HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 26/01989
Datum 9 oktober 2026
ARREST
op het door [X] B.V. (hierna: belanghebbende), vertegenwoordigd door R.A. Kruis, ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 april 2026, nr. BK-ARN 24/2006.
1. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 26 juni 2026 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht. Daarbij is het bedrag van het griffierecht genoemd en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres. Het griffierecht is binnen die termijn niet volledig betaald.
De griffier heeft op 29 juli 2026 een bericht in het digitale dossier van belanghebbende geplaatst waarbij belanghebbende in de gelegenheid is gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald.
Belanghebbende heeft van de hiervoor bedoelde gelegenheid gebruik gemaakt. Hetgeen belanghebbende in haar bericht van 7 augustus 2026 heeft aangevoerd, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest. Het cassatieberoep moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet ontvankelijk worden verklaard.
2. Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2026.