HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 22/01409
Datum 13 februari 2026
ARREST
in de zaak van
[X] B.V. (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 8 maart 2022, nr. 20/00531, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 18/1767) betreffende aan belanghebbende uitgereikte uitnodigingen tot betaling van douanerechten en omzetbelasting, en de daarbij gegeven beschikking inzake rente op achterstallen.
1. Geding in cassatie
Belanghebbende, vertegenwoordigd door J.A. Biermasz, A. Wolkers en F. Taptik, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P] , heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
2. Uitgangspunten in cassatie
In de periode 30 januari 2014 tot en met 23 juni 2016 heeft belanghebbende douaneaangiften gedaan voor het brengen in het vrije verkeer van goederen die volgens deze aangiften moeten worden ingedeeld onder post 3305 van de Gecombineerde Nomenclatuur (tekst van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2016; hierna: de GN). Post 3305 van de GN ziet volgens de Nederlandse taalversie op “haarverzorgingsmiddelen”. In de aangiften is postonderverdeling 3305 90 00 van de GN opgegeven met een bijbehorend tarief van douanerechten van nul procent.
De hiervoor bedoelde goederen betreffen een kleurloze heldere vloeistof in een plastic flesje (100 ml), verpakt in een doosje, dat is bestemd om luizen en neten in hoofdharen van mensen te bestrijden (hierna: het product). De vloeistof bestaat voor ten minste 99 procent uit dimeticon (polydimethylsiloxaan). Daarnaast bestaat de vloeistof voor maximaal 0,25 procent uit tocopheryl acetate (vitamine E), voor maximaal 0,25 procent uit prunus armeniaca (abrikoospitolie) en voor maximaal 0,25 procent uit prunus dulcis (amandelolie).
Het product wordt aangeprezen als een niet-chemische methode om hoofdluizen en neten te bestrijden. De vloeistof moet op droog haar worden aangebracht en ongeveer vijftien minuten inwerken. De aanwezige hoofdluizen en neten raken door de stof dimeticon (polydimethylsiloxaan) afgesloten van zuurstof en daardoor verstikt. Daarna moeten de haren met een netenkam worden uitgekamd om de hoofdluizen en de neten te verwijderen.
De Inspecteur heeft zich naar aanleiding van een controle na invoer op het standpunt gesteld dat het product als insectendodend middel als vermeld in post 3808 van de GN moet worden aangemerkt, en heeft het product ingedeeld in postonderverdeling 3808 91 90 van de GN met een bijhorend tarief van 6 procent. Op die grond zijn van belanghebbende de méér verschuldigde douanerechten en omzetbelasting nagevorderd.
De Rechtbank heeft geoordeeld dat het product niet met toepassing van algemene indelingsregel 1 van de GN kan worden ingedeeld onder post 3305 van de GN omdat het geen haarverzorgingsproduct als bedoeld in deze tariefpost is. Zij heeft het product met toepassing van algemene indelingsregel 1 ingedeeld onder post 3808 van de GN omdat het product is gericht op het doden van luizen en neten.
3. De oordelen van het Hof
Voor het Hof was in geschil of het product moet worden ingedeeld in postonderverdeling 3305 90 00 van de GN (standpunt belanghebbende) of in postonderverdeling 3808 91 90 van de GN (standpunt Inspecteur).
Het Hof heeft in de eerste plaats geoordeeld dat het product op grond van algemene indelingsregel 1 van de GN vatbaar is voor indeling onder post 3305 van de GN. Daartoe heeft het Hof overwogen dat in de authentieke Engelse en Franse taalversies van het Geharmoniseerde Systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen (hierna: het GS) wordt gesproken over “preparaat voor gebruik op het haar”, respectievelijk “preparaten voor het haar”. Het staat vast dat het product uitsluitend is bestemd om op het haar te worden aangebracht teneinde luizen en neten te doden. Uitgaande van de hiervoor weergegeven bewoordingen van het GS kan het product naar het oordeel van het Hof met toepassing van indelingsregel 1 onder post 3305 van de GN worden ingedeeld. De omstandigheid dat de Nederlandse vertaling van het GSde term haarverzorgingsmiddelen gebruikt, staat volgens het Hof niet aan dit oordeel in de weg. Zo voor indeling onder post 3305 van de GN al vereist zou zijn dat het een verzorgend haarproduct betreft, is het Hof van oordeel dat het doden van in of op het haar aanwezige luizen en neten kan worden aangemerkt als ‘haarverzorging’.
In de tweede plaats heeft het Hof geoordeeld dat het product met toepassing van algemene indelingsregel 1 van de GN ook vatbaar is voor indeling onder post 3808 van de GN. Het standpunt van belanghebbende dat in de authentieke Engelse en Franse taalversie van het GS wordt gesproken over insecticides en niet over insectendodende middelen en een product daarom giftige stoffen moet bevatten om te kunnen worden ingedeeld onder post 3808 van de GN, heeft het Hof verworpen. Uit de toelichting van de Werelddouaneorganisatie (hierna: de WDO) op post 38.08 van het GS volgt naar het oordeel van het Hof dat onder die post een breed scala aan producten valt en dat deze producten het beoogde (dodelijke) resultaat bereiken “by nerve poisoning, by stomach poisoning, by asphyxiation or by odour, etc.”. De afwezigheid van gifstoffen staat daarom niet in de weg aan indeling onder post 3808 van de GN, aldus het Hof.
Omdat het product met toepassing van algemene indelingsregel 1 van de GN onder twee posten van de GN kan worden ingedeeld, is het Hof vervolgens aan toepassing van algemene indelingsregel 3 van de GN toegekomen. Volgens algemene indelingsregel 3a van de GN heeft de post met de meest specifieke omschrijving voorrang boven posten met een meer algemene strekking. Bij vergelijking van de bewoordingen van post 3305 van de GN met de bewoordingen van post 3808 van de GN kan volgens het Hof niet worden gezegd dat de omschrijving van de ene post meer specifiek is dan die van de andere post. Post 3305 van de GN onderscheidt zich weliswaar van post 3808 van de GN doordat in de eerstgenoemde post is vermeld waar het product dient te worden toegepast (in het haar/op het hoofd), maar daar staat tegenover dat in laatstgenoemde post tot uitdrukking is gebracht met welk oogmerk het product wordt toegepast (het doden van insecten), aldus het Hof.
Omdat de beide in aanmerking komende posten betrekking hebben op het gehele product en niet slechts op een samenstellend deel daarvan, wordt niet toegekomen aan toepassing van algemene indelingsregel 3b van de GN, aldus het Hof. Bij deze stand van het geding moet het product naar het oordeel van het Hof met toepassing van algemene indelingsregel 3c van de GN worden ingedeeld onder de post die in volgorde van nummering het laatst is geplaatst, in dit geval dus onder post 3808 van de GN.
Aan het oordeel dat het product onder post 3808 van de GN moet worden ingedeeld, staat volgens het Hof niet in de weg het indelingsadvies 3305.10/2 van de WDO, waarbij een luizenshampoo met gifstoffen is ingedeeld onder post 33.05 van het GS, reeds omdat de vloeistof niet een shampoo is. Volgens het Hof vindt deze tarifering haar verklaring in de toelichting van de WDO op post 33.05 van het GS, waarin – uitsluitend met betrekking tot shampoos – is vermeld:
“All these shampoos may contain subsidiary pharmaceutical or disinfectant constituents, even if they have therapeutic or prophylactic properties (see Note 1 (e) to Chapter 30).”
Het Hof heeft verder gewezen op de indelingsadviezen 3808.91/2 en 3808.91/3 van de WDO waarin luizenlotions zijn ingedeeld onder post 38.08 van het GS. In deze indelingsadviezen kan steun worden gevonden voor het oordeel dat het product onder post 3808 van de GN moet worden ingedeeld, aldus het Hof.
4. Rechtskader
4.1.1 Afdeling VI van de GN draagt het opschrift “Producten van de chemische en van de aanverwante industrieën”. Het omvat de hoofdstukken 28 tot en met 38 van de GN.
4.1.2 Aantekening 2 op Afdeling VI luidt als volgt:
“2 Behoudens het bepaalde in aantekening 1 hiervoor, moeten alle producten die behoren tot een der posten 3004, 3005, 3006, 3212, 3303, 3304, 3305, 3306, 3307, 3506, 3707 of 3808, hetzij omdat ze zijn opgemaakt voor de verkoop in het klein, hetzij omdat ze voorkomen in afgemeten hoeveelheden, worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van de nomenclatuur.”
4.2.1 Hoofdstuk 33 van de GN draagt het opschrift “Etherische oliën en harsaroma’s; parfumerieën, toiletartikelen en cosmetische producten”.Post 3305 van de GN luidt als volgt:
“3305 Haarverzorgingsmiddelen
3305 10 00 – shampoo
3305 20 00 – permanent-haargolfpreparaten en preparaten voor het ontkrullen van het haar
3305 30 00 – haarlak
3305 90 00 – andere”
4.2.2 Post 3305 van de GN luidt in de Franse taalversie “Préparations capillaires” en in de Engelse taalversie “Preparations for use on the hair”. Deze bewoordingen zijn identiek aan de bewoordingen van post 33.05 van het GS.
4.2.3 Aantekening 3 op hoofdstuk 33 van de GN luidt als volgt:
“3. De posten 3303 tot en met 3307 omvatten onder meer al dan niet vermengde producten (ander dan gedistilleerd aromatisch water en waterige oplossingen van etherische oliën), geschikt om als product van deze posten te worden gebruikt en die met het oog hierop zijn opgemaakt voor de verkoop in het klein.”
4.2.4 De toelichting van de WDO op hoofdstuk 33 van het GS vermeldt onder meer het volgende:
“The products of headings 33.03 to 33.07 remain in these headings whether or not they contain subsidiary pharmaceutical or disinfectant constituents, or are held out as having subsidiary therapeutic or prophylactic value (see Note 1 (e) to Chapter 30). However, prepared room deodorisers remain classified in heading 33.07 even if they have disinfectant properties of more than a subsidiary nature.”
4.2.5 De toelichting van de WDO op post 33.05 van het GS luidt in de Engelse taalversie als volgt:
“This heading covers:
(1) Shampoos, containing soap or other organic surface-active agents (see Note 1 (c) to Chapter 34), and other shampoos. All these shampoos may contain subsidiary pharmaceutical or disinfectant constituents, even if they have therapeutic or prophylactic properties (see Note 1 (e) to Chapter 30).
(2) Preparations for permanent waving or straightening.
(3) Hair lacquers (sometimes known as “hair sprays”).
(4) Other hair preparations, such as brilliantines; hair oils, creams (“pomades”) and dressings; hair dyes and bleaches used on the hair; cream-rinses.
Preparations applied to hair on parts of the human body other than the scalp are excluded (heading 33.07).”
4.2.6 GS-tarifering 3305.10/2 (GS2012) luidt als volgt:
“2. Shampoo containing 1.10 % depallethrin (active ingredient), 4.40 % piperonyl butoxide (synergist for the active ingredient), anionic, non-ionic and amphoteric surface-active agents, sodium benzoate (preservative), citric acid and water. The product is packaged for retail sale in a 125-ml plastics bottle, which itself is packaged in a paperboard box. Both the bottle and box indicate that the product is a "shampoo for treating lice and nits on the scalp (head lice)" and that it is used in the same manner as other shampoos. Application of GIR 1, Note 1 (e) to Chapter 30 and Note 3 to Chapter 33. Adoption: 1999”.
4.2.7 De GN-toelichting op postonderverdeling 3305 90 00 van de GN vermeldt het volgende:
“Deze onderverdeling omvat onder meer haarlotions; dit zijn haarverzorgingsmiddelen die in vloeibare vorm op het haar moeten worden aangebracht om op het haar zelf of op de hoofdhuid in te werken. In het algemeen gaat het om waterige of alcoholische oplossingen.”
4.3.1 Hoofdstuk 38 van de GN draagt het opschrift “Diverse producten van de chemische industrie”. Post 3808 van de GN luidt, voor zover van belang, als volgt:
“3808 Insectendodende middelen, rattenbestrijdingsmiddelen, schimmelwerende middelen, onkruidbestrijdingsmiddelen, middelen om het kiemen tegen te gaan, middelen om de plantengroei te regelen, desinfecteermiddelen en dergelijke producten, opgemaakt in vormen of verpakkingen voor de verkoop in het klein, dan wel voorkomend als bereidingen of in de vorm van artikelen zoals zwavelbanden, zwavellonten, zwavelkaarsen en vliegenvangers:
3808 00 - goederen bedoeld bij aanvullende aantekening 1 op dit hoofdstuk
- andere
3808 91 – – insectendodende middelen:
3808 91 10 --- op basis van pyretroïden
3808 91 20 --- op basis van gechloreerde koolwaterstoffen
3808 91 30 --- op basis van carbamaten
3809 91 40 --- op basis van organische fosforverbindingen
3808 91 90 – – – andere (…)”
4.3.2 Het als eerste vermelde product in de opsomming van post 3808 van de GN, insectendodende middelen, en ook in die van post 38.08 van het GS luiden in de Franse en de Engelse taalversie: insecticides.
4.3.3 De toelichting van de WDO op post 38.08 van het GS vermeldt, voor zover van belang, het volgende:
“This heading covers a range of products (other than those having the character of medicaments, including veterinary medicaments ‑ heading 30.03 or 30.04) intended to destroy pathogenic germs, insects (mosquitoes, moths, Colorado beetles, cockroaches, etc.), mosses and moulds, weeds, rodents, wild birds, etc. Products intended to repel pests or used for disinfecting seeds are also classified here.
These insecticides, disinfectants, herbicides, fungicides, etc., are applied by spraying, dusting, sprinkling, coating, impregnating, etc., or may necessitate combustion. They achieve their results by nerve‑poisoning, by stomach‑poisoning, by asphyxiation or by odour, etc.
(…)These products are classified here in the following cases only:(1) When they are put up in packings (such as metal containers or paperboard cartons) for retail sale as disinfectants, insecticides, etc., or in such forms (e.g., in balls, strings of balls, tablets or plates) that there can be no doubt that they will normally be sold by retail. Products put up in these ways may or may not be mixtures. The unmixed products are mainly chemically defined products which would otherwise fall in Chapter 29, e.g., naphthalene, or 1,4-dichlorobenzene.
(...)
(3) When they are put up in the form of articles such as sulphur-treated bands, wicks and candles (for disinfecting and fumigating vats, living quarters, etc.), fly-papers (including those coated with glue not containing poisonous matter), grease bands for fruit trees (including those not containing poisonous matter), papers impregnated with salicylic acid for preserving jams, papers or small wooden sticks coated with lindane (ISO, INN) and acting by combustion, etc (…)
The products of heading 38.08 can be divided into the following groups:
(I) Insecticides
Insecticides include not only products for killing insects, but also those having a repellent or attractant effect. The products may be in a variety of forms such as sprays or blocks (against moths), oils or sticks (against mosquitoes), powder (against ants), strips (against flies), cyanogen gas absorbed in diatomite or paperboard (against fleas and lice).
Many insecticides are characterised by their mode of action or method of use. Among these are:
- insect growth regulators: chemicals which interfere with biochemical and physiological processes in insects.
- fumigants: chemicals which are distributed in the air as gases.
- chemosterilants: chemicals used to sterilise segments of an insect population.
- repellents: substances which prevent insect attack by making their food or living conditions unattractive or offensive.
- attractants: used to attract insects to traps or poisoned baits.(…)”
4.3.4 De GS-tariferingen 3808.91/2 en 3808.91/3 (GS2012) luiden als volgt:
“2. Antiparasite lotion containing 1.8 % depallethrin (active ingredient), 7.2 % piperonyl butoxide (synergist for the active ingredient), isododecane and propellant gas HFA134a. The product is packaged for retail sale in a 125 ml bottle of plastics, which itself is packaged in a paperboard box. Both the bottle and box indicate that the product is recommended for treating lice and nits on the scalp (head lice) and that it should be applied once only onto the scalp on dry hair in a ventilated place. After the product is used, the head should be washed with a gentle shampoo that makes removal of the dead nits easier. Application of GIRs 1 and 6. Adoption: 2012.”
3. Antiparasite lotion containing 1.0 % permethrin (active ingredient), 0.5 % malathion (active ingredient), 4.0 % piperonyl butoxide (synergist for the active ingredient), isododecane and propellant gas HFA134a. The product is packaged for retail sale in a 125-ml bottle of plastics, which itself is packaged in a paperboard box. Both the bottle and box indicate that the product is recommended for treating lice and nits on the scalp (head lice) and that it should be applied once only onto the scalp on dry hair in a ventilated place. After the product is used, the head should be washed with a gentle shampoo that makes removal of the dead nits easier. Application of GIRs 1 and 6. Adoption: 2012.”
4.3.5 Verordening (EG) nr. 2147/2001 van de Commissie van 31 oktober 2001 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur bepaalt in artikel 1 dat het goed omschreven in kolom 1 van de tabel in de GN wordt ingedeeld onder de corresponderende GN-code vermeld in kolom 2 van voornoemde tabel. Die tabel luidt:
5. Beoordeling van het middel
Het middel richt zich tegen de hiervoor in 3.2.2 tot en met 3.6 weergegeven oordelen van het Hof.
Het meest ver strekkende middelonderdeel bestrijdt het oordeel van het Hof dat het product met toepassing van algemene indelingsregel 1 van de GN vatbaar is voor indeling onder post 3808 van de GN. Het voert aan dat uit de authentieke Engelse en Franse taalversies van post 38.08 van het GS en die van de GN volgt dat deze tariefpost betrekking heeft op insecticides. Volgens het middelonderdeel wordt naar algemeen spraakgebruik onder insecticide een chemisch bestrijdingsmiddel verstaan. Dat wordt volgens het middel bevestigd door de omschrijvingen in de postonderverdelingen van 3808 van de GN waarin stoffen worden genoemd die als insecticides bekend staan. Aangenomen moet worden dat het ook in postonderverdeling 3808 91 90 van de GN, als restpost van insectendodende middelen, moet gaan om stoffen die als insecticides bekend staan. De afwezigheid van gifstoffen staat daarom aan de indeling onder post 3808 van de GN in de weg. De door het Hof aangehaalde GS-toelichting zegt enkel wat over de verschillende manieren waarop een insectendodend middel kan doden. De manier van doden is niet hetzelfde als de werkzame stof waarmee wordt gedood. Daaruit volgt nog niet dat dit doden (dat op verschillende wijzen kan plaatsvinden) niet door een insecticide moet geschieden, aldus nog steeds het middelonderdeel.
Bij de beoordeling van het middelonderdeel wordt het volgende in aanmerking genomen. Post 38.08 van het GS ziet op door de chemische industrie geproduceerde middelen ter bestrijding van – onder meer – insecten. Het begrip insecticide is in het GS niet nader omschreven. Voor de uitleg en toepassing van een in een Nederlandse vertalingopgenomen begrip in het GS kan, gelet op de internationale basis van de regelgeving – anders dan waarvan het middelonderdeel uitgaat – niet het algemeen spraakgebruik in Nederland doorslaggevend zijn. Verder geldt dat de toelichtingen op het GS weliswaar niet bindend zijn, maar wel belangrijke instrumenten vormen ter verzekering van de uniforme toepassing van het gemeenschappelijk douanetarief, die als zodanig nuttige gegevens bevatten voor de uitlegging daarvan. De Hoge Raad deelt de opvatting van het Hof dat de hiervoor in 4.3.3 weergegeven toelichting van de WDO op post 38.08 van het GS steun biedt voor de uitleg van post 38.08 van het GS waarbij indeling van een product als insectendodend middel niet is beperkt tot producten waarvan de werkzame stof een toxische werking heeft. Ook miskent het middelonderdeel met het hiervoor in 5.2.1 weergegeven betoog dat de onderverdelingen van een post in het GS niet verder reiken dan tot op 6-cijferig niveau. In de omstandigheid dat de Europese Commissie onder de in de GN overgenomen postonderverdeling 3808.91 van het GS vier onderverdelingen tot op 8-cijferniveau heeft gemaakt met in elk daarin benoemd specifiek werkzame stoffen die wel een toxische werking hebben, kan dan ook geen bevestiging zijn van de door het middelonderdeel verdedigde opvatting dat post 38.08 van het GS is beperkt tot middelen die insecten doden door middel van een toxische werking. Die omstandigheid bevestigt evenmin de opvatting dat postonderverdeling 3808 91 90 van de GN met de omschrijving “andere”, als restcategorie van postonderverdeling 3808 91 van de GN uitsluitend producten bevat die door een toxische werking insecten doden. Het middel faalt dus in zoverre.
Voor het geval de Hoge Raad komt tot bevestiging van het oordeel van het Hof dat het product met toepassing van algemene indelingsregel 1 van de GN vatbaar is voor indeling onder post 3808 van de GN, bestrijdt het middel de hiervoor in 3.3 en 3.4 weergegeven oordelen van het Hof over toepassing van algemene indelingsregel 3 van de GN. Daarbij neemt het middel tot uitgangspunt dat het Hof terecht heeft geoordeeld dat het product met toepassing van algemene indelingsregel 1 van de GN vatbaar is voor indeling onder post 3305 van de GN.De Staatssecretaris heeft zich met betrekking tot dit middelonderdeel in de eerste plaats verweerd met het standpunt dat het Hof ten onrechte aan toepassing van algemene indelingsregel 3 van de GN is toegekomen. Hij bestrijdt het hiervoor in 3.3 weergegeven oordeel van het Hof dat het product met toepassing van algemene indelingsregel 1 van de GN vatbaar is voor indeling onder post 3305 van de GN. Daartoe verwijst hij naar hetgeen de Inspecteur daarover bij de Rechtbank heeft aangevoerd en naar hetgeen de Rechtbank – in lijn daarmee – daarover heeft geoordeeld.
Bij de behandeling van het middel in zoverre stelt de Hoge Raad het volgende voorop.
Het Hof heeft terecht geoordeeld dat de bewoordingen van post 3305 van de GN moeten worden uitgelegd in overeenstemming met respectievelijk de Engelse en de Franse taalversie van post 33.05 van het GS. De GN is immers opgesteld op basis van het GS, waarvan krachtens de slotformule van het GS-verdrag alleen de Franse en de Engelse tekst authentiek zijn. Dit betekent dat het begrip haarverzorgingsmiddelen in de Nederlandse versie van post 3305 van de GN op een wijze moet worden uitgelegd die overeenstemt met het Franse begrip “Préparations capillaires” en het Engelse begrip “Preparations for use on the hair” in post 33.05 van het GS.
Anders dan waarvan het Hof in de eerste plaats is uitgegaan (zie hiervoor in 3.3), ziet post 33.05 van het GS niet op elk preparaat dat of elke bereiding die uitsluitend is bestemd om op het haar aan te brengen. Het opschrift van Hoofdstuk 33 van het GS luidt “Essential oils and resinoids; perfumery, cosmetic or toilet preparations”. In dit kader bevat verder de hiervoor in 4.2.4 weergegeven toelichting op post 33.05 van het GS nuttige gegevens voor de uitleg van post 3305 van de GN. Deze toelichting biedt geen steun voor de opvatting van het Hof dat elk preparaat dat of elke bereiding die uitsluitend is bestemd om op het haar aan te brengen, ongeacht de functie of werking, vatbaar is voor indeling onder die post. Die toelichting biedt daarentegen wel steun voor de opvatting dat een dergelijk preparaat en/of een dergelijke bereiding op het haar moet worden aangebracht met een functie of werking die valt binnen de in het opschrift van Hoofdstuk 33 van het GS vermelde categorieën producten. De toelichting op post 33.05 van het GS beschrijft op een specifieke wijze welke soort producten post 33.05 omvat en aan de hand van de daarbij gegeven voorbeelden leidt dat tot de conclusie dat het product primair moet zijn bestemd voor de reiniging, de verzorging en/of (al dan niet in cosmetisch opzicht) de verbetering van het haar als zodanig.
Voor zover het Hof in de tweede plaats heeft geoordeeld (zie hiervoor in 3.3) dat het doden van hoofdluizen en neten in het hoofdhaar is aan te merken als haarverzorging in de hiervoor in 5.4.3 omschreven zin, geeft dat oordeel blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het is een feit van algemene bekendheid dat hoofdluizen insecten zijn die zich hechten aan de hoofhuid en zich voeden met bloed daaruit. Het is buiten redelijke twijfel dat het doden van luizen en neten in het haar niet kan worden aangemerkt als een reinigende, verzorgende dan wel verbeterende functie of werking voor het haar als zodanig zoals bedoeld in de hiervoor in 5.4.3 weergegeven toelichting op post 33.05 van het GS. Een product waarvan de objectieve bestemming alleen het doden van hoofdluizen en neten in het hoofdhaar is, is daarom niet met toepassing van algemene indelingsregel 1 van de GN vatbaar voor indeling onder post 3305 van de GN. De andersluidende opvatting van het Hof geeft ook in zoverre blijk van een onjuiste rechtsopvatting over de reikwijdte van post 3305 van de GN.
Gelet op de hiervoor in 2.2 en 2.3 weergegeven, in cassatie niet bestreden, objectieve kenmerken en eigenschappen van de vloeistof in het flesje (99 procent dimeticon als insectendodend ingrediënt) en de wijze waarop het product door de fabrikant ervan op de markt wordt aangeprezen, heeft de Rechtbank het product op deze gronden kunnen aanmerken als een product van post 3808 van de GN, dat is bestemd om hoofdluizen en neten in het haar te doden. De stukken van het geding laten geen andere conclusie toe dan dat de vloeistof geen of nauwelijks andere ingrediënten bevat op grond waarvan de vloeistof het kenmerk heeft van een preparaat of bereiding voor het verzorgen van het haar. Het Hof heeft terecht het indelingsadvies 3305.10/2 van de WDO niet van belang geacht voor de indeling van het product vanwege de omstandigheid dat het in dat advies vermelde product als een shampoo wel substantieel ingrediënten voor de verzorging van het haar bevatte.
Op hetgeen hiervoor in 5.4.3 tot en met 5.4.5 is overwogen, stuit de hiervoor in 5.3 weergegeven klacht van het middel af. De slotsom is dan immers dat het product, gelet op hetgeen hiervoor in 5.2.2 is overwogen, op grond van algemene indelingsregel 1 van de GN alleen vatbaar is voor indeling onder post 3808 van de GN en aan toepassing van algemene indelingsregel 3 van de GN niet wordt toegekomen.
De Hoge Raad heeft ook de overige klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat ook deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).
6. Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
7. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2026.