HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 25/02359
Datum 16 oktober 2026
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: M.E. Bruning,
tegen
1. STICHTING WAARDEVASTGOED HOLLAND V.,
gevestigd te Noordwijk,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de Stichting,
advocaat: M.H. Visscher,
2. WAARDEVASTGOED HOLLAND V C.V. (in liquidatie),
gevestigd te Vianen,
3. ORABEL B.V.,
gevestigd te Rijnsburg,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna: C.V. en Orabel,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/09/637143 / HA ZA 22-901 van de rechtbank Den Haag van 25 januari 2023 en 22 maart 2023;
b. het arrest in de zaak 200.332.989/01 van het gerechtshof Den Haag van 1 april 2025.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De Stichting heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
Tegen C.V. en Orabel is verstek verleend.
De zaak is voor de Stichting toegelicht door haar advocaat. De bijlage die bij de schriftelijke toelichting van de Stichting is gevoegd, bevat gegevens van feitelijke aard die in feitelijke instanties niet in het geding waren. De Hoge Raad zal daarom op deze bijlage geen acht slaan.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Stichting begroot op € 905,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan, en aan de zijde van C.V. en Orabel begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 16 oktober 2026.