ECLI:NL:HR:2026:349

ECLI:NL:HR:2026:349

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 17-03-2026
Datum publicatie 05-03-2026
Zaaknummer 25/02382
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2026:31

Samenvatting

Kilometerblokker. OM-cassatie. Beschikking Rb op vordering OvJ ex art. 552f.2 Sv tot onttrekking aan het verkeer van inbeslaggenomen auto die is voorzien van apparaat waarmee werking van kilometerteller van auto wordt beïnvloed (art. 70m WVW 1994 jo. 3.2 Besluit Voertuigen), art. 36b, 36c en 36d Sr. Kon Rb oordelen dat inbeslaggenomen auto, waarin kilometerblokker heeft gezeten, geen voorwerp is van zodanige aard, dat ongecontroleerd bezit ervan in strijd is met algemeen belang? O.g.v. 36b.1.1, 36b.1.2 en 36b.1.3 Sr heeft rechter de bevoegdheid om in strafzaak de maatregel van onttrekking aan het verkeer van inbeslaggenomen voorwerp op te leggen in de daar genoemde gevallen. Daarnaast kan rechter o.g.v. art. 36b.1.4 Sr bij afzonderlijke rechterlijke beschikking op vordering van OM de onttrekking aan het verkeer van inbeslaggenomen voorwerp opleggen. Met “feit” in art. 36c en 36d Sr wordt begaan strafbaar feit bedoeld. Rechter die bij afzonderlijke beschikking de onttrekking aan het verkeer oplegt, zal moeten vaststellen dat inbeslaggenomen voorwerp in een in art. 36c of 36d Sr beschreven verband staat tot begaan strafbaar feit (vgl. HR:2022:37). Onttrekking aan het verkeer kan worden opgelegd als betreffend voorwerp van zodanige aard is, dat ongecontroleerd bezit daarvan in strijd is met wet of met algemeen belang. Hieruit volgt dat het moet gaan om voorwerp waarvan aard relevant is in die zin dat ongecontroleerd bezit, al dan niet in samenhang met redelijkerwijs te verwachten gebruik daarvan, juist in verband met die aard, in strijd is met wet of algemeen belang (vgl. HR:2005:AR7626 en HR:2025:1716). O.g.v. art. 36b.2 jo. 33c.2 Sr kent rechter na daartoe strekkend verzoek een geldelijke tegemoetkoming toe als dat nodig is om te voorkomen dat degene aan wie onttrokken voorwerp toebehoort, door die onttrekking aan het verkeer onevenredig zou worden getroffen. Of eigenaar van voorwerp door onttrekking aan het verkeer van zijn eigendom onevenredig wordt getroffen als hem geen geldelijke tegemoetkoming wordt toegekend, moet worden beoordeeld aan de hand van omstandigheden van geval. Daarbij kunnen worden betrokken hoe eigenaar van voorwerp zich in relatie tot dat voorwerp heeft gedragen, waarde van onttrokken voorwerp alsmede eventueel voordeel dat Staat na onttrekking aan het verkeer m.b.t. dat voorwerp verkrijgt, bijvoorbeeld door verkoop daarvan (vgl. HR:2018:1156). Personenauto is niet z.m. van zodanige aard dat ongecontroleerd bezit ervan in strijd is met wet of algemeen belang (vgl. HR:2016:2238). Dat wordt niet anders op enkele grond dat in die auto door politie een kilometerblokker is aangetroffen die daaruit al is verwijderd of die daaruit kan worden verwijderd. Niettemin kan onder omstandigheden een personenauto waarin kilometerblokker is aangetroffen, van zodanige aard zijn dat ongecontroleerd bezit ervan in strijd is met wet of algemeen belang, waardoor auto alsnog in aanmerking komt voor onttrekking aan het verkeer. Een geval als hiervoor bedoeld kan zich voordoen als rechter vaststelt dat auto een concreet gevaar voor verkeersveiligheid vormt terwijl aan dat gevaar ten grondslag liggend gebrek niet met redelijke inspanningen kan worden hersteld. Enkele omstandigheid dat kilometerstand van auto mogelijk niet juist is, brengt niet mee dat auto daadwerkelijk concreet gevaar voor verkeersveiligheid vormt. Daarnaast kan zich zo’n geval voordoen als rechter vaststelt dat normaal handelsverkeer t.a.v. auto onevenredig wordt belemmerd doordat waarde van auto onduidelijk of te hoog is a.g.v. kans dat kilometerstand van auto wezenlijk lager is dan daadwerkelijk daarmee gereden aantal kilometers. Aangenomen mag worden dat zo’n belemmering van handelsverkeer in voldoende mate wordt voorkomen als i) correcte kilometerstand inmiddels is hersteld of in voldoende mate is benaderd op kilometerteller, of ii) gegeven dat kilometerstand van auto niet betrouwbaar is op eenvoudige manier voor derden kenbaar is gemaakt. OM dat op de hiervoor genoemde grond(en) de onttrekking aan het verkeer vordert van personenauto waarin kilometerblokker heeft gezeten, is ervoor verantwoordelijk dat hiervoor benodigde (technische) informatie over auto zich bij (proces)stukken bevindt voordat zaak op tz. of in raadkamer wordt behandeld en vult daartoe zo nodig tijdig dossier aan. In voorkomende gevallen kan rechter bewerkstelligen dat stukken met nadere informatie over gevolgen voor verkeersveiligheid of over belemmeringen van handelsverkeer als auto weer in verkeer zou worden gebracht, alsnog bij processtukken worden gevoegd. Van betrokkene die zich keert tegen vordering van OM tot onttrekking aan het verkeer of die zich o.g.v. Titel IX van Vierde Boek van WvSv beklaagt over inbeslagneming of onttrekking aan het verkeer van auto, mag in beginsel worden verwacht dat hij het nodige onderneemt om (na ontdekking en verwijdering van kilometerblokker) belemmering (op zijn kosten) weg te (doen) nemen op een van hiervoor bedoelde manieren. Omstandigheid dat hem daartoe van overheidswege niet (voldoende) gelegenheid is geboden, kan rol spelen bij beantwoording van vraag of auto aan het verkeer kan worden onttrokken en of in dat geval aanleiding bestaat voor toekenning van geldelijke tegemoetkoming a.b.i. art. 36b.2 jo. 33c.2 Sr. Tegen achtergrond van vaststellingen en overwegingen Rb en in het licht van wat hiervoor is vooropgesteld, is oordeel Rb dat ongecontroleerd bezit van auto niet in strijd is met algemeen belang, ontoereikend gemotiveerd. Daarbij is van belang dat uit overwegingen Rb voortvloeit dat in dit geval sprake kan zijn van situatie waarin sprake is van inbreuk op integriteit van handelsverkeer, terwijl Rb niet heeft vastgesteld dat zo’n belemmering van handelsverkeer daadwerkelijk ongedaan kan worden gemaakt op hiervoor bedoelde manier. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: anders. Samenhang met 24/04477 B, 24/04655 B, 24/00845 B en 25/02383 B.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 25/02382 B

Datum 17 maart 2026

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 30 mei 2025, nummer RK 25/002367, op een vordering als bedoeld in artikel 552f lid 2 van het Wetboek van Strafvordering, in de zaak

van

[betrokkene] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,

hierna: de betrokkene.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Waar het in deze zaak om gaat

De advocaat-generaal heeft in haar conclusie onder 2.1 en 2.2 als volgt samengevat waar het in deze zaak om gaat:

“2.1 Op 9 september 2025 heb ik conclusie genomen in drie zaken over auto’s die waren voorzien van een kilometer-blocker en waarin door het openbaar ministerie de onttrekking aan het verkeer van die auto’s was gevorderd. Een kilometer-blocker is een elektronisch apparaat dat wordt aangesloten op de elektronische systemen van een auto, waarmee de werking van de kilometerteller van de auto wordt beïnvloed, zodat de op het dashboard weergegeven kilometerstand niet overeenkomt met het door de auto werkelijk gereden aantal kilometers. Het aanbrengen van een kilometer-blocker in een auto is in Nederland strafbaar gesteld in art. 70m WVW 1994. Volgens art. 3 lid 2 Besluit Voertuigen is het de eigenaar van een voertuig bovendien verboden om dat voertuig te (laten) rijden indien in dat voertuig een apparaat aanwezig is dat geschikt is om de teller van een motorrijtuig stil te zetten of te manipuleren.

Omdat er meer zaken (in cassatie) aanhangig zijn over dezelfde thematiek en het openbaar ministerie in afwachting is van een uitspraak van de Hoge Raad met het oog op het formuleren van landelijk beleid ten aanzien van voertuigen met kilometer-blockers, heb ik in die drie zaken uitgebreid en in algemene zin stilgestaan bij de vraag of auto’s waarin zich een kilometer-blocker bevindt (of heeft bevonden) vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer op grond van art. 36c Sr. [voetnoot: Deze conclusies in de zaken 24/04655, 25/00845 en 24/04477 zijn op rechtspraak.nl gepubliceerd als ECLI:NL:PHR:2025:963, ECLI:NL:PHR:2025:964 en ECLI:NL:PHR:2025:965.”

3. Beoordeling van het cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt over de afwijzing door de rechtbank van de vordering tot onttrekking aan het verkeer van een auto. Het klaagt in het bijzonder over het oordeel van de rechtbank dat de inbeslaggenomen auto waarin een kilometerblokker heeft gezeten en dit niet blijkt uit een oordeel van de Dienst Wegverkeer (hierna ook: RDW) over de tellerstanden, geen voorwerp is van zodanige aard, dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is het met algemeen belang.

De beschikking van de rechtbank

De beschikking van de rechtbank houdt onder meer in:

Procesgang

De vordering strekt er toe dat de rechtbank, conform het bepaalde in artikel 552f van het Wetboek van Strafvordering (Sv), aan het verkeer onttrekt de volgende onder veroordeelde in beslag genomen goederen:

- een personenauto, namelijk een zwarte Volkswagen Polo, met [kenteken] en met goednummer […] (hierna: de auto) en

- een kilometerblocker met goednummer […] .

(...)

De rechter-commissaris heeft op 2 april 2025 [deskundige] als deskundige benoemd, teneinde een aantal vragen te beantwoorden. De deskundige heeft de beantwoording van de vragen op 7 april 2025 aan de raadkamer verstrekt, voorzien van een aanvullend schrijven en een aantal bijlagen. De rechter-commissaris heeft ook de RDW benaderd voor het benoemen van een deskundige. De RDW is op dat verzoek niet ingegaan, maar heeft op 16 april 2025 wel een memo aan de raadkamer verstrekt over de mogelijkheden die de RDW heeft met betrekking tot de tellerstandregistratie, in verband met kilometerblockers. Zowel de beantwoording door de deskundige als de memo van de RDW worden als bijlage bij deze beslissing opgenomen.

(...)

Uit de stukken en het verhandelde in raadkamer is het volgende gebleken:

1. de auto is op 29 november 2024 op de voet van artikel 94 Sv onder een ander dan klager in beslag genomen;

2. bij onderzoek is gebleken dat de auto was voorzien van een kilometerblocker, waardoor de aangegeven kilometerstand werd gemanipuleerd en onjuist was;

3. bij onderzoek bleek ook dat de snelheidsmeter van de auto niet werkte;

4. de kilometerblocker is uit de auto verwijderd en op 16 december 2024 in beslag genomen;

5. beslagene heeft geen afstand gedaan van de auto.

Standpunten ter zitting

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft onttrekking aan het verkeer van de auto en de kilometerblocker gevorderd. De officier van justitie heeft ter onderbouwing van die vordering kort samengevat het volgende aangevoerd.

De auto was ten tijde van de inbeslagname voorzien van een kilometerblocker, waardoor de kilometerstand gemanipuleerd was. Daarmee is sprake geweest van het plegen van meerdere strafbare feiten (artikel 70m WVW, art. 2 lid 3 Besluit voertuigen en art. 3 lid 2 Besluit voertuigen).

Het ongecontroleerde bezit van een kilometerblocker is in strijd is met de wet. De kilometerblocker moet daarom worden onttrokken aan het verkeer.

Bij het onderzoek aan de auto is in de kilometerteller, controlemodule en motormanagement module een andere kilometerstand aangetroffen dan in de versnellingsbak. Zowel de politie als de deskundige geven aan dat niet mogelijk is te achterhalen wat de werkelijk gereden kilometerstand van de auto is. De kilometerstand wordt niet gecorrigeerd op het moment dat de kilometerblocker weer wordt verwijderd. Omdat de kilometerstand een van de belangrijkste factoren is voor het bepalen van de waarde van een voertuig, komt hierdoor de integriteit van het handelsverkeer in gevaar en kan fraude worden gepleegd met de auto. Het voorgaande kan niet worden ondervangen door het afgeven van een WOK (Wacht Op Keuren)-melding, omdat de kilometerstand geen onderdeel is dat vereist is voor de keuring. Daarnaast is het ook niet mogelijk om via de tellerstandregistratie van de RDW een melding te maken, omdat met een kilometerblocker de tellerstand wel logisch kan oplopen. En als het RDW wel het oordeel ‘onlogisch’ had kunnen afgeven, dan volgt daaruit voor consumenten of instanties niet zonder meer dat sprake is van fraude met een kilometerblocker, omdat het oordeel ’onlogisch’ in de tellerstandregistratie meerdere oorzaken kan hebben.

De snelheidsmeter van de auto werkte niet, waardoor zowel volgens de politie als volgens de deskundige de verkeersveiligheid gevaar loopt. Bij het onderzoek aan de auto bleek sprake te zijn van diverse storingsmeldingen als gevolg van de kilometerblocker. Door storingen in de auto, zoals bijvoorbeeld in de stroomtoevoer, de ABS en ESP, kan de verkeersveiligheid in het geding komen. Ook kunnen als gevolg van de kilometerblocker onderhoudsintervallen worden gemist, waardoor de verkeersveiligheid ook in het geding is.

Door toepassing van de kilometerblocker in de auto is sprake van een aantasting van de integriteit van het handelsverkeer en kan de veiligheid op de weg in het geding zijn. Het ongecontroleerde bezit van de auto is in strijd met de wet of het algemeen belang, zodat de auto moet worden onttrokken aan het verkeer. Beslagene wordt hierdoor niet onevenredig zwaar getroffen. De kilometerblocker moet al langere tijd in de auto hebben gezeten en van beslagene mag als verhuurder worden verwacht dat hij goed op de hoogte is van de technische staat van zijn voertuigen. Beslagene kan zijn schade verhalen op degene die de kilometerblocker heeft ingebouwd. Daarbij komt dat de auto een lage waarde had als gevolg van de hoge kilometerstand.

Standpunt van beslagene

De raadsman van beslagene heeft als verweer tegen de vordering tot onttrekking en ter toelichting op het klaagschrift kort samengevat het volgende aangevoerd.

Beslagene doet afstand van de kilometerblocker, die al uit de auto is verwijderd. Hij had geen betrokkenheid bij plaatsing van de kilometerblocker en ook geen wetenschap daarvan. Het Openbaar Ministerie heeft ook kenbaar gemaakt hem hiervoor niet te vervolgen.

Beslagene voert verder aan dat de deskundige heeft opgemerkt dat manipulatie van de kilometerstand geen invloed heeft op de integriteit van het handelsverkeer. De RDW koppelt volgens de deskundige immers de registratie ‘Tellerstand onlogisch’ aan auto’s waarbij de kilometerstand is gemanipuleerd. Dit is kenbaar voor de consument en zal de handelswaarde beïnvloeden. Beslagene voert verder aan dat de deskundige van oordeel is dat niet aantoonbaar kan worden gemaakt dat een kilometerblocker de verkeersveiligheid in gevaar brengt. Onttrekking aan het verkeer is niet nodig, omdat een auto met een kilometerblocker een WOK (wacht op keuring)-melding zou moeten kunnen krijgen, die zou kunnen vervallen na een geslaagde technische keuring.

Beslagene voert tenslotte aan dat hij financieel moet worden gecompenseerd indien de vordering tot onttrekking aan het verkeer zou worden toegewezen, omdat hij daardoor onevenredig zwaar zou worden getroffen.

(...)

Inhoudelijke beoordeling

Volgens artikel 36c Sr zijn, onder meer, vatbaar voor onttrekking aan het verkeer voorwerpen met betrekking tot welke het feit is begaan en voor zover zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

Om vatbaar te zijn voor onttrekking aan het verkeer moet dus eerst worden vastgesteld of met betrekking tot de auto en de kilometerblocker een strafbaar feit is begaan. In artikel 70m van de Wegenverkeerswet (hierna: WVW) is als misdrijf strafbaar gesteld het (laten) manipuleren van de tellerstand van voertuigen op zodanige wijze dat de op de teller aangegeven afstand niet overeenkomt met de door dat motorrijtuig werkelijk afgelegde afstand. In artikel 3 lid 2 (onder verwijzing naar artikel 2 lid 3) van het Besluit Voertuigen is het de eigenaar van een voertuig verboden om dat voertuig te (laten) rijden indien in dat voertuig een apparaat aanwezig is dat geschikt is om de teller van een motorrijtuig stil te zetten, of op andere wijze te manipuleren. Uit het procesdossier blijkt dat de auto was voorzien van een kilometerblocker. Dat is volgens de processen-verbaal een apparaat dat de kilometerstand van de auto kan beïnvloeden. Hiermee is het mogelijk een beperkt gedeelte of in het geheel geen van de daadwerkelijk afgelegde kilometers op de teller te registreren. Met de betrekking tot de auto en de kilometerblocker zijn dan ook de strafbare feiten van artikel 70m WVW en artikel 3 lid 2 Besluit Voertuigen begaan.

Om de vordering tot onttrekking aan het verkeer te kunnen toewijzen moet vervolgens de vraag worden beantwoord of de auto en kilometerblocker van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of hel algemeen belang. Die vraag zal hierna ontkennend worden beantwoord en de raadkamer overweegt daartoe als volgt.

De kilometerblocker

De raadkamer is van oordeel het ongecontroleerde bezit van de kilometerblocker in strijd is met het algemeen belang, omdat deze gebruikt kan worden om de strafbare feiten te plegen zoals hiervoor genoemd. De vordering van de officier van justitie tot onttrekking aan het verkeer van de kilometerblocker zal daarom worden toegewezen.

De auto

De raadkamer is van oordeel dat het ongecontroleerde bezit van de auto niet in strijd is met enige wettelijke bepaling, omdat de kilometerblocker op 6 december 2024 door de politie uit de auto is verwijderd.

Met betrekking tot de beantwoording van de vraag of het ongecontroleerde bezit van de auto in strijd is met het algemeen belang (vanwege de verkeersveiligheid en/of de integriteit van het handelsverkeer) zal de raadkamer hierna uitleggen tot welk oordeel zij komt en hoe zij tot dat oordeel komt.

De raadkamer stelt voorop dat onttrekking aan het verkeer van een voorwerp een ingrijpende maatregel is. Uit de Memorie van Toelichting volgt dat de maatregel niet mag uitgroeien tot een verkapte straf en dat de maatregel moet worden beperkt tot voorwerpen die in handen van het publiek algemeen gevaarlijk zijn. Daarnaast is de aard van het voorwerp van belang, in die zin dat het moet gaan om een voorwerp waarvan het ongecontroleerde bezit, al dan niet in samenhang met het redelijkerwijs te verwachten gebruik daarvan, juist in verband met die aard in strijd is met de wet of het algemeen belang.

De raadkamer is van oordeel dat een auto naar zijn aard in beginsel niet in strijd is met het algemeen belang. De vraag is of het feit dat een kilometerblocker in de auto heeft gezeten dit anders maakt, vanwege een inbreuk op de verkeersveiligheid en de integriteit van het handelsverkeer, zoals het Openbaar Ministerie stelt. Bij het oordeel daarover heeft de raadkamer onder meer betrokken de beantwoording van de vragen door de deskundige en de memo van de RDW (zie bijlagen).

Overwegingen met betrekking tot de verkeersveiligheid

Uit de beantwoording van de vragen door de deskundige volgt naar het oordeel van de raadkamer dat zelfs als het daadwerkelijke aantal gereden kilometers na toepassing en verwijdering van de kilometerblocker niet meer kan worden vastgesteld, er geen enkel risico bestaat voor de verkeersveiligheid. Dit geldt zowel voor auto's die nog geen Algemene Periodieke Keuring (APK) moeten ondergaan, als voor auto's die wel APK-plichtig zijn. Ook is er volgens de deskundige geen verschil in verkeersveiligheid tussen auto's waarin een kilometerblocker heeft gezeten en auto's waarvan de kilometerstand om een andere reden als ‘onlogisch’ wordt beoordeeld. Bij een APK zal afwezigheid van een kilometerteller of een niet goed werkende kilometerteller daarom geen reden zijn om de auto af te keuren. De Regeling voertuigen schrijft ook niet voor dat een auto moet beschikken over een (werkende) kilometerteller. De raadkamer is gelet hierop van oordeel dat de omstandigheid dat in een auto een kilometerblocker zit of heeft gezeten, op zichzelf geen gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert, of in ieder geval niet in die mate dat het bezit ervan in strijd is met het algemeen belang.

Uit het procesdossier volgt dat de auto niet beschikte over een werkende snelheidsmeter. Dit kan weliswaar een gevaar voor de verkeersveiligheid opleveren, maar levert niettemin geen grond op voor onttrekking aan het verkeer. Hiervoor ligt een andere, minder ingrijpende oplossing voor de hand. Vanwege een niet naar behoren functionerende snelheidsmeter kan de auto worden voorzien van een WOK (wacht op keuren)-melding. De auto mag dan niet op de openbare weg rijden, totdat de snelheidsmeter is gerepareerd en de reparatie is goedgekeurd op een RDW-keuringsstation. Gelet op deze mogelijkheid kan niet worden geoordeeld dat het bezit van de auto wegens een kapotte snelheidsmeter in strijd is met het algemeen belang.

Met betrekking tot de andere storingen die geregistreerd zijn als gevolg van toepassing van de kilometerblocker in de auto, geldt eveneens dat deze mogelijk wel enige invloed op de verkeersveiligheid hebben, maar dat niet gebleken is dat dit zodanig is, dat het bezit van de auto in strijd is met het algemeen belang. Daarbij komt dat ook hier de minder ingrijpende oplossing voor de hand ligt van een WOK-melding.

Overwegingen met betrekking tot de integriteit van het handelsverkeer

De rechtbank ziet zich verder gesteld voor de vraag of het in het verkeer laten van een auto die eerder was voorzien van een kilometerblocker een zodanige aantasting van de integriteit van het handelsverkeer kan vormen, dat geoordeeld moet worden dat het ongecontroleerde bezit van die auto in strijd is met het algemeen belang.

De rechtbank stelt voorop dat de waarde van een auto in belangrijke mate mede wordt bepaald door het aantal gereden kilometers. Teneinde fraude met tellerstanden te beperken worden deze bij de RDW periodiek bijgehouden. Aan de registratie van tellerstanden verbindt de RDW een oordeel. Dit kan zijn ‘logisch’, ‘onlogisch’ of ‘geen oordeel’. De koper van een tweedehands auto kan zich daarmee een beeld vormen van de betrouwbaarheid van de kilometerstand en of er bijvoorbeeld aanleiding is om van de aankoop af te zien dan wel dat nader onderzoek geboden is. Er kunnen verschillende redenen ten grondslag liggen aan het oordeel ‘onlogisch’ of ‘geen oordeel’. Zo worden bijvoorbeeld alle importauto’s voorzien van de tellerstandregistratie ‘geen oordeel’.

De omstandigheid dat er ook andere auto’s in omloop zijn waarvan het RDW-oordeel over de tellerstand ‘onlogisch’ of ‘geen oordeel’ is, zoals blijkt uit de verklaring van de deskundige en uit de memo van de RDW, geeft naar het oordeel van de raadkamer aan dat het enkele feit dat de kilometerstand niet meer te achterhalen is, op zichzelf niet een zodanige inbreuk op de integriteit van het handelsverkeer oplevert dat die de onttrekking aan het verkeer rechtvaardigt.

Ondanks het gebruik van een kilometerblocker kan de kilometerstand van de auto echter toch ook het RDW-oordeel ‘logisch’ krijgen. Dit oordeel wordt namelijk gegeven in die gevallen waarin de kilometerstand regelmatig oploopt. En dat kan ook bij gebruik van een kilometerblocker het geval zijn. Het oordeel over de tellerstand zal in dat geval geen indicatie zijn voor de omstandigheid dat de kilometerstand gemanipuleerd is. Weliswaar heeft een koper van een tweedehandsauto een onderzoeksplicht, maar die gaat niet zover dat buiten raadpleging van de kilometerstand bij de RDW hij nog ander onderzoek zal moeten doen naar mogelijke manipulaties, door bijvoorbeeld uitlezing van de boordcomputer van het voertuig. De omstandigheid dat een kilometerblocker in een auto heeft gezeten, zal gelet hierop niet altijd blijken uit het RDW-oordeel over de tellerstanden. In deze gevallen levert toepassing van een kilometerblocker ook na verwijdering daardoor een inbreuk op de integriteit van het handelsverkeer op. Naar het oordeel van de raadkamer brengt dit echter nog niet mee dat het ongecontroleerde bezit van de auto, mede gelet op wat hiervoor is overwogen over de aard van de auto, in strijd is met het algemeen belang. Daarbij weegt mee dat blijkens het memo van de RDW wordt gewerkt aan een technische en juridische mogelijkheid om bij de tellerstandregistratie ‘geen oordeel’ een toelichting op te nemen dat het gaat om ‘vastgestelde tellermanipulatie’ of ‘aangetroffen apparatuur voor tellermanipulatie’.

Conclusie

Gelet op het voorgaande is de raadkamer van oordeel dat het ongecontroleerde bezit van de auto niet in strijd is met de wet of het algemeen belang. De vordering tot onttrekking aan het verkeer van de auto zal daarom worden afgewezen.”

De inhoud van de bijlagen bij deze beslissing is weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4.5.

Juridisch kader

De volgende wettelijke en verdragsrechtelijke bepalingen zijn van belang.

- Artikel 33c lid 2 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr):

“De rechter kent een vergoeding, als bedoeld in het eerste lid, of een geldelijke tegemoetkoming toe wanneer dit nodig is om te voorkomen dat de verdachte, of een ander aan wie de verbeurd verklaarde voorwerpen toebehoren, onevenredig zou worden getroffen.”

- Artikel 36b lid 1 en 2 Sr:

“1. Onttrekking aan het verkeer van in beslag genomen voorwerpen kan worden opgelegd:

1°. bij de rechterlijke uitspraak waarbij iemand wegens een strafbaar feit wordt veroordeeld;

2°. bij de rechterlijke uitspraak waarbij overeenkomstig artikel 9a wordt bepaald dat geen straf zal worden opgelegd;

3°. bij de rechterlijke uitspraak waarbij, niettegenstaande vrijspraak of ontslag van alle rechtsvervolging, wordt vastgesteld dat een strafbaar feit is begaan;

4°. bij een afzonderlijke rechterlijke beschikking op vordering van het openbaar ministerie;

5°. bij een strafbeschikking.

2. De artikelen 33b en 33c, tweede en derde lid, alsmede artikel 446 van het Wetboek van Strafvordering, zijn van overeenkomstige toepassing.”

- Artikel 36c Sr:

“Vatbaar voor onttrekking aan het verkeer zijn alle voorwerpen:

1°. die geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van het feit zijn verkregen;

2°. met betrekking tot welke het feit is begaan;

3°. met behulp van welke het feit is begaan of voorbereid;

4°. met behulp van welke de opsporing van het feit is belemmerd;

5°. die tot het begaan van het feit zijn vervaardigd of bestemd;

een en ander voor zover zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.”

- Artikel 36d Sr:

“Vatbaar voor onttrekking aan het verkeer zijn bovendien de aan de dader of verdachte toebehorende voorwerpen van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang, welke bij gelegenheid van het onderzoek naar het door hem begane feit, dan wel het feit waarvan hij wordt verdacht, zijn aangetroffen, doch alleen indien de voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten, dan wel tot de belemmering van de opsporing daarvan.”

- Artikel 70m van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994):

“Het is eenieder verboden om de tellerstand van bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde categorieën motorrijtuigen die dienen te zijn ingeschreven en tenaamgesteld zodanig te wijzigen of te doen wijzigen of de werking van de kilometerteller zodanig te beïnvloeden of te doen beïnvloeden dat de op de teller aangegeven afstand niet overeenkomt met de door dat motorrijtuig werkelijk afgelegde afstand.”

- Artikel 176 lid 2 WVW 1994:

“Overtreding van de artikelen (...) 70m wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of een geldboete van de vierde categorie.”

- Artikel 2 lid 3 van het Besluit voertuigen:

“Het is verboden om apparaten die geschikt zijn om de teller van een motorrijtuig stil te zetten of op andere wijze te manipuleren, te vervaardigen, in te voeren, in voorraad te hebben, te koop aan te bieden, af te leveren of te vervoeren.”

- Artikel 3 lid 2 Besluit voertuigen:

“Het is de bestuurder van een motorrijtuig verboden met dat motorrijtuig te rijden en de eigenaar of houder van een motorrijtuig verboden met dat motorrijtuig te laten rijden, indien in of aan het motorrijtuig een apparaat aanwezig is als bedoeld in artikel 2, derde lid.”

- Artikel 23j Besluit voertuigen:

“De in artikel 70m van de wet bedoelde categorieën motorrijtuigen zijn motorrijtuigen van de rijbewijscategorieën A, A1, A2 en B, voor zover deze harder kunnen en mogen rijden dan 25 km/u.”

- Artikel 24 Besluit voertuigen:

“Overtreding van artikel 3 is een strafbaar feit.”

- Artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, in de Nederlandse vertaling:

“Iedere natuurlijke of rechtspersoon heeft recht op het ongestoord genot van zijn eigendom. Aan niemand zal zijn eigendom worden ontnomen behalve in het algemeen belang en onder de voorwaarden voorzien in de wet en in de algemene beginselen van internationaal recht.

De voorgaande bepalingen tasten echter op geen enkele wijze het recht aan, dat een Staat heeft om die wetten toe te passen, die hij noodzakelijk oordeelt om het gebruik van eigendom te reguleren in overeenstemming met het algemeen belang of om de betaling van belastingen of andere heffingen of boeten te verzekeren.”

Artikel 36c Sr is ingevoerd bij de Wet van 22 mei 1958, houdende wijziging van de bepalingen betreffende verbeurdverklaring en inbeslagneming, Stb. 1958, 296. De geschiedenis van de totstandkoming van deze wet houdt onder meer in:

- de memorie van toelichting:

“Er zijn voorwerpen die naar hun aard bestemd zijn om delicten mede te plegen, zoals valse muntstempels, valse munten, pornografie, verboden jachtmiddelen of vistuigen enz. Andere voorwerpen kunnen slechts door zeer bepaalde personen of onder zeer bepaalde omstandigheden worden gebruikt op een wijze, die rechtens en maatschappelijk toelaatbaar is, b.v. opium, bepaalde inbrekerswerktuigen, zware wapens, pantserauto’s enz.

Wanneer zodanige voorwerpen onder een onbevoegde zijn inbeslaggenomen en er geen aanleiding is ze bij wijze van straf verbeurd te verklaren, is het nochtans ongewenst ze na afloop van de procedure terug te geven. In zodanig geval moet er voor de overheid een mogelijkheid bestaan de voorwerpen te vernietigen of er op zodanige wijze over te beschikken, dat zij niet wederom in onbevoegde handen geraken. Naast deze gevallen waarin de verbeurdverklaring eigenlijk meer maatregel dan straf is, kent het Nederlandse recht dan nog de zuivere maatregel van artikel 354 Strafvordering, de „vernietiging of onbruikbaarmaking". Deze kan door de rechter worden toegepast wanneer hij geen termen voor verbeurdverklaring aanwezig acht, noch de wet hem tot verbeurdverklaring dwingt. De maatregel van artikel 354 Strafvordering is in zoverre de koninklijke weg, dat zij geen straf noemt wat in wezen een maatregel is. Een schaduwzijde is echter, dat genoemd artikel alle voorwerpen, waarop het wordt toegepast, doemt ter destructie. Dit kan onder omstandigheden oneconomisch zijn. Er kunnen immers voorwerpen bij zijn, van welke de overheid zelf of aan bepaalde controle onderworpen particulieren een gepast gebruik zouden kunnen maken. Daarom is het wenselijk, de maatregel van artikel 354 te vervangen door een, welke tot zodanig gebruik althans de mogelijkheid openlaat. De naam „vernietiging of onbruikbaarmaking” ware hiervoor niet meer toepasselijk te achten. Het ontwerp kiest de term „onttrekking aan het verkeer”. Wil een dergelijke maatregel niet kunnen uitgroeien tot een verkapte straf, zoals de vernietiging onder de vigeur van verordening 190/1941, dan dient hij zorgvuldig te worden beperkt tot voorwerpen, die niet slechts in handen van de betrokken delinquent, doch in handen van het publiek in het algemeen gevaarlijk zijn.”

(Kamerstukken II 1954/55, 4034, nr. 3, p. 10-11.)

- de memorie van antwoord:

“Vereist is, dat de voorwerpen niet alleen in handen van de individuele veroordeelde, doch ook in handen van willekeurige andere particulieren gevaarlijk zijn te achten. Naar het oordeel van de ondergetekende kunnen de woorden „het ongecontroleerde bezit” op dit punt geen misverstand wekken.

(...)

Het is namelijk zo, dat alle voorwerpen, die voor onttrekking aan het verkeer vatbaar zijn, per definitie „in verkeerde handen” zijn. Het ongecontroleerd bezit ervan — bij wie dit ook berust — is immers in strijd met de wet of met het algemeen belang. De eigenaar kan zich er dan ook niet over beklagen — ongeacht zijn betrekking tot het strafbare feit —, dat de geïncrimineerde voorwerpen hem worden ontnomen; dat risico is bij de verkrijging reeds ontstaan. Men denke in dit verband aan verdovende middelen, ontplofbare stoffen, pornografische lectuur e.d. Regel zal vermoedelijk zijn, dat geen tegemoetkoming wordt gegeven; voor bijzondere gevallen kan de rechter daartoe besluiten doch een imperatief voorschrift acht de ondergetekende hier zeker niet op zijn plaats.”

(Kamerstukken II 1957/58, 4034, nr. 5, p. 5.)

Artikel 70m WVW 1994 is ingevoerd bij de Wet van 3 juli 2013 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met het wijzigen van de tellerstand van motorrijtuigen, Stb. 2013, 312. De memorie van toelichting bij het wetsvoorstel dat tot deze wet heeft geleid houdt onder meer in:

“Fraude met tellerstanden kost consumenten naar schatting per jaar 150 miljoen euro en betekent voor de overheid en voor verzekeringsmaatschappijen jaarlijks een schadepost van enige honderden miljoenen euro's. Dit wetsvoorstel beoogt de fraude met tellerstanden te bestrijden. (...)

In het maatschappelijk verkeer fungeert de tellerstand als de belangrijkste indicator van de mate waarin een motorrijtuig is gebruikt. Daarmee is de tellerstand een essentiële parameter voor de waarde van het betrokken motorrijtuig. Betrouwbare tellerstanden dragen bij aan de eerlijkheid van de handel in motorrijtuigen. (...)

Tellerfraude is een vorm van bedrog, net als bijvoorbeeld misleiding (artikel 328bis) en andere in Titel XXV van het Wetboek van Strafrecht genoemde misdrijven.”

(Kamerstukken II 2012/13, 33424, nr. 3, p. 1, 2 en 9.)

Op grond van artikel 36b lid 1, aanhef en onder 1 tot en met 3, Sr heeft de rechter de bevoegdheid om in de strafzaak de maatregel van onttrekking aan het verkeer van een inbeslaggenomen voorwerp op te leggen in de daar genoemde gevallen. Daarnaast kan de rechter op grond van artikel 36b lid 1, aanhef en onder 4, Sr bij een afzonderlijke rechterlijke beschikking op vordering van het openbaar ministerie de onttrekking aan het verkeer van een inbeslaggenomen voorwerp opleggen.

Met het “feit” in artikel 36c en 36d Sr wordt een begaan strafbaar feit bedoeld. De rechter die bij afzonderlijke beschikking de onttrekking aan het verkeer oplegt, zal moeten vaststellen dat het inbeslaggenomen voorwerp in een in artikel 36c of 36d Sr beschreven verband staat tot een begaan strafbaar feit. (Vgl. HR 25 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:37.)

De onttrekking aan het verkeer kan worden opgelegd als (en voor zover) het betreffende voorwerp van zodanige aard is, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Hieruit volgt dat het moet gaan om een voorwerp waarvan de aard relevant is in die zin dat het ongecontroleerde bezit, al dan niet in samenhang met het redelijkerwijs te verwachten gebruik daarvan, juist in verband met die aard, in strijd is met de wet of het algemeen belang (vgl. HR 8 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR7626 en HR 2 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1716).

Op grond van artikel 36b lid 2 in samenhang met artikel 33c lid 2 Sr kent de rechter na een daartoe strekkend verzoek een geldelijke tegemoetkoming toe als dat nodig is om te voorkomen dat degene aan wie het onttrokken voorwerp toebehoort, door die onttrekking aan het verkeer onevenredig zou worden getroffen. Of de eigenaar van het voorwerp door de onttrekking aan het verkeer van zijn eigendom onevenredig wordt getroffen als hem geen geldelijke tegemoetkoming wordt toegekend, moet worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval. Daarbij kunnen worden betrokken hoe de eigenaar van het voorwerp zich in relatie tot dat voorwerp heeft gedragen, de waarde van het onttrokken voorwerp, alsmede eventueel voordeel dat de Staat na de onttrekking aan het verkeer met betrekking tot dat voorwerp verkrijgt, bijvoorbeeld door de verkoop (van onderdelen) daarvan. (Vgl. HR 10 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1156.)

Een personenauto is niet zonder meer van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet of het algemeen belang (vgl. HR 4 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2238). Dat wordt niet anders op de enkele grond dat in die auto door de politie een kilometerblokker is aangetroffen die daaruit al is verwijderd, of die – met niet meer dan redelijke van de daarbij betrokken functionarissen te vergen inspanningen – daaruit kan worden verwijderd (om die kilometerblokker te kunnen onttrekken aan het verkeer).

Niettemin kan onder omstandigheden een personenauto waarin een kilometerblokker is aangetroffen, van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet of het algemeen belang, waardoor de auto alsnog in aanmerking komt voor onttrekking aan het verkeer.

Een geval als bedoeld onder 3.6 kan zich voordoen als de rechter vaststelt dat de auto – ook na de verwijdering daaruit van de kilometerblokker – een concreet gevaar voor de verkeersveiligheid vormt terwijl het aan dat gevaar ten grondslag liggende gebrek niet met redelijke inspanningen kan worden hersteld. De enkele omstandigheid dat de kilometerstand van de auto (zoals deze wordt weergegeven op de kilometerteller) mogelijk niet juist is, brengt niet mee dat de auto daadwerkelijk een concreet gevaar voor de verkeersveiligheid vormt.

Daarnaast kan zich een geval als bedoeld onder 3.6 voordoen als de rechter vaststelt dat – ook na de verwijdering van de kilometerblokker – het normale handelsverkeer ten aanzien van de auto onevenredig wordt belemmerd doordat de waarde van de auto onduidelijk of te hoog is als gevolg van de kans dat de kilometerstand van de auto (zoals deze wordt weergegeven op de kilometerteller) wezenlijk lager is dan het daadwerkelijk daarmee gereden aantal kilometers.

Aangenomen mag worden dat zo’n belemmering van het handelsverkeer in voldoende mate wordt voorkomen als i) de correcte kilometerstand inmiddels is hersteld of in voldoende mate is benaderd op de kilometerteller, of ii) het gegeven dat de kilometerstand van de auto niet betrouwbaar is (omdat deze is gemanipuleerd door de kilometerblokker) op een eenvoudige manier – bijvoorbeeld door een registratie bij de Dienst Wegverkeer – voor derden kenbaar is gemaakt.

Het openbaar ministerie dat op de onder 3.7 en/of 3.8.1 genoemde grond(en) de onttrekking aan het verkeer vordert van een personenauto waarin een kilometerblokker heeft gezeten, is ervoor verantwoordelijk dat de hiervoor benodigde (technische) informatie over de auto zich bij de (proces)stukken bevindt voordat de zaak op de terechtzitting of in raadkamer wordt behandeld en vult daartoe zo nodig tijdig het dossier aan. In voorkomende gevallen kan de rechter – desnoods door aanhouding van de behandeling van de zaak – bewerkstelligen dat stukken met nadere informatie over de gevolgen voor de verkeersveiligheid of over belemmeringen van het handelsverkeer als de auto weer in het verkeer zou worden gebracht, alsnog bij de processtukken worden gevoegd.

Van de betrokkene die zich keert tegen een vordering van het openbaar ministerie tot onttrekking aan het verkeer of die zich op grond van Titel IX van het Vierde Boek van het Wetboek van Strafvordering beklaagt over de inbeslagneming of onttrekking aan het verkeer van de auto, mag in beginsel worden verwacht dat hij het nodige onderneemt om – na de ontdekking en verwijdering van de kilometerblokker – de belemmering (op zijn kosten) weg te (doen) nemen op een van de onder 3.8.2 bedoelde manieren. De omstandigheid dat hem daartoe van overheidswege niet (voldoende) gelegenheid is geboden, kan een rol spelen bij de beantwoording van de vraag of de auto aan het verkeer kan worden onttrokken en of in dat geval aanleiding bestaat voor de toekenning van een geldelijke tegemoetkoming als bedoeld in artikel 36b lid 2 in samenhang met artikel 33c lid 2 Sr.

Het oordeel van de Hoge Raad

De rechtbank heeft vastgesteld dat de inbeslaggenomen auto was voorzien van een kilometerblokker, waardoor de op de kilometerteller weergegeven kilometerstand werd gemanipuleerd en onjuist was. Verder heeft de rechtbank vastgesteld dat de kilometerblokker uit de auto is verwijderd en dat de snelheidsmeter van de auto niet werkte. Daarnaast heeft de rechtbank overwogen “dat de waarde van een auto in belangrijke mate wordt bepaald door het aantal gereden kilometers”, maar dat “het enkele feit dat de kilometerstand niet meer te achterhalen is, op zichzelf niet een zodanige inbreuk op de integriteit van het handelsverkeer oplevert dat die de onttrekking aan het verkeer rechtvaardigt.” De rechtbank heeft in haar overwegingen betrokken dat zich gevallen kunnen voordoen waarin de omstandigheid dat een kilometerblokker in een auto is aangetroffen waardoor de tellerstanden zijn gemanipuleerd, niet altijd zal blijken uit een oordeel van de RDW over die tellerstanden, en dat in dergelijke gevallen ook na verwijdering van de kilometerblokker sprake is van “een inbreuk op de integriteit van het handelsverkeer”. Naar het oordeel van de rechtbank brengt dit echter nog niet mee dat het ongecontroleerde bezit van deze auto in strijd is met het algemeen belang.

Tegen de achtergrond van deze vaststellingen en overwegingen en in het licht van wat onder 3.4 tot en met 3.9 is vooropgesteld, is het oordeel van de rechtbank dat het ongecontroleerde bezit van de auto niet in strijd is met het algemeen belang, ontoereikend gemotiveerd. Daarbij is van belang dat uit de overwegingen van de rechtbank voortvloeit dat in dit geval sprake kan zijn van een situatie waarin sprake is van een inbreuk op de integriteit van het handelsverkeer, terwijl de rechtbank niet heeft vastgesteld dat zo’n belemmering van het handelsverkeer daadwerkelijk ongedaan kan worden gemaakt op een onder 3.8.2 bedoelde manier.

Het cassatiemiddel slaagt.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de beschikking van de rechtbank;

- wijst de zaak terug naar de rechtbank Midden-Nederland, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien, T. Kooijmans, C.N. Dalebout en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 maart 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2026-0106
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?