ECLI:NL:HR:2026:414

ECLI:NL:HR:2026:414

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 13-03-2026
Datum publicatie 13-03-2026
Zaaknummer 24/03667
Rechtsgebied Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2025:1071
Formele relatie: ECLI:NL:GHAMS:2024:1841

Samenvatting

Procesrecht. Effectenlease. Hoor en wederhoor, art. 19 Rv. Producties en stellingen waarop wederpartij niet meer heeft kunnen reageren; producties overgelegd in parallelzaak tegen dezelfde wederpartij. Regie rechter.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 24/03667

Datum 13 maart 2026

ARREST

In de zaak van

DEXIA NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

EISERES tot cassatie,

hierna: Dexia,

advocaten: T.T. van Zanten en E.E. Neele,

tegen

[de afnemer] ,

wonende te [woonplaats] ,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: de afnemer,

advocaat: D. Rijpma.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak 846571 DX EXPL 07-263 van de kantonrechter in de rechtbank te Amsterdam van 2 april 2008 en 22 oktober 2008;

b. het arrest in de zaak 200.036.189/01 van het gerechtshof Amsterdam van 2 juli 2024.

Dexia heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

De afnemer heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor de afnemer toegelicht door haar advocaat.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot verwijzing.

2. Uitgangspunten en feiten

Deze zaak betreft in cassatie het recht op wederhoor. Het gaat om twee effectenleaseovereenkomsten die via een tussenpersoon zijn tot stand gekomen tussen (een rechtsvoorganger van) Dexia en de afnemer. Het hof heeft geoordeeld dat de tussenpersoon advies heeft gegeven aan de afnemer, zonder dat de tussenpersoon beschikte over de daarvoor vereiste vergunning, en dat Dexia wist of behoorde te weten dat de tussenpersoon zonder vergunning adviseerde. Op grond daarvan moet Dexia de schade van de afnemer volledig vergoeden, zo heeft het hof geoordeeld, onder verwijzing naar HR 2 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2012.

Over de wijze waarop de effectenleaseproducten werden aangeboden, heeft het hof onder meer het volgende overwogen:

“4.11. (…) Onder verwijzing naar eerdere rechtspraak waarin dezelfde documentatie werd beoordeeld, overweegt het hof dat uit de door afnemer overgelegde producties het beeld naar vorenkomt dat het de bedrijfsopzet van Dexia was om voor (in ieder geval een deel van) de distributie van haar effectenleaseproducten tussenpersonen in te zetten die hun klanten zouden adviseren een effectenleaseproduct af te nemen. In voldoende mate blijkt dat Dexia wist dan wel behoorde te begrijpen dat de bij haar aangesloten tussenpersonen de afnemers regelmatig niet slechts in het algemeen over deze producten informeerden, maar de producten ook onderdeel lieten zijn van een specifiek op de persoon toegesneden advies. Zo volgt (onder meer) uit het jaarverslag van (de rechtsvoorgangster van) Dexia over 1997, een artikel uit Het Financieele Dagblad van 22 april 1998, de tekst op de website van Dexia op 11 mei 2000 en een interview met de directeur beleggingsproducten van Dexia in het tijdschrift ‘Het effect Spaar Select' uit 2000 dat Dexia bewust gebruik maakte van tussenpersonen als afzetkanaal, juist omdat zij belangstellenden van een persoonlijk advies konden voorzien. Dexia heeft hier geen of onvoldoende concrete feiten of omstandigheden tegenover gezet die het oordeel rechtvaardigen dat dit beeld niet overeenkomt met de werkelijke gang van zaken van destijds.

In aanmerking genomen dat Dexia ervoor koos om voor de afzet van haar producten gebruik te maken van tussenpersonen, was het ook aan Dexia om te waarborgen dat zij aan de eisen van onder meer artikel 41 NR 1999 zou voldoen, door na te gaan wat de aard van de betrokkenheid van de tussenpersoon was en of er geen sprake was van vergunningplichtige advisering door de tussenpersoon, op grond waarvan Dexia de overeenkomst met de potentiële afnemer zou moeten weigeren. Voor zover Dexia destijds niet heeft gecontroleerd of in een concreet geval sprake was van vergunningplichtige advisering door de tussenpersoon, komen de gevolgen van dit nalaten voor haar rekening en risico.”

3. Beoordeling van het middel

Het middel klaagt dat het hof in rov. 4.11 en 4.12 het recht op wederhoor van Dexia, zoals onder meer neergelegd in art. 19 Rv, heeft geschonden door zich te baseren op producties en stellingen van de afnemer waarop Dexia niet meer heeft kunnen reageren. Deze producties heeft de afnemer overgelegd en deze stellingen heeft de afnemer aangevoerd bij akte van 18 juli 2023. Direct daarna heeft het hof eindarrest gewezen.

Het hof heeft bij tussenarrest een regiecomparitie gelast voor 188 Dexia-zaken, waaronder de onderhavige zaak. Deze comparitie heeft op 12 december 2016 plaatsgevonden. Het hof heeft partijen vervolgens de gelegenheid geboden zich uit te laten over de uitspraak van de Hoge Raad van 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:862. Dexia heeft op 20 juni 2023 een akte uitlaten jurisprudentie genomen, met één productie. De afnemer heeft op 18 juli 2023 een akte uitlaten jurisprudentie genomen. In deze akte wordt opgemerkt, onder verwijzing naar e-mailcorrespondentie met het hof, dat wordt verwezen naar een standaardpakket van 42 producties die in een andere zaak zijn overgelegd. Een deel van deze producties was eerder overgelegd ten behoeve van de comparitie op 12 december 2016. Hierna heeft het hof eindarrest gewezen. Deze uitspraak heeft het hof mede gebaseerd op producties waarnaar werd verwezen in de akte van 18 juli 2023 en op de op die producties gebaseerde stellingen in die akte (zie hiervoor in 2.2 en zie de conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal onder 3.3.1-3.4.2).

Het hof heeft het recht van Dexia op wederhoor geschonden door zich te baseren op producties die de afnemer had overgelegd en op daarop gebaseerde stellingen van de afnemer, zonder Dexia in de gelegenheid te stellen daarop eerst te reageren. Dat wordt, anders dan de afnemer aanvoert, niet anders indien het gaat om een standaardpakket dat ook in een of meer andere zaken is overgelegd en waarop Dexia in die andere zaak of zaken heeft kunnen reageren. Uit de bestreden uitspraak blijkt niet dat het hof heeft voorzien in een wijze van regie waarmee door een bespreking van de bedoelde producties in een ander kader het recht op hoor en wederhoor in de onderhavige procedure is gewaarborgd, of dat van het recht op hoor en wederhoor in deze procedure afstand is gedaan. Ook overigens is daarvan niet gebleken. Het middel is dan ook terecht voorgesteld.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 2 juli 2024;

- verwijst het geding naar het gerechtshof Den Haag ter verdere behandeling en beslissing;

- veroordeelt de afnemer in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Dexia begroot op € 1.009,72 aan verschotten en € 2.600,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de afnemer deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, F.J.P. Lock en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 13 maart 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?