ECLI:NL:HR:2026:1580

ECLI:NL:HR:2026:1580

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 02-10-2026
Datum publicatie 01-10-2026
Zaaknummer 24/04331
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHAMS:2024:3363

Samenvatting

Overschrijding van de redelijke termijn; vergoeding immateriële schade door Hof gematigd van € 500 naar € 50; verwijzing in hofuitspraak naar ECLI:NL:HR:2024:853.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 24/04331

Datum 2 oktober 2026

ARREST

in de zaak van

[X] (hierna: belanghebbende)

tegen

het DAGELIJKS BESTUUR VAN COCENSUS

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 8 oktober 2024, nr. 23/1263, op het hoger beroep van belanghebbende en het incidentele hoger beroep van de heffingsambtenaar van de gemeente Haarlemmermeer tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 22/2549) betreffende een ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en een aanslag in de onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2021.

1. Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door G. Gieben, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het dagelijks bestuur van Cocensus (hierna: het Dagelijks Bestuur), vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.

2. Uitgangspunten in cassatie

De Rechtbank heeft het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard. Wegens de overschrijding van de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak in de fase van bezwaar en beroep met afgerond zeven maanden heeft de Rechtbank geoordeeld dat de heffingsambtenaar van de gemeente Haarlemmermeer (hierna: de heffingsambtenaar) een bedrag van € 857,14 (zes zevende van € 1.000) en de Staat (de minister van Justitie en Veiligheid) een bedrag van € 142,86 (een zevende van € 1.000) aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, moeten vergoeden aan belanghebbende.

In verband hiermee heeft de Rechtbank de heffingsambtenaar en de Staat (de minister van Justitie en Veiligheid) veroordeeld in de kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand voor de behandeling van het beroep. De Rechtbank heeft vanwege de ongegrondverklaring van het beroep geen aanleiding gezien de heffingsambtenaar op te dragen het griffierecht te vergoeden aan belanghebbende.

3. De oordelen van het Hof

Naar aanleiding van het incidentele hoger beroep van de heffingsambtenaar heeft het Hof het als regel toepasselijke tarief van € 500 per half jaar overschrijding van de redelijke termijn voor berechting gematigd tot € 50. Het Hof heeft de schadevergoeding die door de heffingsambtenaar moet worden betaald, daarom beperkt tot € 85,72 (zes zevende van € 100).

Aan deze beslissing heeft het Hof ten grondslag gelegd dat de zaak inhoudelijk eenvoudig is, met een relatief gering en puur financieel belang van € 48,72, en is gebaseerd op een gebruikelijke beschikking met een gelding van slechts één belastingjaar, in een procedure zonder (risico op) kosten voor belanghebbende, aangezien de gemachtigde haar diensten verleent op basis van no cure no pay. Het vergoeden van de (veronderstelde) psychische schade van belanghebbende naar het tarief van € 500 per half jaar zou leiden tot een evident ongerechtvaardigde overcompensatie, aldus het Hof.

Het Hof heeft het hoger beroep van belanghebbende gegrond verklaard voor zover hij klaagt over de hiervoor in 2.2 vermelde beslissing van de Rechtbank dat hij geen recht heeft op vergoeding van het griffierecht. Onder verwijzing naar wat de Hoge Raad heeft overwogen in zijn arrest van 31 mei 2024, ECLI:NL:HR:2024:567, heeft het Hof de heffingsambtenaar opgedragen het griffierecht dat belanghebbende voor de behandeling van het beroep heeft betaald, aan belanghebbende te vergoeden. Het Hof heeft de heffingsambtenaar in verband hiermee veroordeeld in de proceskosten in verband met de behandeling van het hoger beroep van belanghebbende en hem opgedragen het voor het hoger beroep betaalde griffierecht aan belanghebbende te vergoeden. Het Hof heeft aanleiding gezien om op grond van artikel 2, lid 2 en lid 3, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, al dan niet in samenhang bezien, de vergoeding voor de kosten van het hoger beroep te matigen tot een bedrag van € 60.

4. Beoordeling van de middelen

Het tweede middel is gericht tegen de hiervoor in 3.1 en 3.2 vermelde oordelen van het Hof over de hoogte van de vergoeding van immateriële schade. Het middel slaagt op de gronden vermeld in rechtsoverwegingen 4.2.1 tot en met 4.2.3 van het arrest van de Hoge Raad van 8 augustus 2025, ECLI:NL:HR:2025:1122.

De Hoge Raad heeft ook de overige klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

Gelet op wat hiervoor in 4.1 is beslist, kan de bestreden uitspraak niet in stand blijven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen door de uitspraak van de Rechtbank te bevestigen voor zover deze de vergoeding van immateriële schade betreft.

5. Proceskosten

Het Dagelijks Bestuur zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, en de heffingsambtenaar in de kosten van het geding voor het Hof, voor zover die kosten het incidentele hoger beroep betreffen.

De Hoge Raad zal de vergoeding van de proceskosten ter zake van deze cassatieprocedure berekenen met inachtneming van de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm. Het geval van belanghebbende is namelijk niet aan te merken als een bijzonder geval als bedoeld in rechtsoverweging 3.5.2 van het arrest van de Hoge Raad van 17 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:46, aangezien volgens de gemachtigde van belanghebbende geen bewijs ervan kan worden geleverd dat haar bedrijfsmodel in het jaar 2024 niet voldoet aan de kenmerken zoals bedoeld in rechtsoverweging 3.5.1 van dat arrest. Aangezien dit arrest niet inhoudt dat de bestreden besluiten (de WOZ-beschikking en een aanslag in de onroerendezaakbelastingen) worden vernietigd of gewijzigd, zal hierbij de vermenigvuldigingsfactor 0,10 worden toegepast, zoals bedoeld in artikel 30a, lid 2, letter b, van de Wet waardering onroerende zaken.

6. Beslissing

De Hoge Raad:

- verklaart het beroep in cassatie gegrond,

- vernietigt de uitspraak van het Hof, maar uitsluitend voor zover deze betreft de vergoeding van immateriële schade, en voor zover daarin ontbreekt een veroordeling van de heffingsambtenaar van de gemeente Haarlemmermeer in de kosten van belanghebbende voor het incidentele hoger beroep,

- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank, voor zover deze de vergoeding van immateriële schade betreft,

- draagt het dagelijks bestuur van Cocensus op aan belanghebbende te vergoeden het griffierecht dat belanghebbende voor de behandeling van het beroep in cassatie heeft betaald van € 138,

- veroordeelt het dagelijks bestuur van Cocensus in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op € 187 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en

- veroordeelt de heffingsambtenaar van de gemeente Haarlemmermeer in de kosten van belanghebbende voor het geding voor het Hof betreffende het incidentele hoger beroep, vastgesteld op € 934 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NLF 2026/2040 NDFR Nieuws 2026/1498 Viditax (FutD) 2026100203
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand