ECLI:NL:HR:2026:39

ECLI:NL:HR:2026:39, Hoge Raad, 13-01-2026, 23/03853

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 13-01-2026
Datum publicatie 13-01-2026
Zaaknummer 23/03853
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2025:1387
Formele relatie: ECLI:NL:GHSHE:2023:3356

Samenvatting

Medeplegen diefstal van koperen leidingen, art. 311.1.4 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg voor primair tlgd. diefstal en veroordeling voor subsidiair tlgd. schuldheling. 1. Bewijsklacht betrouwbaarheid verklaringen van medeverdachte. 2. Bewijsklacht medeplegen. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Ad 1. Hof heeft betrouwbaar geachte verklaring van medeverdachte voor bewijs gebruikt. Uit deze verklaring volgt dat medeverdachte de verdachte kent van plaats waar medeverdachte zijn taakstraf uitvoert. Verdachte heeft daar aan medeverdachte gevraagd om hem te helpen iets op te halen. Medeverdachte is daarop met verdachte meegegaan naar oud gebouw waarin veel mensen aan het werk waren. Op enig moment overhandigde verdachte hem tas die daar stond, waarna hij deze tas op zijn fiets heeft gezet en samen met verdachte wilde wegfietsen. Medeverdachte is echter tot stoppen gedwongen doordat bouwvakker zijn fiets vastpakte. In tas bleek volgens bouwvakker gestolen koper te zitten. Naar oordeel van hof heeft medeverdachte zich met deze verklaring “belastende rol toebedeeld bij diefstal”. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk, nu verklaring steun biedt aan zijn betrokkenheid bij koperdiefstal. Ad 2. Hof heeft geoordeeld dat verdachte tezamen met medeverdachte koperen leidingen heeft weggenomen. In het licht van ‘s hofs vaststellingen in zijn bewijsvoering is dit oordeel niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd, nu uit die vaststellingen blijkt dat verdachte diefstal niet alleen heeft gepleegd en dat hij zo’n intellectuele en/of materiële bijdrage aan diefstal heeft geleverd dat hij deze heeft medegepleegd. Daarbij is van belang dat aanwezigheid van verdachte op plaats delict is komen vast te staan, omdat aldaar van hem opname is gemaakt en medeverdachte heeft verklaard dat verdachte hem heeft gevraagd mee te gaan en aan hem tas heeft aangereikt met daarin gestolen koper. Enkele omstandigheid dat bij verdachte geen koper is aangetroffen, doet aan daaraan niet af. Volgt verwerping.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/03853

Datum 13 januari 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 4 oktober 2023, nummer 20-002372-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) het in de zaak met parketnummer 01307681-21 bewezenverklaarde medeplegen van diefstal.

Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3. Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde gevangenisstraf van twee maanden volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 januari 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2026-0014
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?