HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/03804 P
Datum 10 februari 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof te Amsterdam van 10 maart 2009, nummer 23-000783-07, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
hierna: de betrokkene.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft de advocaat W.F.J. Kramer bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing naar het hof Amsterdam opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof het openbaar ministerie ten onrechte ontvankelijk heeft verklaard in de ontnemingsvordering en klaagt daarnaast over de beslissing van het hof tot het verlenen van verstek tegen de niet-verschenen betrokkene.
Voor de beoordeling van dit cassatiemiddel is het van belang dat de Hoge Raad kan kennisnemen van wat er tijdens het onderzoek op de terechtzitting aan de orde is geweest. Uit de in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5.2 weergegeven brief blijkt dat het proces-verbaal van de terechtzitting niet beschikbaar is in deze zaak. Daarom kan niet worden beoordeeld of het cassatiemiddel terecht is voorgesteld en kan de uitspraak van het hof niet in stand blijven.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 februari 2026.