HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 25/02392
Datum 20 maart 2026
BESCHIKKING
In de zaak van
[de moeder],
wonende op een geheim adres,
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: de moeder,
advocaten: J.H.M. van Swaaij en R.J. ter Rele,
tegen
[de vader],
wonende op een geheim adres,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de vader,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikkingen in de zaak C/03/244190 / FA RK 17-4892 van de rechtbank Limburg van 24 januari 2018, 21 juni 2018, 11 juni 2019, 7 februari 2020, 10 juni 2020, 16 juni 2021, 11 augustus 2021, 12 augustus 2021, 10 augustus 2022 en 14 mei 2024;
b. de beschikking in de zaak 200.344.695/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 3 april 2025.
De moeder heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De vader heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F. Ibili strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2. Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 20 maart 2026.