ECLI:NL:HR:2026:1699

ECLI:NL:HR:2026:1699

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 16-10-2026
Datum publicatie 16-10-2026
Zaaknummer 26/01954
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHAMS:2025:3428

Samenvatting

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 26/01954

Datum 16 oktober 2026

ARREST

op het door [X] (hierna: belanghebbende) ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 29 augustus 2025, nrs. 24/3863 en 24/3864.

1. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Blijkens een tot het procesdossier behorend stuk heeft de griffier van het Hof een afschrift van die uitspraak aangetekend aan belanghebbende verzonden op 9 september 2025.

Uit een door de griffier van de Hoge Raad op het beroepschrift in cassatie gestelde aantekening blijkt dat dit beroepschrift op 22 mei 2026 bij de griffie van de Hoge Raad is ontvangen.

Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 21 oktober 2025. Het is evenmin tijdig ingediend in de zin van artikel 6:9, lid 2, Awb.

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 24 juli 2026 in de gelegenheid gesteld binnen vier weken mee te delen waarom de beroepstermijn is overschreden. Hetgeen belanghebbende aanvoert in zijn brieven van 17 juli 2026 en van 2 augustus 2026, door de Hoge Raad ontvangen op respectievelijk 28 juli 2026 en 7 augustus 2026, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest. De reactie van belanghebbende voorzien van dagtekening van 15 augustus 2026 laat de Hoge Raad buiten beschouwing aangezien die pas na het verstrijken van de termijn, namelijk op 27 augustus 2026, door de Hoge Raad is ontvangen.

Het beroep in cassatie moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

2. Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NDFR Nieuws 2026/1589
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand