen

Voorts stelt het hof ten aanzien van 12 van de niet in de tenlastelegging met naam genoemde maar wel in het dossier vermelde vreemdelingen, namelijk [betrokkene 11] , [betrokkene 12] , [betrokkene 13] , [betrokkene 14] , [betrokkene 15] , [betrokkene 16] , [betrokkene 17] , [betrokkene 18] , [betrokkene 19] , [betrokkene 20] , [betrokkene 21] en [betrokkene 22] , vast dat zij een aanvraag hebben gedaan bij de IND voor een vergunning tot verblijf, dat zij daartoe een duurzame relatie met een Spaanse partner claimden en dat deze partners gegevens, waaronder bijvoorbeeld een arbeidsovereenkomst met of werkgeversverklaring van [A] , overgelegd hebben om aan te tonen dat zij over inkomen beschikten, terwijl de onderzoeksbevindingen aantonen dat deze arbeidsovereenkomsten vals zijn nu de partners in kwestie in werkelijkheid niet via [A] gewerkt hebben. Van deze 12 vreemdelingen heeft de IND de aanvraag ingewilligd voor: [betrokkene 11] , [betrokkene 12] , [betrokkene 15] en [betrokkene 16] . Van de overige 8 is de aanvraag afgewezen wegens het bestaan van een schijnrelatie of het overleggen van een vervalste arbeidsovereenkomst met [A] .

Conclusie: wederrechtelijkheid verblijf

Op grond van het voorgaande komt het hof tot de conclusie dat alle vijf in de tenlastelegging met naam genoemde vreemdelingen en ook 12 van de 14 van de niet in de tenlastelegging genoemde maar wel in het dossier vermelde vreemdelingen zich wederrechtelijk een verblijf in Nederland hebben verschaft of geprobeerd hebben te verschaffen, nu het aanvragen van een verblijfsvergunning op basis van valse documenten niet kan leiden tot een rechtsgeldige verblijfstitel en in 8 gevallen ook daadwerkelijk geleid heeft tot het weigeren door de IND van de verblijfsvergunning. Het hof verwerpt het verweer van de verdediging ook op dat punt. De omstandigheid dat de volledige dossiers van de vergunningsaanvragen ontbreken, zoals door de raadsman is gesteld, maakt het voorgaande niet anders.

(...)

De door de verdediging genoemde omstandigheid dat de IND in de gevallen van de vijf met naam in de tenlastelegging genoemde vreemdelingen (dan wel de vier niet met naam genoemde vreemdelingen) de verblijfsvergunningen niet heeft ingetrokken, brengt het hof gezien vorenstaande overwegingen niet tot een ander oordeel voor wat betreft de wederrechtelijkheid van het verblijf.”

Artikel 197a lid 2 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) luidt:

“Hij die een ander uit winstbejag behulpzaam is bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen of een staat die is toegetreden tot het in het eerste lid genoemde protocol, of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is, wordt gestraft met (...).”

De tenlastelegging is toegesneden op artikel 197a lid 2 Sr. Daarom moet worden aangenomen dat het in de tenlastelegging en de bewezenverklaring voorkomende begrip ‘wederrechtelijk verblijf’ is gebruikt in de betekenis die dat begrip heeft in artikel 197a lid 2 Sr.

Van ‘wederrechtelijk verblijf’ in de zin van artikel 197a lid 2 Sr is sprake als het verblijf plaatsvindt zonder enig subjectief recht of enige bevoegdheid. De in artikel 197a lid 2 Sr bedoelde behulpzaamheid moet zijn verleend aan iemand die tot het verblijf in Nederland of het Schengen-rechtsgebied aan geen rechtsregel – van nationale of internationale herkomst – enige titel kan ontlenen. (Vgl. HR 15 januari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BA8499.)

Het hof heeft in zijn bewijsvoering onder meer vastgesteld dat de vijf in de tenlastelegging genoemde en twaalf van de veertien niet in de tenlastelegging genoemde, maar wel in het dossier vermelde, vreemdelingen een aanvraag voor een verblijfsvergunning hebben gedaan op basis van valse documenten. Op grond van deze vaststelling heeft het hof geoordeeld dat die personen zich wederrechtelijk een verblijf in Nederland hebben verschaft of geprobeerd hebben te verschaffen. Dat oordeel getuigt in het licht van wat onder 2.5 is vooropgesteld niet van een onjuiste rechtsopvatting en het is toereikend gemotiveerd. Anders dan in de toelichting op het cassatiemiddel naar voren wordt gebracht, staat daaraan niet in de weg dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (nog) geen consequenties heeft verbonden aan de omstandigheid dat de aanvraag is gedaan op basis van valse documenten, door het intrekken van de verblijfsvergunning van een aantal in de bewezenverklaring bedoelde personen.

Voor zover het cassatiemiddel hierover klaagt, faalt het.

3. Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt onder meer over het oordeel van het hof dat de verdachte ten aanzien van de niet met naam in de tenlastelegging genoemde personen uit ‘winstbejag’ heeft gehandeld.

De klacht faalt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.2, 4.2 en 4.3.

4. Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige

De Hoge Raad heeft ook de overige klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat ook deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

5. Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 22 maanden, waarvan 7 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

6. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze 21 maanden en 2 weken, waarvan 7 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president C. Caminada als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 september 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand