HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/03792
Datum 17 maart 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 september 2023, nummer 20-000166-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat A.C. Vingerling bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’sHertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van het (voorwaardelijk) opzet van de verdachte op het gebruikmaken van een vervalst geschrift.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij:
“op of omstreeks 21 juli 2015 in [plaats] tezamen en in vereniging met een ander,
opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vervalst geschrift, bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, als het ware het geschrift echt en onvervalst, te weten:
- verklaring omtrent gezinsinschrijving bevolkingsregister [plaats] (DOC-019-03),
door genoemd geschrift te overleggen en/of te verstrekken aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst ter verkrijging van een verblijfsvergunning, en bestaande die vervalsing daarin dat op/in het genoemde geschrift is vermeld dat:
- verdachte samen met [betrokkene 1] woonachtig en ingeschreven was in [plaats] , terwijl verdachte nimmer in [plaats] woonachtig en ingeschreven is geweest.”
Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
“1. Een schriftelijk bescheid, te weten een door de verdachte ondertekende Aanvraag toetsing aan EU-recht d.d. 20 juli 2015 (DOC-013-23), dossierpagina 140-143, voor zover inhoudende:
Als u een familie- of gezinslid van een burger van de Unie bent en u heeft zelf niet de nationaliteit van één van bovengenoemde landen dan moet u met dit formulier een aanvraag indienen om toetsing aan het EU-recht en afgifte van een verblijfsdocument EU voor verblijf bij een burger van de Unie (uw verblijfgever). U bent verplicht om een aanvraag om toetsing aan het EU-recht in te dienen. U moet namelijk kunnen aantonen dat u legaal in Nederland verblijft en met welk verblijfsdoel dat is.
1 Gegevens van de aanvrager (houder van het verblijfsdocument)
Naam [verdachte]
Geslacht en geboortedatum Man, [geboortedatum] /1976
Geboorteplaats [geboorteplaats]
Geboorteland [geboorteplaats]
Nationaliteit Marokkaanse
2 Doel van het verblijf in Nederland
U bent een (niet uit de EU afkomstig) familielid van een burger van de Unie (niet zijnde een Nederlander)
[X] (niet uit de EU afkomstige) echtgeno(o)te/(geregistreerd) partner van een burger van de Unie (niet zijnde een Nederlander)
Lever bij uw aanvraag de volgende aanvullende bewijsstukken en documenten in: (...)
In het geval van een relatie, lever dan ook mee
- Bewijsmiddelen waaruit naar voren komt dat u een duurzame relatie onderhoudt met de burger van de Unie. Dit blijkt uit het feit dat u reeds gedurende een termijn van zes maanden een gezamenlijke huishouding voert of recentelijk heeft gevoerd. Indien de samenwoning niet in Nederland wordt/is gevoerd, toont u dit aan door:
o Een bewijs dat u in het buitenland heeft samengewoond. Hiertoe kunnen de volgende documenten worden overgelegd: een bewijs van inschrijving in een gemeentelijke administratie (...)
3 Ondertekening door de aanvrager
Ik vraag om toetsing aan het EU-recht en afgifte van een bewijs rechtmatig verblijf voor mij/mijn kind/het kind dat ik wettelijk vertegenwoordig. Ik heb dit formulier naar waarheid ingevuld. Ik weet dat de ingevulde persoonsgegevens voor de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000 worden verwerkt en worden doorgegeven aan instanties die deze gegevens daarvoor nodig hebben. Wijzigingen in mijn situatie/de situatie van het kind die betrekking hebben op het verblijfsrecht, geef ik direct door aan de IND.
Ik lever dit formulier in.
Naam [verdachte]
Plaats en datum Den Haag, 20-07-2015
Handtekening [handtekening verdachte]
2. Een schriftelijk bescheid, te weten de Nederlandse vertaling van de verklaring omtrent gezinsinschrijving bevolkingsregister [plaats] d.d. 21 april 2015 (DOC-019- 03), dossierpagina 289, voor zover inhoudende:
[plaats]
Afdeling Register en Informatie
VERKLARING OMTRENT GEZINSINSCHRIJVING BEVOLKINGSREGISTER
De op het Bevolkingsregister van deze gemeente aanwezige gegevensbestanden zijn geraadpleegd en gebleken is dat op de dag van heden en op het aangegeven blad de volgende inschrijving voorkomt:
GEGEVENS BEVOLKINGSREGISTER [WONING]:
Soort straat [a-straat 1]
GEGEVENS INSCHRIJVING
Volgnr. Naam en achternamen Geslacht Identiteitsbewijs
1 [betrokkene 1] V Nat. Ident.bewijs
D.N.I.
Datum inschr. Geboortedatum Geboorteplaats Nationaliteitsland Nummer Letter
[geboortedatum] /1985 [geboortedatum] /1985 [plaats] SPANJE […]
Volgnr. Naam en achternamen Geslacht Identiteitsbewijs
3 [verdachte]
Datum inschr. Geboortedatum Geboorteplaats Nationaliteitsland Nummer Letter
6/6/2014 [geboortedatum] /1976 [plaats] […]
DATUM DOCUMENT 21/04/2015 10:03:34
DOCUMENT VERKLARING OMTRENT INDIVIDUELE INSCHRIJVING BEVOLKINGSREGISTER
DIENST REGISTER EN INFORMATIE VAN DE [plaats]
3. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 november 2020 (documentcode AMB-001-01), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant] :
Op 21 juli 2015 heeft [verdachte] fysiek een aanvraag om een verblijfsvergunning ingediend voor zijn verblijf bij zijn EU-partner [betrokkene 1] . Op de beschikking is vermeld dat betrokkene de aanvraag op 21 juli 2015 bij het IND-loket [plaats] heeft ingediend.
4. Een schriftelijk bescheid, te weten een Nederlandse vertaling van de officiële brief van het Directoraat-Generaal van de Politie, Verbindingseenheid van de Afdeling voor Internationale Samenwerking van het Openbaar Ministerie, d.d. 20 maart 2020 (DOC-049-04 / OEIP 73/2020-A), bijlage bij het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 januari 2022 (proces-verbaalnummer 6640-2017-1631), voor zover inhoudende:
Met betrekking tot het document van uw referentie, wordt medegedeeld dat de identificatie en de woonplaats van de verdachten als volgt zijn:
• [verdachte] , zonder gegevens in Spanje.
5. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 januari 2022, voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant] :
Inzake de volgende koppels zijn Spaanse verklaringen omtrent inschrijving bevolkingsregister in hun IND dossier aangetroffen:
• [verdachte] - [betrokkene 1] (DOC-019-03)
Middels een Europees Onderzoeksbevel (EOB), ingediend op 25 januari 2020, is aan de Spaanse autoriteiten verzocht om een (historische) bevraging in het bevolkingsregister van Spanje, alsmede de authenticiteit van de Spaanse documenten (verklaringen omtrent inschrijving bevolkingsregister), uit te voeren om zodoende controleerbaar te maken of er daadwerkelijk een duurzame samenleving heeft plaatsgevonden en/of de Spaanse documenten echt, dan wel vals en/of vervalste documenten betreffen.
Op 24 november 2020 is er door onderzoeksteam Abilene een antwoord vanuit Spanje ontvangen inzake het ingediende EOB (DOC-049-02-01 en DOC-049-02-02) waarvan vervolgens op 25 november 2020 het zakelijke gedeelte (DOC-049-03) is ingediend ter vertaling naar de Nederlandse taal. De officiële beëdigde en ondertekende vertaling (DOC-049-04) is door het onderzoeksteam Abilene op 4 december 2020 ontvangen. Uit het antwoord inzake het ingediende EOB blijkt het volgende:
“Met betrekking tot het document van uw referentie, wordt medegedeeld dat de identificatie en de woonplaats van de verdachten als volgt zijn:
• [verdachte] , zonder gegevens in Spanje.”
Zoals in het EOB staat vermeld bestaan er inzake [verdachte] , geen gegevens in Spanje. Hierdoor kan worden gesteld dat de ingediende verklaring omtrent inschrijving bevolkingsregister Spanje, welke als bewijsstuk als echt en onvervalst bij de IND tijdens de procedure aanvraag tot rechtmatig verblijf in Nederland is ingediend een vals, dan wel vervalst document betreft. Concreet kan gesteld worden dat het volgende ingediende document bij de IND een vals, dan wel vervalst exemplaar betreft:
• Verklaring inschrijving bevolkingsregister inzake [verdachte] – [betrokkene 1] (DOC-019-03)
Door het indienen van valse, dan wel vervalste verklaringen omtrent inschrijving bevolkingsregister, met het oogmerk deze verklaringen als echt en onvervalst te gebruiken voor de aanvraag tot rechtmatig verblijf in Nederland, heeft [verdachte] zich schuldig gemaakt aan valsheid in geschrifte, strafbaar gesteld in artikel 225 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht.
6. Een schriftelijk bescheid (dossierpagina’s 154-196), te weten een verslag hoorzitting Immigratie- en Naturalisatiedienst d.d. 17 december 2015, dossierpagina’s 154-196, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:
2. Verslag zitting betrokkene
(Pagina 154)
Achternaam bij geboorte betrokkene : [verdachte]
Voornamen : [verdachte]
Geboortedatum : [geboortedatum] 1976
(Pagina 166)
Heeft [betrokkene 1] ooit op uw adres ingeschreven gestaan in [plaats] ?
Ze (het hof begrijpt: [betrokkene 1] ) stond niet ingeschreven bij mij. Ik leefde formeel zonder adres.”
Volgens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte daar onder meer aangevoerd:
“Graag verwijs ik naar pagina 10 van procesdossier 5, rechts bovenin. Hier is een verslag opgenomen van het gesprek dat is gevoerd met cliënt en zijn toenmalige partner, waarin een aantal keren benoemd wordt dat een derde betrokken is geweest bij de aanvraag van de verblijfsvergunning. Cliënt is immers de Nederlandse taal niet machtig en derhalve was hij niet in staat om zelfstandig de aanvraag in te dienen. Dat de handtekening onder de aanvraag die van cliënt is, wordt door de verdediging niet bestreden.
(...)
De belangrijkste vraag is of cliënt opzet heeft gehad op het indienen van het vervalste document. Mij is in dat verband opgevallen dat cliënt de Nederlandse taal niet machtig is. Voorts is mij opgevallen dat de aanvraag in het Nederlands is opgesteld en dat het dus niet anders kan zijn dan dat cliënt bij het indienen van de aanvraag hulp heeft gehad. Cliënt heeft zelf verklaard dat een derde partij zich over de voor de aanvraag voor Toetsing aan het EU-recht benodigde bijlagen moet hebben ontfermd. Verdachte heeft slechts de aanvraag ondertekend. Hoewel steeds wordt gehamerd op het feit dat de verdachte de aanvraag heeft ondertekend, betekent dit enkele feit niet dat cliënt in strafrechtelijke zin verantwoordelijk is voor de documenten die bij die aanvraag zijn gevoegd. Het is de vraag of cliënt zicht heeft gehad op die bijlagen. Nu cliënt de Nederlandse taal niet machtig is en hij hulp heeft gehad bij het indienen van de aanvraag, meen ik dat niet vastgesteld kan worden dat cliënt zelf vervalste stukken heeft overlegd of wist dat vervalste stukken als bijlage gevoegd werden bij de aanvraag. Om opzet te kunnen bewijzen, had cliënt rekening moeten houden met de aanmerkelijke kans dat vervalste documenten bij de aanvraag werden gevoegd. Er lijkt een grotere organisatie werkzaam te zijn achter het indienen van de aanvragen, maar daarmee is niet gezegd dat cliënt hiermee bekend was. Om op grond van de wens van cliënt om naar Nederland te gaan, voorwaardelijk opzet te constateren, gaat mijns inziens te ver. Tot slot kan nog de vraag worden gesteld of cliënt redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de documenten vervalst waren. Dit omvat echter geen opzet, zelfs niet in voorwaardelijke zin. Concluderend valt niet vast te stellen dat het opzet van cliënt was gericht op het indienen van een vervalst document.”
Het hof heeft over dit verweer overwogen:
“De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte van het tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken. Daartoe is in de kern aangevoerd dat de verdachte geen opzet had op het gebruik van de vervalste verklaring omtrent gezinsinschrijving bevolkingsregister, nu niet de verdachte, maar een derde partij zich over de voor de Aanvraag Toetsing aan het EU-recht benodigde bijlagen moet hebben ontfermd. De verdachte ging er in goed vertrouwen van uit dat deze partij de juiste formulieren zou overleggen en was er derhalve niet van op de hoogte dat de verklaring omtrent gezinsinschrijving bevolkingsregister een vervalst geschrift betrof.
Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
Uit het strafdossier, alsmede het verhandelde ter terechtzitting, volgt dat de verdachte op 20 juli 2015 een Aanvraag Toetsing aan het EU-recht heeft ingevuld en dat hij deze met bijlagen op 21 juli 2015 fysiek heeft ingediend bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Op grond van deze aanvraag is vereist dat de aanvrager aantoont dat hij een duurzame relatie onderhoudt met een burger van de Europese Unie. Een van de manieren om een duurzame relatie aan te tonen, is door overlegging van een bewijs van inschrijving in een gemeentelijke administratie, zodat bewezen kan worden dat de aanvrager met een burger van de Europese Unie in het buitenland heeft samengewoond. Als bijlage bij de Aanvraag Toetsing aan het EU-recht van de verdachte is een verklaring omtrent gezinsinschrijving bevolkingsregister gehecht, waarin staat vermeld dat de verdachte sinds 6 juni 2014 ingeschreven stond in [plaats] (Spanje). Uit schriftelijke bescheiden van de Spaanse autoriteiten is echter gebleken dat de verdachte nimmer in Spanje in het bevolkingsregister ingeschreven heeft gestaan. Naar het oordeel van het hof is er aldus sprake van een vervalst geschrift als bedoeld in artikel 225, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht. Door dit document bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst in te dienen, heeft de verdachte gebruik gemaakt van het valse geschrift.
Het hof acht bewezen dat verdachte hierin niet alleen heeft gehandeld en dat hij in ieder geval voor deze constructie medewerking heeft gekregen van een ander, zijn beweerdelijke partner.
Het hof ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of de verdachte opzet – al dan niet in voorwaardelijke zin – had op het gebruik van voornoemd vervalst geschrift. In dat verband stelt het hof voorop dat van aanvragers van een verblijfsvergunning, mede gelet op het belang dat zij hebben bij de procedure, verwacht mag worden dat zij de nodige zorgvuldigheid betrachten bij het indienen van een dergelijke aanvraag en zelf de authenticiteit van de bij de aanvraag gevoegde documenten controleren. Door een Aanvraag Toetsing aan het EU-recht te ondertekenen, waarbij bijlagen zijn gevoegd, waarvan zonneklaar is dat deze doorslaggevend zijn voor de beoordeling van de aanvraag, en deze aanvraag inclusief bijlagen vervolgens in te dienen bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst met het doel een verblijfsdocument voor zichzelf te verkrijgen, heeft de verdachte naar het oordeel van het hof bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat bij de aanvraag een vervalst document was gevoegd en hij derhalve een vervalst document, als ware het echt en onvervalst, zou indienen. Daarmee heeft verdachte, naar het oordeel van het hof, voorwaardelijk opzet gehad op het gebruik van de vervalste verklaring omtrent gezinsinschrijving bevolkingsregister.
Het hof verwerpt het tot vrijspraak strekkende verweer.”
Aan het oordeel dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat bij de aanvraag een vervalst document was gevoegd en dat hij daardoor een vervalst document zou indienen, heeft het hof ten grondslag gelegd dat van aanvragers van een verblijfsvergunning mag worden verwacht dat zij de nodige zorgvuldigheid betrachten bij het indienen van zo’n aanvraag en zelf de authenticiteit van de bij de aanvraag gevoegde documenten controleren, en dat de verdachte de aanvraag, met de daarbij behorende bijlagen, heeft ondertekend en heeft ingediend, terwijl het zonneklaar is dat deze bijlagen doorslaggevend zijn voor de beoordeling van de aanvraag. Dit oordeel van het hof is – mede gelet op wat namens de verdachte is aangevoerd – niet toereikend gemotiveerd. Uit de enkele omstandigheid dat de verdachte niet de zorgvuldigheid die van een aanvrager van een verblijfsvergunning mag worden verwacht, in acht heeft genomen, volgt nog niet dat hij daarmee bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat bij de aanvraag een vervalst document was gevoegd.
Het cassatiemiddel slaagt.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 maart 2026.