ECLI:NL:HR:2026:413

ECLI:NL:HR:2026:413

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 13-03-2026
Datum publicatie 13-03-2026
Zaaknummer 25/01398
Rechtsgebied Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2025:1073
Formele relatie: ECLI:NL:GHARL:2025:795

Samenvatting

Procesrecht. Bewijsrecht. Verzoek tot inzage en afschrift van bescheiden na bewijsbeslag (art. 843a (oud) Rv). Klachten over begrenzing inzagerecht (o.a. tot de stukken die door bewijsbeslag zijn getroffen en in tijd) en over miskenning dat bij verzoek om inzage in eigen administratie, rechtmatig belang bij inzage en voldoende bepaald zijn van inzageverzoek in beginsel gegeven zijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 25/01398

Datum 13 maart 2026

BESCHIKKING

In de zaak van

1. APRISCO B.V.,

gevestigd te Assen,

hierna: Aprisco,

2. MAGDA PLATEAU HOLDING N.V.,

gevestigd te Willemstad, Curaçao,

hierna: MPH,

3. MISSY N.V.,

gevestigd te Willemstad, Curaçao,

hierna: Missy,

VERZOEKSTERS tot cassatie,

hierna gezamenlijk: Aprisco c.s.,

advocaten: D.M. de Knijff en M.S. van der Keur,

tegen

[verweerder],

wonende te [plaats], Argentinië,

VERWEERDER in cassatie,

hierna: [verweerder],

niet verschenen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de beschikkingen in de zaak C/19/139172 / HA RK 22-4 van de rechtbank Noord-Nederland van 2 mei 2022 en 21 maart 2023;

b. de beschikkingen in de zaken 200.328.626/01 en 200.328.628/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 juli 2024 en 17 februari 2025.

Aprisco c.s. hebben tegen de beschikkingen van het hof beroep in cassatie ingesteld.

[verweerder] heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot gedeeltelijke vernietiging van de beschikkingen van het hof en tot verwijzing.

De advocaten van Aprisco c.s. hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2. Uitgangspunten en feiten

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

(i) Sinds 2000 ontwikkelt Aprisco het zogenoemde Nativa-project in Costa Rica met vennootschappen die aan haar of aan haar uiteindelijke aandeelhouders zijn gelieerd. Onder het Nativa-project wordt de projectontwikkeling verstaan van 105,87 hectare grond in Costa Rica.

(ii) Sinds 2001 beheert en ontwikkelt [verweerder] het Nativa-project. Hij ontvangt voor deze werkzaamheden vergoedingen van Aprisco en van de aan Aprisco gelieerde vennootschappen.

(iii) In 2003/2004 is [verweerder] benoemd tot enig bestuurder van Nativa Mariposa Morpho S.A. (hierna: Nativa Mariposa), die was gevestigd in Costa Rica en daar haar ondernemingsactiviteiten uitoefende.

(iv) Aprisco houdt de aandelen in het kapitaal van MPH. In 2018 hield MPH de aandelen in het kapitaal van Missy. Missy hield de aandelen in het kapitaal van Nativa Mariposa en haar zustervennootschap Nativa Development & Construction S.A. (hierna: Nativa D&C). Missy en MPH werden bestuurd door trustkantoor Trustmoore.

(v) Op 14 november 2019 hebben [verweerder] enerzijds en Aprisco c.s. en Nativa Mariposa anderzijds een vaststellingsovereenkomst gesloten (hierna: de VSO). Daarin zijn afspraken gemaakt over vorderingen en vergoedingen die [verweerder] nog zou moeten ontvangen. In die overeenkomst staat dat [verweerder] recht heeft op een nabetaling indien het Nativa-resort voor meer dan USD 15 miljoen wordt verkocht en dat op de VSO Nederlands recht van toepassing is. In een forumkeuzebeding is bepaald dat een geschil tussen partijen zal worden voorgelegd aan de bevoegde rechter in Assen.

(vi) In 2020 is Nativa Mariposa gefuseerd met Missy, waarbij Missy als verkrijgende vennootschap optrad en Nativa Mariposa als verdwijnende vennootschap. [verweerder] was tot de fusie bestuurder van Nativa Mariposa. Het Nativa-project wordt momenteel gehouden door Missy.

(vii) Op 9 februari 2022 heeft Aprisco bewijsbeslag laten leggen ten laste van [verweerder].

(viii) Op diezelfde datum heeft Aprisco schriftelijk de VSO vernietigd. Nadien hebben Aprisco c.s. deze vernietiging bevestigd, behoudens ten aanzien van het forumkeuzebeding.

(ix) Trustmoore is op 10 februari 2022 ontslagen als bestuurder van Missy en MPH.

Aprisco c.s. verzoeken, voor zover in cassatie van belang, om [verweerder] te veroordelen tot het verstrekken van inzage en afschrift op de voet van art. 843a (oud) Rv van, kort gezegd, i) alle bescheiden over de periode van 2001 tot en met 2022 die betrekking hebben op het vastgoed in Costa Rica en de bestaande en voormalige entiteiten die direct of indirect eigenaar zijn of waren van het Nativa-project,

ii) alle correspondentie gevoerd met personen die direct of indirect een rol hebben gespeeld met betrekking tot het vastgoed in Costa Rica,

iii) alle e-mails en overige bestanden die toegankelijk zijn via bepaalde e-mailadressen, en iv) de fysieke administratie die Ernst & Young (hierna: EY) aan [verweerder] heeft afgegeven, zoals gespecificeerd in enkele overgelegde producties.

Aprisco c.s. leggen aan hun verzoek ten grondslag dat [verweerder] fraude heeft gepleegd door miljoenen dollars aan het Nativa-project te onttrekken en zich de aandelen toe te eigenen van Nativa D&C, dat [verweerder] als opdrachtnemer van Aprisco verplicht is tot het afleggen van rekening en verantwoording en dat Missy recht heeft op inzage in haar eigen administratie.

De rechtbank heeft, voor zover in cassatie van belang, [verweerder] veroordeeld om binnen zes weken na betekening aan Aprisco c.s. inzage en afschrift te verstrekken van alle in zijn bezit zijnde bescheiden, waaronder correspondentie, vanuit Missy vanaf 25 maart 2020 en vanuit Nativa Mariposa en Nativa D&C uit de periode 2001-2022, die betrekking hebben op vastgoed van het Nativa-project, van alle in zijn bezit zijnde correspondentie uit de periode 2001-2022 gevoerd met trustkantoor TMF Group Costa Rica met betrekking tot het Nativa-project, en van de in zijn bezit zijnde fysieke administratie zoals gespecificeerd in de door Aprisco c.s. overgelegde producties.

Het hof heeft de beschikking van de rechtbank vernietigd, en de in hoger beroep gewijzigde vordering van Aprisco c.s. tot inzage in gewijzigde vorm toegewezen. Het hof heeft, voor zover in cassatie van belang, [verweerder] veroordeeld om aan Aprisco c.s. inzage of afschrift te verstrekken van alle in zijn bezit zijnde bescheiden en correspondentie (inclusief e-mails en bestanden die toegankelijk zijn via bepaalde e-mailadressen) die vanaf 1 januari 2010 namens Missy en Nativa Mariposa zijn verzonden, ontvangen of opgemaakt en aan bepaalde personen zijn verzonden of door bepaalde personen zijn ontvangen, voor zover zij betrekking hebben op, maar ook beperkt tot, ontwikkeling, beheer, verwerving, vervreemding en bezwaring van vastgoed met betrekking tot het Nativa-project, en om aan Aprisco c.s. inzage en afschrift te verstrekken van de in [verweerder] bezit zijnde fysieke administratie van Missy zoals gespecificeerd in de door Aprisco c.s. overgelegde producties. Aan zijn oordeel heeft het hof het volgende ten grondslag gelegd.

Voor toewijzing van het inzageverzoek is vereist dat Aprisco c.s. een rechtmatig belang hebben bij de inzage en het afschrift, dat het gaat om bepaalde bescheiden en dat die bescheiden betrekking hebben op een rechtsbetrekking waarin Aprisco c.s. partij zijn. (rov. 3.9 tussenbeschikking)

De op grond van art. 843a (oud) Rv vereiste rechtsbetrekking is in beginsel al gegeven met de VSO, die is gesloten tussen alle betrokken partijen, en het beroep op vernietiging daarvan door Aprisco c.s. met mogelijk een vordering uit onverschuldigde betaling tot gevolg. In het licht van de vaststaande feiten en omstandigheden is die vordering, en mogelijk een vordering tot schadevergoeding op grond van onrechtmatig handelen, voldoende aannemelijk. De rechtsbetrekking en het belang bij gegevens dienaangaande zijn in dit stadium voldoende aannemelijk gemaakt. Het bewijsbelang van Aprisco c.s. is met de feiten en omstandigheden die door Aprisco c.s. zijn gesteld en die door [verweerder] zijn erkend, althans onvoldoende gemotiveerd zijn bestreden, gegeven. Dat rechtvaardigt in beginsel de gevraagde voorziening. (rov. 3.10-3.14 tussenbeschikking)

Het belang van Missy bij inzage en afgifte van de dossiers van haar administratie, zoals die zijn gespecificeerd in de producties, is verder gegeven met het feit dat zij niet beschikt over een digitale variant daarvan. (rov. 3.15 tussenbeschikking)

De onderliggende feiten en omstandigheden geven aanleiding de toewijzing van het verzoek in tijd te beperken tot de periode waarop de bescheiden betrekking moeten hebben, aldus dat het alleen hoeft te gaan om bescheiden vanaf 1 januari 2010. Er zijn onvoldoende aanwijzingen dat [verweerder] zich daarvoor al ten koste van Aprisco c.s. dan wel Nativa Mariposa heeft verrijkt door verkoop van onroerende zaken uit het Nativa-project of dat Aprisco c.s. anderszins een rechtmatig belang hebben bij inzage of afgifte van bescheiden van voor dat jaar. Het door Aprisco c.s. gelegde bewijsbeslag is ook zo goed als geheel gebaseerd op onregelmatigheden (door Aprisco c.s. bestempeld als fraude) en een inzagevordering na een bewijsbeslag moet wat betreft de rechtsbetrekking en de in dat kader verlangde bescheiden in het verlengde liggen van de grondslag van het gelegde bewijsbeslag. Een ruimere toewijzing stuit hoe dan ook af op het ontbreken van voldoende concrete onderbouwing van een rechtmatig belang en de constatering dat de gevraagde bescheiden te onbepaald zijn. (rov. 3.16 tussenbeschikking)

Het belang van Aprisco c.s. bij inzage en afschrift van correspondentie met de trustkantoren Trustmoore, Secure Title Costa Rica en TMF Group Costa Rica, en met oud-bestuurder [betrokkene 1] en EY is in hoger beroep voldoende aannemelijk gemaakt. Daarbij gaat het om correspondentie die [verweerder] namens Missy en Nativa Mariposa heeft gevoerd. (rov. 3.17 tussenbeschikking)

Missy heeft in beginsel een rechtmatig belang bij en recht op inzage en afschrift van bescheiden en dossiers die haar administratie vormen of daartoe behoren. Daarvoor is niet zonder meer vereist dat zij bewijsbeslag op die bescheiden heeft gelegd, maar dat neemt niet weg dat de rechtsbetrekking waarop het inzageverzoek is gestoeld in het verlengde moet liggen van de grondslag van het gelegde bewijsbeslag, indien de inzagevordering betrekking heeft op onder een bewijsbeslag rustende bescheiden. Wat daarvan ook zij, het in de akte gedane verzoek om te oordelen dat Missy een rechtmatig belang heeft bij inzage en kopieën van haar gehele administratie, digitaal en fysiek, is niet toewijsbaar. Aprisco c.s. hebben het verzoek wat betreft de administratie zowel in eerste aanleg als in hoger beroep beperkt tot de stukken die EY aan [verweerder] zou hebben afgegeven, zoals die nader zijn gespecificeerd in enkele producties van Aprisco c.s. Het nadere verzoek heeft een aanzienlijk ruimere strekking, en niet het karakter van een nadere toelichting op of verduidelijking van het aanvankelijke verzoek. Het nadere verzoek is daarmee in strijd met de ook in verzoekschriftprocedures geldende tweeconclusieregel. Niet is aangevoerd dat en waarom dit verzoek pas in de akte kon worden gedaan. Aprisco c.s. hebben nagelaten te onderbouwen dat [verweerder] over de gehele fysieke administratie beschikt. (rov. 2.7 eindbeschikking)

Het verzoek tot een ruimer inzagerecht ten aanzien van de ingangsdatum van de periode waarop het inzagerecht betrekking heeft en het onderwerp daarvan, is niet toewijsbaar bij gebrek aan onderbouwing van de voorwaarden van een dergelijk verdergaand inzagerecht. (rov. 2.8 eindbeschikking)

Gelet op de grenzen van het inzagerecht is er geen grond voor het oordeel dat het inzagerecht zich onder meer moet uitstrekken tot alle correspondentie die [verweerder] vanaf 1 januari 2010 heeft gevoerd met Trustmoore, Secure Title Costa Rica, TMF Group Costa Rica, [betrokkene 1] en EY. Voor zover die correspondentie betrekking heeft op andere onderwerpen dan het Nativa-project, dient die van de inzage te worden uitgezonderd. (rov. 2.9 eindbeschikking)

Aprisco c.s. hebben hun inzageverzoek in hun inleidende verzoekschrift beperkt tot vijftien entiteiten. Het is in strijd met de tweeconclusieregel en met de goede procesorde om het aantal entiteiten die het betreft, vervolgens uit te breiden naar 185. Aprisco c.s. stellen dat de lijsten in de producties zijn gebaseerd op informatie die naar aanleiding van de bestreden beschikking aan hen is verstrekt. Aprisco c.s. hebben in dat licht verzuimd om toe te lichten waarom een dergelijke uitbreiding in dit stadium van de procedure aanvaardbaar is. Daarvoor is in de tussenbeschikking geen ruimte gegeven. Bovendien beschikken Aprisco c.s. kennelijk al over een aanzienlijk aantal ‘brondocumenten’ aangaande 113/135 transacties. Tegen die achtergrond is onvoldoende aannemelijk gemaakt welk bewijsbelang is gediend met het uitgebreidere verzoek om inzage. (rov. 2.11 eindbeschikking)

Wat betreft de correspondentie met de genoemde personen is steeds vereist dat wordt gezocht met gebruik van een zoekterm die een combinatie is van hun naam met een ander trefwoord, bijvoorbeeld steeds een van deze namen of e-mailadressen in combinatie met een van de genoemde entiteiten en/of in combinatie met een van de bij naam genoemde vastgoedprojecten. (rov. 2.12 eindbeschikking)

Nu beide partijen deels in het ongelijk zijn gesteld, worden de proceskosten in beide instanties gecompenseerd, in die zin dat iedere partij geacht wordt de eigen proceskosten te dragen. (rov. 2.20 eindbeschikking)

3. Beoordeling van het middel

Het middel klaagt dat het hof het inzageverzoek van Aprisco c.s. te beperkt heeft toegewezen. Met verschillende onderdelen komt het middel op tegen de beperking van het inzageverzoek in de eigen administratie van Missy tot de fysieke administratie die EY aan [verweerder] heeft afgegeven, zoals die nader is gespecificeerd in enkele producties (onderdeel 2 en onderdeel 3), en tegen de beperking van het inzageverzoek tot bescheiden vanaf 1 januari 2010 (onderdeel 6 en de onderdelen 2.2, 2.4 en 2.5, onder b). Daarnaast bestrijdt het middel onder meer het oordeel van het hof dat een inzageverzoek dat wordt gedaan na een gelegd bewijsbeslag, in het verlengde moet liggen van dat bewijsbeslag (onderdeel 5).

Beperking van inzage in de eigen administratie van Missy

Onderdeel 5 en onderdeel 2 van het middel richten zich tegen de beperking van de inzage door Missy in haar eigen administratie (rov. 3.16 tussenbeschikking en rov. 2.7 eindbeschikking). Het hof heeft de afwijzing van het verzoek van Missy om te oordelen dat zij een rechtmatig belang heeft bij inzage en afschriften van haar gehele administratie, digitaal en fysiek, erop doen berusten dat i) de rechtsbetrekking waarop het inzageverzoek is gegrond, in het verlengde moet liggen van de grondslag van het gelegde bewijsbeslag als het verzoek betrekking heeft op onder het bewijsbeslag rustende bescheiden, ii-a) Aprisco c.s. het verzoek over de administratie zowel in eerste aanleg als in hoger beroep hebben beperkt tot de stukken die EY aan [verweerder] zou hebben afgegeven en zoals die nader zijn gespecificeerd in enkele producties, en ii-b) dit nadere verzoek bij akte daarmee in strijd is met de tweeconclusieregel, die erop neerkomt dat alle gronden voor vernietiging van de uitspraak van de rechtbank in het eerste processtuk moeten worden opgenomen, en niet is aangevoerd dat en waarom dit verzoek pas in de akte kon worden gedaan, en iii) voor zover het verzoek betrekking heeft op inzage in de gehele fysieke administratie (en dus niet alleen op de stukken die zijn vermeld in de door Aprisco c.s. overgelegde producties), Aprisco c.s. niet hebben onderbouwd dat [verweerder] over de gehele fysieke administratie beschikt.

Onderdeel 5.2 klaagt dat het hiervoor in 3.2.1 weergegeven oordeel van het hof onjuist is, omdat art. 843a (oud) Rv niet eist dat een inzageverzoek na een bewijsbeslag wat betreft de rechtsbetrekking en de in dat kader verlangde bescheiden in het verlengde moet liggen van de grondslag van het gelegde bewijsbeslag. In aanvulling hierop klaagt onderdeel 5.8 dat het oordeel van het hof (in rov. 2.14 eindbeschikking) dat het recht op inzage en afschrift de stukken betreft die door het bewijsbeslag zijn getroffen, eveneens onjuist is voor zover het hof daarmee bedoeld heeft dat ook aan de inzage van bescheiden die niet onder het gelegde bewijsbeslag vallen, de beperking moet worden gesteld dat de grondslag voor die inzage in het verlengde moet liggen van het gelegde beslag.

Onderdeel 2.3 herhaalt de klachten van onderdeel 5 voor het oordeel van het hof in rov. 2.7, eindbeschikking, voor zover het hof daarin het inzageverzoek niet toewijsbaar acht op de grondslag dat Missy recht heeft op inzage in haar eigen administratie.

De klachten lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

In deze zaak is het recht van toepassing dat gold voor de inwerkingtreding op 1 januari 2025 van de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht.

Art. 843a lid 1 (oud) Rv bepaalt dat hij die daarbij rechtmatig belang heeft, op zijn kosten inzage, afschrift of uittreksel kan vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn, van degene die deze bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft. Art. 843a (oud) Rv eist niet dat de rechtsbetrekking die aan het inzageverzoek ten grondslag wordt gelegd, in het verlengde ligt van de grondslag van een voorafgaand aan het verzoek gelegd bewijsbeslag, indien inzage wordt gevorderd in bescheiden waarop bewijsbeslag rust. Daarnaast geldt dat het inzageverzoek na een bewijsbeslag ook betrekking kan hebben op andere bescheiden dan waarop eerder bewijsbeslag is gelegd. Het bewijsbeslag dient slechts als een bewarende maatregel om een veroordeling tot inzage te kunnen executeren, en beperkt niet het recht op inzage ingevolge art. 843a (oud) Rv.

Uit het hiervoor in 3.2.3 overwogene volgt dat de hiervoor in 3.2.2 weergegeven klachten gegrond zijn. Zij kunnen echter niet tot cassatie leiden. De beperking van de inzage door Missy in haar eigen administratie wordt namelijk zelfstandig gedragen door het oordeel van het hof dat Aprisco c.s. hun inzageverzoek met betrekking tot de administratie hebben beperkt tot de stukken die EY aan [verweerder] heeft afgegeven (zoals gespecificeerd in enkele producties), en dat het nadere bij akte gedane verzoek om te oordelen dat Missy rechtmatig belang heeft bij inzage en afschrift van haar gehele administratie, in strijd komt met de tweeconclusieregel in hoger beroep. De tegen dit oordeel gerichte klachten falen op de gronden uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 6.15-6.18 en 6.21.

De overige klachten van onderdeel 5 behoeven geen behandeling.

Onderdeel 2.1 klaagt dat het hof met de beperking van de toewijzing van het inzageverzoek van Missy in de eigen administratie heeft miskend dat uit het Belba-arrest volgt dat wanneer een (rechts)persoon inzage in zijn eigen administratie verzoekt, het rechtmatig belang bij inzage en het voldoende bepaald zijn van dat inzageverzoek in beginsel zijn gegeven.

In het verlengde daarvan voert onderdeel 2.5, onder a, aan dat het oordeel van het hof onvoldoende is gemotiveerd, omdat het hof niet toelicht waarom het ‘eigendomsrecht’ van Missy geen rechtmatig belang vormt dat zou kunnen leiden tot een ruimere inzage dan het hof heeft toegewezen op grond van enkel het bewijsbelang.

Deze klachten kunnen niet tot cassatie leiden bij gebrek aan feitelijke grondslag. Het hof heeft in rov. 2.7 van de eindbeschikking tot uitgangspunt genomen dat Missy in beginsel een rechtmatig belang heeft bij inzage en afschrift van bescheiden en dossiers die haar administratie vormen of daartoe behoren. Daaruit blijkt dat het hof niet heeft miskend dat moet worden aangenomen dat de administratie van een persoon bestaat uit gegevens aangaande een rechtsbetrekking waarin deze persoon partij is, en dat het rechtmatig belang bij inzage en het voldoende bepaald zijn van het inzageverzoek in dat geval in beginsel zijn gegeven.

Het hof heeft de beperking van de toewijzing van het inzageverzoek van Missy in haar eigen administratie erop gegrond dat Aprisco c.s. hun verzoek ten aanzien van de administratie zowel in eerste aanleg als in hoger beroep hebben beperkt tot de stukken die EY aan [verweerder] heeft afgegeven, en dat het nadere bij akte gedane verzoek in strijd is met de tweeconclusieregel. Deze motivering kan de beperking van het inzageverzoek zelfstandig dragen. Het hof behoefde daarom niet in te gaan op de vraag of het ‘eigendomsrecht’ van Missy een rechtmatig belang vormde.

Onderdeel 2.6 klaagt dat het hof in rov. 2.7 van de eindbeschikking, en het dictum, ten onrechte uitsluitend aan Missy, en niet ook aan Aprisco en MPH een inzagerecht heeft toegekend ten aanzien van de fysieke administratie die [verweerder] via EY verkreeg. Het onderdeel voert aan dat het hof ongemotiveerd eraan voorbijgaat dat Missy in het verzoekschrift in eerste aanleg aan Aprisco een last heeft gegeven om in eigen naam het inzageverzoek voor Missy te doen.

Uit het verzoekschrift in eerste aanleg volgt dat Aprisco het inzageverzoek niet alleen namens zichzelf heeft gedaan, maar ook namens Missy. Het hof had niet ongemotiveerd voorbij mogen gaan aan de werking van de last en het gevolg daarvan voor het inzageverzoek dat Aprisco mede op basis van die last heeft gedaan. De klacht slaagt dus.

Beperking van de toewijzing van het inzageverzoek in de tijd

Onderdeel 6 richt vanuit verschillende invalshoeken klachten tegen de beperking van de toewijzing van het inzageverzoek tot bescheiden vanaf 1 januari 2010 (rov. 3.16 tussenbeschikking en rov. 2.8 eindbeschikking). Onderdeel 6.2 bestrijdt de juistheid en begrijpelijkheid van het oordeel van het hof dat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat [verweerder] zich al vóór 1 januari 2010 ten koste van Aprisco c.s. heeft verrijkt door verkoop van onroerende zaken uit het Nativa-project. Het onderdeel voert aan dat uit de eigen overwegingen van het hof en de stellingen van Aprisco c.s. volgt dat er wel degelijk concrete aanwijzingen zijn voor frauduleus handelen door [verweerder] vóór 2010. Het onderdeel noemt onder meer de uiteenzetting in het beroepschrift over hoe [verweerder] en [betrokkene 1] in 2009 opbrengsten van het Nativa-project verdeelden, waaraan het hof in rov. 3.13 van de tussenbeschikking, in het kader van de verklaring van [betrokkene 1], refereert in deels dezelfde bewoordingen, om vervolgens te oordelen dat bepaald niet valt uit te sluiten dat gelden van Nativa Mariposa tussen [verweerder] en [betrokkene 1] zijn verdeeld en dat dit tot benadeling van Aprisco c.s. heeft geleid. Onderdeel 6.5 bestrijdt, onder verwijzing naar onderdeel 5, het oordeel van het hof dat een inzagevordering na een bewijsbeslag wat betreft de rechtsbetrekking en de in dat kader verlangde bescheiden in het verlengde moet liggen van de grondslag van het gelegde bewijsbeslag voor zover het hof dit oordeel ten grondslag legt aan de beperking van de toewijzing van het inzageverzoek tot bescheiden vanaf 1 januari 2010.

Deze klachten slagen. In rov. 3.13-3.14 van de tussenbeschikking oordeelt het hof dat het bewijsbelang van Aprisco c.s. is gegeven met de feiten en omstandigheden die Aprisco c.s. hebben gesteld en die [verweerder] heeft erkend, althans onvoldoende gemotiveerd heeft bestreden. Dit bewijsbelang wordt mede gevormd door de omstandigheid dat tussen [verweerder] en [betrokkene 1] diverse financiële verhoudingen bestaan die vragen oproepen over de aard en achtergrond daarvan. De voorbeelden van de financiële verhoudingen die Aprisco c.s. in hun beroepschrift hebben gegeven, dateren uit 2009, dus uit de periode vóór 1 januari 2010. Daarmee is het oordeel van het hof dat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat [verweerder] zich al vóór 1 januari 2010 ten koste van Aprisco c.s. heeft verrijkt, niet te verenigen. Voor zover het oordeel van het hof dat Aprisco c.s. geen rechtmatig belang hebben bij inzage in bescheiden van vóór 1 januari 2010 erop is gebaseerd dat een inzagevordering na een bewijsbeslag wat betreft de rechtsbetrekking en de in dat kader verlangde bescheiden in het verlengde moet liggen van de grondslag van het gelegde bewijsbeslag kan dit niet in stand blijven op de hiervoor in 3.2.3 genoemde gronden.

Met het slagen van de onderdelen 6.2 en 6.5 kan het oordeel van het hof dat Aprisco c.s. geen rechtmatig belang hebben bij inzage in bescheiden van vóór 1 januari 2010, niet in stand blijven. Aprisco c.s. hebben immers hetzelfde belang bij inzage in die bescheiden als bij inzage in bescheiden van na 1 januari 2010. In het voetspoor daarvan slaagt ook onderdeel 6.4 voor zover het zich richt tegen de overweging van het hof in rov. 3.16 dat een ruimere toewijzing afstuit op het ontbreken van een concrete onderbouwing van een rechtmatig belang. Ook de eveneens met onderdeel 6.4 bestreden constatering van het hof (in rov. 3.16) dat de gevraagde bescheiden te onbepaald zijn, kan in het licht van het voorgaande geen stand houden.

De overige klachten van onderdeel 6 behoeven geen behandeling.

Overige klachten

Onderdeel 10 klaagt onder meer dat indien het hof in het dictum van de eindbeschikking de correspondentie via privé-e-mailadressen van [verweerder] alsnog heeft willen uitsluiten, dat oordeel onbegrijpelijk is. In rov. 3.18 van de tussenbeschikking heeft het hof immers geoordeeld dat, kort gezegd, het gegeven dat toewijzing van het inzageverzoek leidt tot inzage in privécorrespondentie, het gevolg is van de eigen keuze van [verweerder] om voor zakelijke berichten gebruik te maken van privé-e-mails, en dat Aprisco c.s. hebben aangevoerd dat [verweerder] opzettelijk gebruikmaakte van zijn privé-e-mails om toegang van Aprisco c.s. tot deze correspondentie te voorkomen.

Aprisco c.s. hebben bij akte na tussenbeschikking melding gemaakt van door [verweerder] gebruikte privé-e-mailadressen. Het hof heeft in (het dictum van) de eindbeschikking deze privé-e-mailadressen niet opgenomen. Daarmee is niet duidelijk of het hof deze adressen over het hoofd heeft gezien, of dat het – in weerwil van zijn hiervoor in 3.6.1 vermelde oordeel – van oordeel was dat deze adressen niet konden worden toegevoegd aan de lijst met e-mailadressen. In zoverre slaagt onderdeel 10.

Onderdeel 12.1 klaagt terecht dat het dictum in de eindbeschikking een kennelijke verschrijving bevat waar het hof [verweerder] veroordeelt tot het verstrekken van inzage in ‘alle correspondentie die vanaf 1 januari 2010 namens Nativa NM en Missy is verzonden’, terwijl uit onder meer rov. 2.5 en rov. 3.17 van de tussenbeschikking en rov. 2.3 van de eindbeschikking blijkt dat het hof Nativa Mariposa in plaats van Nativa NM heeft bedoeld. Deze verschrijving kan na verwijzing worden hersteld.

Onderdeel 13 behoeft geen behandeling.

De overige klachten van het middel kunnen niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO).

4. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de beschikkingen van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 juli 2024 en 17 februari 2025;

- verwijst het geding naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch ter verdere behandeling en beslissing;

- veroordeelt [verweerder] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Aprisco c.s. begroot op € 905,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [verweerder] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 13 maart 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?