ECLI:NL:HR:2026:213

ECLI:NL:HR:2026:213

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 10-02-2026
Datum publicatie 06-02-2026
Zaaknummer 23/04307
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHAMS:2023:2608
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2026:2

Samenvatting

Profijtontneming, w.v.v. uit bewezenverklaard feit en andere strafbare feiten na veroordeling t.z.v. medeplegen bedrijfsmatig telen van hennep en deelneming aan criminele organisatie, art. 36e.2.Sr. Motivering schatting w.v.v. Heeft hof zijn oordeel dat betrokkene in ieder geval € 8.100 heeft ontvangen voor het over langere periode meermalen knippen van hennep voldoende gemotiveerd? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2021:1498 m.b.t. ontneming van w.v.v. uit andere strafbare feiten waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door betrokkene zijn begaan a.b.i. art. 36e.2 Sr. Hof heeft vastgesteld dat medebetrokkene A betrokkene in 2014 heeft leren kennen toen hij bij knippen van hennep in contact kwam met groep mensen, onder wie betrokkene. Hij heeft vanaf 2014 om de 6 à 8 weken hennep geknipt. Betrokkene was daar meestal bij. A kreeg € 15 per uur en heeft met knippen “iets van € 10.000” verdiend. Hij denkt dat betrokkene hetzelfde bedrag heeft verdiend, waarbij hij opmerkt dat betrokkene al knipte toen hij startte met knippen van hennep. Betrokkene heeft tijdens haar politieverhoor op 22-1-2016 verklaard dat zij “sinds jaar geleden of zo” al telefoon gebruikte voor knippen van wiet. Zij kreeg voor knippen € 15 per uur. Op 18-12-2014 en 6-1-2015 vonden WhatsApp-gesprekken plaats tussen betrokkene en A. A heeft over deze gesprekken verklaard dat hij en betrokkene dit soort contact met elkaar hadden over hennep. Uit deze vaststellingen (en i.h.b. uit verklaring van A over betrokkenheid van betrokkene bij deze werkzaamheden) heeft hof kunnen afleiden dat betrokkene in ieder geval bedrag van € 8.100 heeft ontvangen voor het over langere periode meermalen knippen van hennep. Schatting van wederrechtelijk verkregen voordeel is toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping. CAG: anders. Samenhang met 23/04359 P en met 23/04299 P (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, betrokkene n-o).

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/04307 P

Datum 10 februari 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 2 november 2023, nummer 23-002478-20, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[betrokkene] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,

hierna: de betrokkene.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft de advocaat J.J.J. van Rijsbergen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel ontoereikend is gemotiveerd.

Het hof heeft het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op € 8.100 en heeft daartoe onder meer overwogen:

“Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel

Het standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt vastgesteld op € 8.100.- Hij heeft daartoe aangevoerd dat de betrokkene heeft verklaard dat zij € 15,- per uur ontving voor het knippen van de hennepplanten. Een gemiddelde oogst werd in ongeveer twee dagen geknipt, waarbij de betrokkene ongeveer tien uur per dag werkte. De kweekperiode van de hennepplantage in het pand aan de [a-straat 1] in [plaats] betreft in de visie van het Openbaar Ministerie 1 maart 2013 tot en met 25 december 2023 (het hof begrijpt: 23 december 2015), met – uitgaande van een kweekcyclus van tien weken – dertien oogsten in kweekruimte 1 en veertien oogsten in kweekruimte 2, aldus de advocaat-generaal.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat het Openbaar Ministerie er niet in kan slagen een voldoende beredeneerde berekening aan te leveren van het door de betrokkene genoten voordeel, omdat niet kan worden vastgesteld waar, hoe vaak en hoeveel uren de betrokkene eerder hennep heeft geknipt en of deze eerdere werkzaamheden verband hielden met de hennepkwekerij aan de [a-straat 1] in [plaats] , waarop de ontnemingsvordering geheel is gebaseerd. De betrokkene heeft immers verklaard dat zij op 23 december 2015 voor het eerst in de hennepkwekerij aan de [a-straat 1] in [plaats] aanwezig was.

Het oordeel van het hof

Grondslag

De verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden opgelegd aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit en die voordeel door dat feit of uit de baten daarvan heeft verkregen. Ook kan wederrechtelijk voordeel verkregen uit andere strafbare feiten, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de betrokkene zijn begaan, worden ontnomen (artikel 36e lid 2 Sr).

De betrokkene is veroordeeld ter zake van het medeplegen van het bedrijfsmatig telen van hennep in de periode van 2 december 2015 tot en met 23 december 2015 in/vanuit een pand aan de [b-straat 1] in [geboorteplaats] (knipperij), in/vanuit een pand aan de [c-straat 1] in [geboorteplaats] (drogerij) en in/vanuit een pand aan de [a-straat 1] in [plaats] (kwekerij). Het hof is van oordeel dat buiten redelijke twijfel staat dat de betrokkene zich in de periode voorafgaand aan deze bewezen verklaarde periode eveneens schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 3 onder B van de Opiumwet en dat zij uit al deze feiten – het structureel knippen van hennep – wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. Dit blijkt uit de volgende feiten en omstandigheden.

Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel

De [medebetrokkene 1] heeft als getuige verklaard dat hij de betrokkene in 2014 heeft leren kennen toen hij bij het knippen van hennep in contact kwam met een groep mensen, onder wie de betrokkene. [medebetrokkene 1] heeft vanaf 2014 om de zes à acht weken hennep geknipt en de betrokkene was er meestal bij. Hij kreeg € 15,- per uur en heeft met alleen het knippen iets van € 10.000,- verdiend. Hij denkt dat de betrokkene hetzelfde bedrag heeft verdiend, waarbij hij opmerkt dat toen hij startte met het knippen van hennep, de betrokkene al knipte. De betrokkene heeft tijdens haar politieverhoor op 22 januari 2016 verklaard dat zij sinds een jaar geleden of zo al een telefoon gebruikte voor het knippen van wiet. Voor het knippen kreeg ze € 15,- per uur. Op 18 december 2014 heeft een WhatsApp-gesprek plaatsgevonden tussen de betrokkene en [medebetrokkene 1] , waarin [medebetrokkene 1] aan de betrokkene heeft gestuurd: “Ik moet zo met [betrokkene 1] (het hof begrijpt: [betrokkene 1] ) hier opruimen, dus rij niet met je mee” waarop de betrokkene heeft geantwoord: “Ben er allang. Tot straks.” Op 6 januari 2015 heeft ook een WhatsApp-gesprek plaatsgevonden tussen de betrokkene en [medebetrokkene 1] , waarin de betrokkene aan [medebetrokkene 1] heef gestuurd: “We moeten morgen om half 9 daar wezen. Kwart voor 8 parkeerplaats?”, waarop [medebetrokkene 1] heeft geantwoord: “Die kleine zou mij daar nog over bellen of heeft hij gezegd dat jij dat aan mij moest doorgeven?”, waarop de betrokkene heeft geantwoord: “ [medebetrokkene 2] (het hof begrijpt: de [medebetrokkene 2] ) belde me en ik moest jou bellen.” [medebetrokkene 1] heeft als getuige over deze WhatsApp-gesprekken verklaard dat hij en de betrokkene dit soort contact met elkaar hadden over de hennep.

Gelet op het voorgaande staat genoegzaam vast dat de betrokkene over een langere periode meermalen hennep heeft geknipt en het hof acht aannemelijk dat zij daar in ieder geval het bedrag van € 8.100,- voor heeft ontvangen, waardoor het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op een bedrag van € 8.100,-.”

Op grond van artikel 36e lid 2 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) kan de verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel worden opgelegd aan de persoon die is veroordeeld voor een strafbaar feit en die voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van dat feit of andere strafbare feiten, waarover voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door hem zijn begaan. Als de rechter heeft geoordeeld dat voldoende aanwijzingen bestaan dat andere strafbare feiten door de betrokkene zijn begaan, kan de omvang van het voordeel door de rechter worden geschat (artikel 36e lid 5, eerste volzin, Sr). Op grond van artikel 511f van het Wetboek van Strafvordering kan deze schatting slechts worden ontleend aan wettige bewijsmiddelen. (Vgl. HR 12 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1498.)

Het hof heeft onder meer de volgende vaststellingen gedaan. De [medebetrokkene 1] heeft de betrokkene in 2014 leren kennen toen hij bij het knippen van hennep in contact kwam met een groep mensen, onder wie de betrokkene. Hij heeft vanaf 2014 om de zes à acht weken hennep geknipt. De betrokkene was daar meestal bij. [medebetrokkene 1] kreeg € 15 per uur en heeft met het knippen “iets van € 10.000” verdiend. Hij denkt dat de betrokkene hetzelfde bedrag heeft verdiend, waarbij hij opmerkt dat de betrokkene al knipte toen hij startte met het knippen van hennep. De betrokkene heeft tijdens haar politieverhoor op 22 januari 2016 verklaard dat zij “sinds een jaar geleden of zo” al een telefoon gebruikte voor het knippen van wiet. Zij kreeg voor het knippen € 15 per uur. Op 18 december 2014 en 6 januari 2015 vonden WhatsApp-gesprekken plaats tussen de betrokkene en [medebetrokkene 1] . [medebetrokkene 1] heeft over deze gesprekken verklaard dat hij en de betrokkene dit soort contact met elkaar hadden over de hennep.

Uit deze vaststellingen – en in het bijzonder uit de verklaring van [medebetrokkene 1] over de betrokkenheid van de betrokkene bij deze werkzaamheden – heeft het hof kunnen afleiden dat de betrokkene in ieder geval het bedrag van € 8.100 heeft ontvangen voor het over een langere periode meermalen knippen van hennep. De schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is toereikend gemotiveerd.

Voor zover het cassatiemiddel hierover klaagt, faalt het.

De Hoge Raad heeft ook de verder in het cassatiemiddel aangevoerde klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat ook deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3. Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.

Het cassatiemiddel is gegrond. Bovendien doet de Hoge Raad uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde betalingsverplichting van € 7.290.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;

- vermindert het te betalen bedrag in die zin dat de hoogte daarvan € 6.925 bedraagt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 februari 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?