ECLI:NL:HR:2026:330

ECLI:NL:HR:2026:330

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 03-03-2026
Datum publicatie 02-03-2026
Zaaknummer 23/03438
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2025:1323

Samenvatting

Bedreiging met brandstichting door receptie van Kabinet van Gevolmachtigde Minister van Curaçao te bellen en te zeggen het “gebouw in de fik” te gaan steken, art. 285.1 Sr. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vindt verklaring van receptioniste voldoende steun in ander bewijsmateriaal? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2010:BM2452 m.b.t. bewijsminimum van art. 342.2 Sv. Hof heeft bewezenverklaring van feit o.m. gegrond op verklaring van receptioniste, inhoudende dat zij verdachte bij toegangsdeur zag staan en dat hij later naar receptie belde en zei dat hij “gebouw in de fik” zou gaan steken. Hof heeft kennelijk geoordeeld dat deze verklaring in voldoende mate steun vindt in andere gebruikte bewijsmiddelen. Dat oordeel is niet zonder meer begrijpelijk. Uit verklaring van minister blijkt immers niet of daarin genoemde woorden “Ik ga jullie gebouw in de fik steken” door getuige zelf zijn gehoord. Daarnaast houdt voor bewijs gebruikt relaas van opsporingsambtenaar niet meer in dan dat inbeslaggenomen telefoon van verdachte overging toen door politie naar het door receptioniste opgeslagen telefoonnummer werd gebeld. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/03438

Datum 3 maart 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 22 augustus 2023, nummer 22-002880-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J.Y. Taekema bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt dat het hof in strijd met artikel 342 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) de bewezenverklaring uitsluitend heeft doen steunen op de verklaringen van één getuige.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

“hij op 11 mei 2022 te ‘s-Gravenhage [benadeelde 1] en [benadeelde 2] van het Kabinet van de Gevolmachtigde Minister van Curaçao heeft bedreigd met brandstichting, door die [benadeelde 1] en [benadeelde 2] dreigend de woorden toe te voegen ‘Ik ga jullie gebouw in de fik steken’.”

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

“1. Een proces-verbaal van aangifte d.d. van 13 mei 2023 van de politie Eenheid Den Haag met nr. PL1500-2022135905-2. Dit proces verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergeven - (blz. 3-4) :

als de op 12 mei 2022 afgelegde verklaring van [benadeelde 2] :

Ik ben werkzaam als Minister bij het Kabinet van de Gevolmachtigde Minister van Curaçao. Op 11 mei 2022 heeft zich een incident voorgedaan bij ons Kabinet van de Gevolmachtigde Minister van Curaçao te ‘s-Gravenhage.

De telefoon bij onze receptioniste ging. De receptioniste heeft in het verleden het telefoonnummer en de naam van de man opgeslagen. De man blijkt te zijn genaamd, [verdachte] . Tijdens het telefoongesprek zei de man tegen de receptioniste, “Ik ga jullie gebouw in de fik steken.”

2. Een proces-verbaal van verhoor van getuige d.d. 12 mei 2022 van de politie Eenheid Den Haag met nr. PL1500-2022135905-4. Dit proces-verbaal houdt onder meer, in - zakelijk weergeven - (blz.: 17-18):

als de op 12 mei 2022 afgelegde verklaring van [benadeelde 1] :

Ik ben als telefoniste/receptioniste werkzaam bij het Kabinet van de gevolmachtigde Minister van Curaçao .

Op 11 mei 2022 zag ik dat [verdachte] zich bij de toegangsdeur van het Kabinet ophield.

Even later werd ik door hem gebeld. Ik hoorde [verdachte] zeggen: “Ik ga jullie gebouw in de fik steken”.

3. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 mei 2022 van de politie Eenheid Den Haag met nr. PL1500-2022135905-10. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergeven - opgemaakt op 13 mei 2022 - (blz. 27):

als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:

Op 11 mei ging de telefoon bij de receptioniste van het Kabinet van De Gevolmachtigde Minister van Curaçao. Het telefoonnummer waarmee werd gebeld staat door de receptioniste opgeslagen onder de naam [verdachte] .

Tijdens de aanhouding is de telefoon van [verdachte] in beslag genomen. Ik heb het bovengenoemde telefoonnummer anoniem gebeld. Ik zag en hoorde dat de in beslag genomen telefoon van [verdachte] over ging.”

Volgens artikel 342 lid 2 Sv kan het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling heeft betrekking op de tenlastelegging in haar geheel en niet op een onderdeel daarvan. Zij beoogt de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing te waarborgen, in die zin dat artikel 342 lid 2 Sv de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen als de door één getuige naar voren gebrachte feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. De vraag of aan het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vereist een beoordeling van het concrete geval. De Hoge Raad kan daarom geen algemene regels geven over de toepassing van artikel 342 lid 2 Sv, maar daarover slechts tot op zekere hoogte duidelijkheid geven door het beslissen van concrete gevallen. Opmerking verdient nog dat het bij de beoordeling in cassatie of aan het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 Sv is voldaan, van belang kan zijn of de feitenrechter zijn oordeel dat dat het geval is, nader heeft gemotiveerd. (Vgl. HR 13 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM2452.)

Het hof heeft de bewezenverklaring van het feit onder meer gegrond op de verklaring van [benadeelde 1] . Deze verklaring houdt in dat zij de verdachte bij de toegangsdeur zag staan en dat hij later naar de receptie belde en zei dat hij het “gebouw in de fik” zou gaan steken. Het hof heeft kennelijk geoordeeld dat deze verklaring in voldoende mate steun vindt in de andere gebruikte bewijsmiddelen. Dat oordeel is niet zonder meer begrijpelijk. Uit de verklaring van [benadeelde 2] blijkt immers niet of de daarin genoemde woorden “Ik ga jullie gebouw in de fik steken” door de getuige zelf zijn gehoord. Daarnaast houdt het derde bewijsmiddel niet meer in dan dat de inbeslaggenomen telefoon van de verdachte overging toen door de politie naar het door [benadeelde 1] opgeslagen telefoonnummer werd gebeld.

Het cassatiemiddel slaagt.

3. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 maart 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?