HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/02070
Datum 3 maart 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 16 mei 2023, nummer 22-001677-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat H. Akbaba bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het tweede en het vierde cassatiemiddel
Het tweede cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van feit 1 (opzettelijk telen, bereiden, bewerken en verwerken, dan wel aanwezig hebben van hennep). Het vierde cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van feit 2 (diefstal van elektriciteit). De cassatiemiddelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
“1. zij, in de periode van 15 november 2020 tot en met 22 november 2020 te [plaats] , opzettelijk heeft geteeld en bereid en bewerkt en verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [a-straat 1] ) 339 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;
2. zij, in de periode van 19 juli 2020 tot en met 22 november 2020 te [plaats] , een hoeveelheid elektriciteit, die geheel toebehoorde aan Stedin Netbeheer BV, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen goed onder haar bereik heeft gebracht door middel van braak.”
Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
“1. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 november 2020 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. PL1700-2020381761-1. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (p. 1 t/m 11) :
als relaas van de betreffende verbalisanten:
Op zondag 22 november 2020 om 10.18 uur stelden wij naar aanleiding van een melding poging inbraak in een woning aan de [a-straat 1] te [plaats] onderzoek in bij voornoemde woning. Hierbij bleek dat er een poging inbraak was geweest. Aan de voorzijde op de eerste etage was condens zichtbaar bij het raam en tevens was er een zoemend geluid te horen.
De woning werd middels een afgegeven machtiging betreden en er was een henneplucht waarneembaar. In de woning was op de eerste verdieping een in werking zijnde hennepkwekerij. In kweekruimte 1 stonden 144 hennepplanten. In kweekruimte 2 stonden 195 hennepplanten. Wij constateerden, gezien de waargenomen uiterlijke kenmerken, kleur en vorm, en daarnaast de herkenbare geur, dat de aangetroffen planten hennepplanten waren.
Door de fraude-inspecteur bij de netbeheerder Stedin werd geconstateerd dat de elektriciteitsvoorziening illegaal werd afgenomen.
2. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 december 2020 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. PL1700-2020381761-8. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (p. 47) :
als relaas van de betreffende verbalisant:
Op zondag 22 november 2020 werden in de woning aan de [a-straat 1] te [plaats] 2 ruimtes aangetroffen waarin hennep werd gekweekt. Bij controle van Basisregistratie Personen (BRP) bleek dat op de [a-straat 1] te [plaats] niemand ingeschreven stond.
De [a-straat 1] te [plaats] bleek een koopwoning te zijn. Hierop werd de gegevens bevraagd bij het kadaster van genoemd adres. Hieruit blijkt dat de woning sinds 17-06-2020 op naam staat van [verdachte] , geboren op [geboortedatum] -1997 te [geboorteplaats] . De woning bleek aangekocht te zijn voor 200.000 euro. Een hypotheek was verstrekt voor 250.000,- euro.
3. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 januari 2021 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. PL1700-2020381761-14. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (p. 50) :
als relaas van de betreffende verbalisant:
Naar aanleiding van de aangetroffen hennepkwekerij aan de [a-straat 1] te [plaats] en de door [verdachte] afgelegde verklaring werd in de omgeving van de [a-straat 1] te [plaats] een buurtonderzoek gehouden.
- [a-straat 2] : Heeft kort na de verkoop van de woning een getinte vrouw bij de woning gezien.
- Een aantal omwonenden wilden anoniem blijven maar vertelden onderstaande:
Dat er kort nadat de woning verkocht was geklust is in de woning.
Dat ze gesproken hebben met een man die zei dat hij [betrokkene 1] heette en in [plaats] woonde en dat hij samen met zijn vriendin in de woning zou gaan wonen. Zijn vriendin was een vrouw van Marokkaanse afkomst waarvan de voornaam met een “ […] ” begon.
Dat [betrokkene 1] en zijn vriendin vaak op de fiets kwamen.
Dat [betrokkene 1] en zijn vriendin in augustus / september 2020 nog bij de woning zijn gezien.
4. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 16 december 2020 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. PL1700-2020407389-2. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (p. 56 t/m 60) :
als verklaring van [aangever] namens Stedin Netbeheer B.V.:
Ik ben als fraudespecialist in dienst van Stedin Netbeheer B.V. en doe aangifte van diefstal al dan niet door middel van braak of verbreking op het adres [a-straat 1] te [plaats] .
De diefstal is gepleegd in de periode van 19 juli 2020 tot en met 22 november 2020. Op 22 november 2020 rond 12.47 uur was ik tezamen met politieambtenaren bij het pand aan de [a-straat 1] te [plaats] . Bij controle van de netcomponenten (hoofdleiding, aansluiting en meetinrichting) van Stedin Netbeheer BV en de elektrische installatie in de meterkast van dat pand zag ik dat de verzegeling van het deksel van de hoofdaansluitkast verbroken en verwijderd was. Tevens was het deksel van de hoofdaansluitkast verwijderd. Ik zag dat de hoofdzekering(en) die bij het aansluiten van het pand op het elektriciteitsnet van Stedin Netbeheer BV aangebracht door personeel van een provider verzwaard waren. Ik zag dat er aan de bovenzijde van de hoofdzekering(en) een illegale aansluiting was bijgeplaatst en aangesloten. Deze illegale aansluiting zat aangesloten voor de elektriciteitsmeter zodat alle elektriciteit die via deze illegale aansluiting werd afgenomen niet door de elektriciteitsmeter werd geregistreerd. Uit bovenstaande bevindingen bleek dat met het aanbrengen van de illegale aansluiting er nadeel is ontstaan voor Stedin Netbeheer BV.
Totaal geleden schade
Omschrijving aantal PPE Bedrag
Elektriciteit afname 41.538 0.04999 euro 2.076,48
euro
Afgenomen elektriciteit 2.076,48 euro
Kosten onrechtmatig handelen 1 992,08000 euro 992,08 euro
Herstellen energietransport 1 148,75000 euro 148,75 euro
Arbeidsloon 1.140,83 euro
Totalen 3.217,31 euro
5. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 22 februari 2021 van de politie Eenheid Rotterdam met PL1700-2020381761-18. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (p. 110 t/m 113) :
als verklaring van [betrokkene 2] :
Ik ben een keer door Turkse jongens gevraagd om een offerte te maken voor de verbouwing van een woning. De jongens wisten dat ik een bouwbedrijf had. Ik moest een globale offerte maken en dat heb ik gedaan. Ik heb fictief timmerwerk opgeschreven, wat er op heb gezet weet ik niet meer. Men heeft mij hiervoor betaald en overgemaakt naar mijn zakelijke bankrekeningnummer. Ik ken het adres en de vrouw niet. Op de offerte heb ik ook geen straatnaam kunnen zetten, omdat deze mij nooit is opgegeven. Ik heb geen sleutels van de woning gehad. Ik heb nooit de verbouwing gedaan en ben dus ook nooit bij de woning geweest.
6. Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e lid 2 Wetboek van Strafrecht d.d. 3 december 2020 van de politie Eenheid Rotterdam. Dit rapport houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (p. 41 t/m 45) :
Op het moment van aantreffen van de hennepkwekerij waren de hennepplanten in kweekruimte 2 ongeveer 8 weken oud. De planten in kweekruimte waren ongeveer 6 weken oud. Op basis van de aangetroffen indicatoren was er sprake van 1 eerdere oogst. Rekening wordt gehouden met 10 weken kweektijd en 2 weken af- en opbouw tussen de eerste oogst en de aangetroffen planten in de kwekerij.”
Het hof heeft over de bewezenverklaring verder overwogen:
“Met betrekking tot dat verdachte niet wist en ook niet kon weten dat er een hennepkwekerij in haar woning werd geëxploiteerd, nu niet zij, maar de aannemer de beschikking had over de sleutels van de woning (alternatief scenario) overweegt het hof als volgt. Het hof acht de lezing van de verdachte - dat niet zij maar kennelijk een ander verantwoordelijk is voor de hennepkwekerij - ongeloofwaardig gelet op de volgende omstandigheden.
De verdachte is eigenaar van de woning waar de hennepkwekerij is aangetroffen. De verklaring van verdachte dat zij de sleutels aan de aannemer heeft afgegeven vindt geen steun in het dossier. Deze verklaring is door de aannemer weersproken. Hij verklaart nooit in de woning te zijn geweest of sleutels te hebben ontvangen. Het hof stelt voorts vast dat de verdachte desgevraagd uitsluitend verklaart in algemeenheden en dat zij volstrekt geen openheid van zaken heeft gegeven over onder andere de omstandigheden waaronder de sleutels van de woning zijn overgedragen aan de aannemer, hoe vaak zij bij de woning is geweest, met wie zij daar is geweest en de (verbouwings)plannen die zij met de woning had, laat staan de voortgang van die verbouwing en het dragen van dubbele lasten gedurende een aanzienlijke periode. Naar het oordeel van het hof kan het niet anders dan dat er een fictieve offerte is opgemaakt en dat het de verdachte is geweest die deze willens en wetens heeft aangevraagd of in opdracht heeft laten aanvragen teneinde een dekmantel te creëren voor het telen van hennep in haar woning. Het alternatieve scenario is niet aannemelijk geworden zodat het verweer wordt verworpen.”
De bewezenverklaring van het onder 1 en 2 tenlastegelegde kan, voor zover die bewezenverklaring inhoudt dat de verdachte – als pleger – opzettelijk hennepplanten heeft geteeld en bereid en bewerkt en verwerkt, in elk geval aanwezig heeft gehad, in de periode van 15 november 2020 tot en met 22 november 2020, en in de periode van 19 juli 2020 tot en met 22 november 2020 door middel van braak elektriciteit heeft weggenomen, niet zonder meer uit de bewijsvoering worden afgeleid. Uit de bewijsmiddelen volgt geen directe betrokkenheid van de verdachte bij de teelt van hennep en de diefstal van elektriciteit, en ook niet dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van hennepplanten in haar woning, terwijl de bewijsmiddelen aanwijzingen bevatten dat derden betrokken waren bij de hennepkwekerij en de aanleg daarvan.
De cassatiemiddelen slagen.
3. Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het eerste en het derde cassatiemiddel niet nodig.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 maart 2026.