HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 25/02620 B
Datum 10 maart 2026
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam van 26 mei 2025, nummer 25/004672, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de klaagster.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft de advocaat R. Moghni bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot bepaling dat de stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden gezonden naar de rechtbank Den Haag.
2. Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel strekt ertoe dat de rechtbank het klaagschrift ten onrechte niet heeft opgevat als een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b van het Wetboek van Strafvordering.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- bepaalt dat de stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden gezonden naar de rechtbank Den Haag.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 maart 2026.