ECLI:NL:HR:2026:1755

ECLI:NL:HR:2026:1755

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 27-10-2026
Datum publicatie 27-10-2026
Zaaknummer 26/01713
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2026:904

Samenvatting

Herziening. Snelheidsovertreding, art. 21.a RVV 1990. Aangevoerd wordt dat aanvrager bij eerder arrest van hof in andere zaak is veroordeeld voor hetzelfde feit als waarvoor aanvrager bij arrest in deze zaak is veroordeeld (ne bis in idem), art. 457.1.c Sv. Is aanvrager 2 maal veroordeeld voor hetzelfde feit, nu hij op 1 weg 2 verkeersborden heeft genegeerd en voor beide overtredingen is gedagvaard? Om redenen vermeld in CAG moet wat in aanvraag wordt aangevoerd, worden aangemerkt als gegeven a.b.i. art. 457.1.c Sv en is aanvraag gegrond. Omdat na verwijzing geen ander oordeel mogelijk zal zijn dan dat ‘s hofs arrest zal worden vernietigd en OvJ alsnog niet-ontvankelijk zal worden verklaard in vervolging, zal HR deze verwijzing achterwege laten en OvJ n-o verklaren in vervolging. HR verklaart OvJ n-o in vervolging.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 26/01713 H

Datum 27 oktober 2026

ARREST

op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 januari 2026, nummer 21-000010-25, ingediend door de advocaat Y. Finani,

namens

[aanvrager] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003,

hierna: de aanvrager.

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

Het hof heeft in hoger beroep – met vernietiging van een vonnis van de kantonrechter in de rechtbank – de aanvrager bij arrest van 19 januari 2026 voor overtreding van het bepaalde bij artikel 21, aanhef en onder a, van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 veroordeeld tot een (deels voorwaardelijke) geldboete en tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van twee maanden.

2. De aanvraag tot herziening

De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De aanvraag berust op de stelling dat sprake is van een gegeven als bedoeld in artikel 457 lid 1, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). In de aanvraag wordt daartoe in de kern aangevoerd dat de aanvrager bij arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 9 september 2025 in de zaak met parketnummer 21-002310-24 is veroordeeld voor hetzelfde feit als waarvoor de aanvrager bij het onder 1 genoemde arrest in de zaak met parketnummer 21-000010-25 is veroordeeld. Als het hof dat het arrest heeft gewezen waarvan herziening wordt verzocht met de onherroepelijke veroordeling bekend was geweest, zou dat hebben geleid tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging van de aanvrager.

3. De conclusie van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot gegrondverklaring van de aanvraag tot herziening, tot vernietiging van de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 januari 2026 en van de uitspraak van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland van 25 november 2024, en tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging van de aanvrager ter zake van het tenlastegelegde.

4. Beoordeling van de aanvraag

Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, volgens artikel 457 lid 1, aanhef en onder c, Sv alleen dienen een met stukken onderbouwd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat, als dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.

Wat in de aanvraag wordt aangevoerd, moet worden aangemerkt als een gegeven als bedoeld in artikel 457 lid 1, aanhef en onder c, Sv. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal. De aanvraag is daarom gegrond. Omdat na verwijzing geen ander oordeel mogelijk zal zijn dan dat het arrest van het hof van 19 januari 2026 zal worden vernietigd en de officier van justitie alsnog niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vervolging, zal de Hoge Raad deze verwijzing achterwege laten en de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in de vervolging.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

- verklaart de aanvraag tot herziening gegrond;

- vernietigt het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 januari 2026 in de zaak met parketnummer 21-000010-25 tegen de aanvrager;

- vernietigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland van 25 november 2024 in de zaak met parketnummer 96-104189-24 tegen de aanvrager;

- verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van de aanvrager voor het in de zaak met parketnummer 96-104189-24 tenlastegelegde.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 oktober 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand